H. 4.2 De grote Oost-Japanse ramp

H. 4.2 De grote Oost-Japanse ramp
1 / 26
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H. 4.2 De grote Oost-Japanse ramp

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
- je weet hoe een tsunami ontstaat
- je weet waarom een tsunami pas gevaarlijk is als hij de kust bereikt
- je weet wat de gevolgen zijn van een tsunami
- je kunt de fasen van het ontstaan van een tsunami beschrijven aan de hand van een tekening

Slide 2 - Slide

Begrippen
- je kent de volgende begrippen:
aardbeving, epicentrum, hypocentrum, plaat, schaal van Richter, seismoloog, tsunami, zeebeving

Slide 3 - Slide


Fukushima

Slide 4 - Slide

Tsunami's kunnen leiden tot enorme schade langs kustlijnen.

Tsunamiwaarschuwingssystemen en evacuatieplannen zijn belangrijk.
Tsunami's

Slide 5 - Slide

Tsunami
Wat is een Tsunami?

Hoe ontstaat een tsunami?

Slide 6 - Slide

Ontstaan tsunami
HV1 AK - H4 §2 De Grote Oost-Japanse Ramp

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Schaal van Richter
Kracht van aardbeving wordt
aangegeven met de
schaal van Richter

Slide 10 - Slide

Schaal van Richter
Schaal van richter

Slide 11 - Slide

hypocentrum
  • Plek waar de aardbeving begint
  • Bijvoorbeeld 5 of 25 km diepte
epicentrum
  • Plek recht boven de bron van de aardbeving.
  • Hier is de meeste schade

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Continentale plaat is:
A
Zwaar, dun en van basalt.
B
Licht, dun en van graniet.
C
Licht, dik en van basalt.
D
Licht, dik en van graniet

Slide 14 - Quiz

Oceanische plaat is:
A
Zwaar, dun en van basalt.
B
Licht, dun en van graniet.
C
Licht, dik en van basalt.
D
Licht, dik en van graniet

Slide 15 - Quiz

Divergentie
Convergentie
Transform

Slide 16 - Drag question

Convergentie
Oceanische plaat
Continentale plaat
Grote wrijving
en warmte!

Slide 17 - Drag question

Welke natuurrampen komen in Japan voor door de platentektoniek? (3 noemen).

Slide 18 - Mind map

Slide 19 - Video

Slide 20 - Slide

Wie bestudeert seismische activiteit?
A
Seismoloog
B
Meteoroloog
C
Wetenschapper gespecialiseerd in aardbevingen
D
Bioloog

Slide 21 - Quiz

Wat meet de schaal van Richter?
A
Hoogte van een tsunami
B
Kracht van een aardbeving
C
Diepte van de oceaan
D
Magnitude van een seismische gebeurtenis

Slide 22 - Quiz

Wat is het epicentrum?
A
Zeeoppervlak tijdens tsunami
B
Punt boven het hypocentrum
C
Diepte van de aardbeving
D
Punt waar de aardbeving begint

Slide 23 - Quiz

Waarom is een tsunami pas gevaarlijk bij de kust?
A
Omdat het water kouder is
B
Omdat het water ondieper wordt
C
Omdat het water zich ophoopt
D
Omdat het water sneller stroomt

Slide 24 - Quiz

Hoe ontstaat een tsunami?
A
Door aardverschuivingen
B
Door onderwater aardbevingen
C
Door zware regenval
D
Door vulkaanuitbarstingen

Slide 25 - Quiz

Zelf aan de slag:
- noteer huiswerk  in de agenda
- maak opdracht 1 t/m 6 en 8 en 9

Slide 26 - Slide