Herhaling stevigheid en beweging

Herhaling Thema 4:
Stevigheid en Beweging
Basisstof 1 t/m 5

1 / 46
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Herhaling Thema 4:
Stevigheid en Beweging
Basisstof 1 t/m 5

Slide 1 - Slide

leerdoelen 
  • Aan het eind van de les beheers je de stof van dit thema en weten wat je nog moet leren voor de toets

Slide 2 - Slide

Welke functie heeft kalk in bot?
A
Zorgen voor stevigheid
B
Zorgen voor buigzaamheid
C
Zorgen voor de vorm
D
Zorgen voor beweging

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Slide

1
1
Schouderblad
Schedelbeenderen
Spaakbeen
Dijbeen
Knieschijf
Scheenbeen

Slide 5 - Drag question

Wat zijn antagonisten, kies het beste antwoord.
A
Spieren die een tegengestelde werking hebben
B
Spieren die jouw arm bewegen.
C
Spieren die altijd doorwerken
D
Spieren die verkrampen

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide


Welke beweging maakt de onderarm als de armstrekspier aanspant
A
een beweging omlaag (strekken)
B
een beweging omhoog (buigen)
C
geen beweging
D
de armstrekspier wordt langer

Slide 8 - Quiz

Bij een kraakbeen verbinding is (vul in) .... beweging mogelijk tussen de botten
A
Geen
B
een klein beetje
C
veel

Slide 9 - Quiz

Bij welk type gewricht is er beweging in meerdere richtingen mogelijk?
A
Kogelgewricht
B
Scharniergewricht

Slide 10 - Quiz

Gewrichten

Slide 11 - Slide

Wat zijn de taken van het skelet?
A
vorm
B
stevigheid
C
beweging
D
bescherming

Slide 12 - Quiz

Beweging ontstaat doordat .... 1 .... kunnen samentrekken.

.... 2 .... kunnen niet samentrekken, maar zorgen voor verbinding met het bot.
A
1: spieren 2: spieren
B
1: pezen 2: pezen
C
1: pezen 2: spieren
D
1: spieren 2: pezen

Slide 13 - Quiz

Hoe zitten de armen vast aan de schouder?
A
gewrichten
B
naden
C
kraakbeen
D
vergroeid

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Op welke manier zit de schedel vast?
A
vergroeiing
B
kraakbeen
C
naadverbinding
D
gewricht

Slide 16 - Quiz

Je armen en benen bewegen door
A
Gewrichten
B
Kraakbeen
C
Naadverbinding
D
Vergroeiing

Slide 17 - Quiz


Welke foto heeft een kogelgewricht?
A
Linksboven
B
Rechtsboven
C
Linksonder
D
Rechtsonder

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

welke verbinding is het meest beweeglijk?
A
vergroeiing
B
naadverbinding
C
kraakbeenverbinding
D
gewricht

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

____
____
____
____
Welk bot zit waar?
____
____
____
____
Schouderblad
Ellepijp
Dijbeen
Hielbeen

Slide 22 - Drag question

Slide 23 - Slide

hoe zit je heup aan elkaar
A
naadverbinding
B
gewricht
C
vergroeid
D
kraakbeen

Slide 24 - Quiz

Dit beschermt de gewrichtskogel en gewrichtskom tegen slijtage
A
kraakbeenlaagje
B
gewrichtssmeer
C
gewrichtskapsel
D
kalk

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Slide

Hoe zitten de ribben aan het borstbeen vast?
A
gewricht
B
vergroeiing
C
naadverbinding
D
kraakbeen

Slide 27 - Quiz

Wat zit er tussen de wervels?
A
kraakbeen
B
botten
C
niks

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Hoe zitten de botjes van de vingers aan elkaar vast?
A
naden
B
kraakbeen
C
vergroeid
D
gewrichten

Slide 30 - Quiz

Hoe noem je de verbinding van het heiligbeen
A
naden
B
vergroeid
C
kraakbeen
D
gewrichten

Slide 31 - Quiz

Wat zijn de voordelen van vaker sporten?
Beter conditie en coördinatie
Je voelt je lekker
Spieren worden sterker en voorkomen blessures

Slide 32 - Poll

Wat wordt er beschermd door onze borstkas
A
maag en nieren
B
hart en longen
C
hersenen
D
darmen en maag

Slide 33 - Quiz

Slide 34 - Slide

Zonder kalk kan een bot makkelijk breken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quiz

Een baby heeft vergeleken met een bejaarde veel lijmstof.
A
Waar
B
Niet waar
C
Beetje waar
D
huh?

Slide 36 - Quiz

Sleep de nummers naar de juiste naam
Beenderen van het been
dijbeen
voetwortelbeen
scheenbeen
middenvoetsbeen
knieschijf
kuitbeen
1
2
3
4
5
6

Slide 37 - Drag question

Hoe heet bot nr 9?, dit is het onderste nr aan de linkerkant.
A
Dijbeen
B
Kuitbeen
C
Scheenbeen
D
Knieschijf

Slide 38 - Quiz

Waar zitten pezen?
A
Tussen 2 gewrichten
B
Tussen botten en spieren
C
Tussen gewrichten en spieren
D
Tussen 2 spieren

Slide 39 - Quiz

Slide 40 - Slide

Hoe heet bot nr 3?dit het tweede nr aan de rechterkant
A
Bovenarm
B
Opperarmbeen
C
Dijbeen
D
Opperarmbot

Slide 41 - Quiz

In de afbeelding is een stukje van de wervelkolom getekend. Waar bevindt zich botweefsel
A
op plek p
B
nergens
C
op plek q
D
op zowel p als q

Slide 42 - Quiz

Voor mijn gevoel haal ik nu een ... op de toets
010

Slide 43 - Poll

Zijn er nog vragen?

Slide 44 - Slide

3 keuzes
In stilte voor jezelf:
1. maak een mindmap

2. maak de woordzoeker
3. ga zelf aan de slag met leren
(samenvatting, begrippenlijst)

Slide 45 - Slide

Succes met leren!

Slide 46 - Slide