les 5: klimaatbepalende factoren (3.3)

Na deze les kan je:
- uitleggen welke 2 factoren de thermohaliene circulatie aandrijven

- de invloed van zee(stromen) op het klimaat uitleggen

Heb je geoefend met:
- de klimaatbepalende factoren toepassen



uitleg
thermohaliene circulatie
uitleg
zee en klimaat
oefenen met de lesstof en voorbeeld toetsvragen
werken aan weektaak
1 / 33
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Na deze les kan je:
- uitleggen welke 2 factoren de thermohaliene circulatie aandrijven

- de invloed van zee(stromen) op het klimaat uitleggen

Heb je geoefend met:
- de klimaatbepalende factoren toepassen



uitleg
thermohaliene circulatie
uitleg
zee en klimaat
oefenen met de lesstof en voorbeeld toetsvragen
werken aan weektaak

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Klimaatbepalende factoren

Temperatuur wordt beïnvloed door:
- breedteligging
- hoogteligging
 
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/verweg van zee

Neerslag wordt beïnvloed door:
- ITCZ
- reliëf
 
- ligging dichtbij/ver weg van zee
- aanlandige of aflandige wind
- warme/koude zeestroom

Slide 3 - Slide

Verspreiding van warmte over de wereld.

Slide 4 - Slide

Thermohaliene circulatie
1. Water  opgewarmd bij evenaar

2. Stroomt naar Noord- & Zuidpool. . 
 

3. Water verdampt
zoutgehalte neemt toe. 
 
 

5. koud en zout water is zwaarder.
 
6. Zakt de diepte in. 

7. Zorgt voor aanzuiging nieuw warm water vanaf evenaar.
4. Water koelt af bij noord/zuidpool
 
 

Slide 5 - Slide

Klimaatbepalende factoren

Temperatuur wordt beïnvloed door:
- breedteligging
- hoogteligging
 
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/verweg van zee

Neerslag wordt beïnvloed door:
- ITCZ
- reliëf
 
- ligging dichtbij/ver weg van zee
- aanlandige of aflandige wind
- warme/koude zeestroom

Slide 6 - Slide

Zeestromen beïnvloeden de temperatuur
Algemeen: 
De zee zorgt voor een gematigd klimaat.

Slide 7 - Slide

Oceanen/zeeën matigen de temperatuur
In de zomer zorgt de zee juist voor verkoeling.

Dichtbij zee is het koeler dan landinwaarts.
In de winter zorgt de zee juist voor opwarming.

Dichtbij zee is het minder koud dan landinwaarts.

Slide 8 - Slide

Hoe ziet dat er uit op de klimaatgrafiek?
Dichtbij zee                                                                                   Ver weg van zee

Amsterdam: 54NB                                                                         Jakoetst (Siberië): 62NB


Slide 9 - Slide

Zeestromen beïnvloeden de temperatuur




Warme zeestroom:
Aangelegen gebied is wat warmer.

Koude zeestroom: 
Aangelegen gebied is wat kouder.

Slide 10 - Slide

Hoe ziet dat er uit op de klimaatgrafiek?
Warme zeestroom                                                                            Koude zeestroom
Brest, Frankrijk (48NB)                                     Elliston, New Foundland, Canada (48NB)


Slide 11 - Slide

Oceanen kunnen de neerslag 2x beïnvloeden
Warme zeestroom zorgt voor meer verdamping dus voor meer neerslag.

Slide 12 - Slide

Oceanen kunnen de neerslag 2x beïnvloeden
Aanlandige wind brengt vochtige lucht mee. Zorgt voor neerslag.

Slide 13 - Slide

Klimaatbepalende factoren

Temperatuur wordt beïnvloed door:
- breedteligging
- hoogteligging
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/verweg van zee

Neerslag wordt beïnvloed door:
- ITCZ
- reliëf
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/ver weg van zee
- aanlandige of aflandige wind

Slide 14 - Slide

Temperatuurbepalende factoren
breedteligging
hoogteligging
warme/koude zeestroom
ligging dichtbij/verweg van zee
Hoe verder weg van de evenaar, hoe kouder het is.
Hoe hoger op de berg, hoe kouder het is.
Bij een koude zeestroom is het land dat eraan grenst kouder dan dat je op die breedte verwacht.
De zee maakt het temperatuurverschil tussen seizoenen minder groot. De winters minder koud, de zomers minder heet.

Slide 15 - Drag question

Neerslag bepalendefactoren
ITCZ
reliëf
aan- of aflandige wind
ligging dichtbij/verweg van zee
warme/koude zeestroom
Als het zeewater warm is verdampt er meer water, waardoor er meer neerslag kan vallen.
Deze zone van laag drukgebied verschuift. 
Daar waar hij ligt regent het.
Als wind vanaf zee richting het land waait dan komt er vochtige lucht van zee over het land. Waardoor het gaat regenen.
De kant van de berg waar wind aankomt stijgt de lucht, koelt af, condenseert en het gaat regenen (=loefzijde)
Als een gebied dichtbij zee ligt dan is er meer vocht in de lucht, waardoor het er meer regent.

Slide 16 - Drag question

In Karesuando is het het hele jaar door
kouder dan in Lillehammer.
Leg uit waarom (2p)

hint
- Beschrijf het verschil in ligging.
- geef de algemene regel die het temperatuurverschil verklaart
- leg uit wat de algemene regel doet in Karesuando
- leg uit wat de algemene regel doet in lillehammer

Slide 17 - Open question

In Trondheim is de zomer koeler
dan in Östersund.
Leg uit waardoor (3p)


hint
- beschrijf het verschil in ligging
- geef de algemene regel
- leg uit wat de algemene regel doet in de stad Trondheimd
(- leg uit wat de algemene regel doet in de stad Östersund. )

Slide 18 - Open question

In de stad Bergen regent het een stuk meer
dan in Lillehammer.
Leg uit waardoor (3p).



hint
- beschrijf het verschil in ligging
- geef de algemene regel(s)
- leg uit wat de algemene regel doet in de stad Bergen
- leg uit wat de algemene regel doet in de stad Lillehammer.

Slide 19 - Open question

Januari
Juli

Slide 20 - Slide

Gebruik bij de komende vragen deze kaarten:
GB: Zuid-Amerika - neerslag en temperatuur in januari en juli

Waardoor is het in Manaus het hele jaar door
warmer dan in Asuncion (Paraguay)?
hint
- beschrijf het verschil in ligging
- geef de algemene regel
- leg uit wat de algemene regel doet in Manaus
- leg uit wat de algemene regel doet in Asuncion

Slide 21 - Open question

Januari
Juli

Slide 22 - Slide

In Lima is het het hele jaar door kouder dan in Salvador.
Leg met 2 verschillende klimaatbepalende factoren uit waarom dat zo is.

hint
- beschrijf het verschil in ligging
- geef de algemene regel
- leg uit wat de algemene regel doet in Lima
- leg uit wat de algemene regel doet in Salvador

Slide 23 - Open question

Januari
Juli

Slide 24 - Slide

Beredeneer waar de verschillen tussen zomer en winter temperatuur kleiner zijn. In Asuncion (Paraguay) of in Rio de Janeiro (Brazilië).

*Beredeneren = uitleggen waardoor.

Slide 25 - Open question

Januari
Juli

Slide 26 - Slide

Leg uit waarom het in juli droog is in Brasilia.

Slide 27 - Open question

Januari
Juli

Slide 28 - Slide

Verklaar met 2 klimaatbepalende redenen waarom het in Santiago droger is dan in Buenos Aires

Slide 29 - Open question

Leer uit je hoofd

Temperatuurbepalende factoren
- breedteligging:
hoe verder van de evenaar, hoe kouder

- hoogteligging: hoe hoger, hoe kouder

- warme/koude zeestroom: 
ligging aan koude zeestroom is kouder 
dan ligging aan warme zeestroom

- ligging dichtbij/verweg van zee:
hoe dichter bij zee, hoe sterker het matigende effect van de zee. (=Niet hele warme zomers, niet hele koude winters(
Neerslagbepalende factoren:
- ITCZ:
waar de ITCZ ligt is lage druk en regent het

- reliëf:
loefzijde van gebergte = neerslag
lijzijde van gebergte = droog

- warme/koude zeestroom
warme zeestroom = meer verdamping = meer neerslag

- ligging dichtbij/ver weg van zee
dichtbij zee meer neerslag dan verder weg

- aanlandige of aflandige wind
aanlandige wind = meer neerslag dan aflandig.

Slide 30 - Slide

Weektaak

Slide 31 - Slide

Na deze les kan je van 3.3:

- uitleggen welke 2 factoren de thermohaliene circulatie aandrijven
- de invloed van  zee(stromen) op het klimaat uitleggen


Slide 32 - Slide

Leer uit je hoofd

Temperatuurbepalende factoren
- breedteligging:
hoe verder van de evenaar, hoe kouder

- hoogteligging: hoe hoger, hoe kouder

- warme/koude zeestroom: 
ligging aan koude zeestroom is kouder 
dan ligging aan warme zeestroom

- ligging dichtbij/verweg van zee:
hoe dichter bij zee, hoe sterker het matigende effect van de zee. (=Niet hele warme zomers, niet hele koude winters(
Neerslagbepalende factoren:
- ITCZ:
waar de ITCZ ligt is lage druk en regent het

- reliëf:
loefzijde van gebergte = neerslag
lijzijde van gebergte = droog

- warme/koude zeestroom
warme zeestroom = meer verdamping = meer neerslag

- ligging dichtbij/ver weg van zee
dichtbij zee meer neerslag dan verder weg

- aanlandige of aflandige wind
aanlandige wind = meer neerslag dan aflandig.

Slide 33 - Slide