Pesten Bring it on!

1 / 17
next
Slide 1: Slide
MentorlesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Introductie

Op school wordt vaak gezegd dat pesten niet mag. “Dat hoort niet!” Maar wist je dat het uittesten van elkaar, echt ín ons zit? Dat iedereen het wel eens doet en het er dus ook bij hoort? Het is een groepsverschijnsel: overal waar groepen samen zijn komt het voor. Zelfs dieren, zoals mensapen, plagen en pesten!

Zo simpel als “niet doen, dat hoort niet!” is het dus (helaas) niet.
Pesten is er altijd geweest en het zal er altijd zijn.


Slide 2 - Slide

Bekijk het filmpje

Reflecteer op het fragment. Wat vertelt Sarah Mutsaers? Wat doen apen allemaal als het over pesten gaat? Wat is zijn belangrijke verschillen die in dit filmpje worden benoemd. Hoe komt dat?

LINK:
https://www.youtube.com/watch?v=dP2kbWtEWSg


Slide 3 - Slide

Het verschil tussen mens en dier...

Het is dus een belangrijk verschil tussen mensen en dieren. Bij mensen kan plagen uit de hand lopen, dan wordt het pesten. Dit gebeurt bij dieren bijna niet/nauwelijks.

Dieren stoppen bij een bepaalde 'plaag-grens', doen ze dit niet dan grijpt de leider de van de groep in. Wij leven niet in groepen met één leider.

Wel leven we in subgroepen met iemand die de leiding heeft. Denk bijvoorbeeld aan de klas, een voetbalteam of thuis.

Bij mensen is er (als het goed is) geen dominate grommende alfa-male die bepaalt hoe iedereen zich gedraagt. Eigen verantwoordelijkheid vinden wij mensen belangrijk.

Ook bij pestsituaties zouden we die verantwoordelijkheid samen moeten nemen! Maar hoe?


Pesten = Als plagen uit de hand loopt. 

Dieren stoppen bij 'plaag grens' of leider grijpt in. Wij vinden als mensen eigen verantwoordelijkheid belangrijker dan het hebben van een Alpha-male. 

In subgroepen soms wel: klas / voetbal / thuis. 

Slide 4 - Slide

Het verschil tussen mens en dier...

Het is dus een belangrijk verschil tussen mensen en dieren. Bij mensen kan plagen uit de hand lopen, dan wordt het pesten. Dit gebeurt bij dieren bijna niet/nauwelijks.

Dieren stoppen bij een bepaalde 'plaag-grens', doen ze dit niet dan grijpt de leider de van de groep in. Wij leven niet in groepen met één leider.

Wel leven we in subgroepen met iemand die de leiding heeft. Denk bijvoorbeeld aan de klas, een voetbalteam of thuis.

Bij mensen is er (als het goed is) geen dominate grommende alfa-male die bepaalt hoe iedereen zich gedraagt. Eigen verantwoordelijkheid vinden wij mensen belangrijk.

Ook bij pestsituaties zouden we die verantwoordelijkheid samen moeten nemen! Maar hoe?


Slide 5 - Slide

Plagen of pesten
Om te weten wat je kunt doen, is het belangrijk te snappen wat er gebeurt bij pesten.

Elkaars grenzen opzoeken en elkaar uittesten hoort er dus bij, en als dat een beetje plagend is wordt het (meestal) geaccepteerd.

Maar, wanneer wordt het dan pesten?  Wat is dan het verschil tussen plagen en pesten?

Wat denken jullie?
Schrijf mee op het bord!
Gebruik hiervoor een zwarte stift.  

TIP: mocht de brainstorm moeilijk op gang komen dan kun je zelf wat situaties schetsen en vragen of zij het plagen of pesten vinden. En waarom dan?  

Slide 6 - Slide

Plagen of pesten II
Bekijk nu de resultaten van jullie brainstorm en omcirkel de elementen van pesten met rood! Vul eventueel dingen aan die je mist.
 
INFO: De kenmerkende elementen van plagen zijn:
  • Het is gelijkwaardig, vaak met humor.
  • Niemand wordt opzettelijk kwaad gedaan.
  • Iedereen kan doelwit zijn.
  • Het gebeurt af en toe en niemand vindt het echt heel erg.
De kenmerkende elementen van pesten zijn:
  • Het is kwetsend bedoeld (of wordt zo ervaren) 
  • Het is vaak gericht op één persoon
  • Het gebeurt regelmatig/vaak.
  • Er is sprake een machtsverschil (bv. groot tegen klein, veel tegen weinig, sterk tegen zwak, snel tegen traag, populair tegen niet populair, etc.) 
Deze kenmerkende elementen kunnen de leerlingen uiteraard in hun eigen woorden benoemen. 

• Het is gelijkwaardig, vaak met humor.
• Niemand wordt opzettelijk kwaad gedaan.
• Iedereen kan doelwit zijn.
• Het gebeurt af en toe en niemand vindt het echt heel erg.

• Het is kwetsend bedoeld (of wordt zo ervaren)
• Het is vaak gericht op één persoon
• Het gebeurt regelmatig/vaak.
• Er is sprake een machtsverschil (bv. groot tegen klein, veel tegen weinig, sterk tegen zwak, snel tegen traag, populair tegen niet populair, etc.)

Slide 7 - Slide

Plagen of pesten II
Bekijk nu de resultaten van jullie brainstorm en omcirkel de elementen van pesten met rood! Vul eventueel dingen aan die je mist.
 
INFO: De kenmerkende elementen van plagen zijn:
  • Het is gelijkwaardig, vaak met humor.
  • Niemand wordt opzettelijk kwaad gedaan.
  • Iedereen kan doelwit zijn.
  • Het gebeurt af en toe en niemand vindt het echt heel erg.
De kenmerkende elementen van pesten zijn:
  • Het is kwetsend bedoeld (of wordt zo ervaren) 
  • Het is vaak gericht op één persoon
  • Het gebeurt regelmatig/vaak.
  • Er is sprake een machtsverschil (bv. groot tegen klein, veel tegen weinig, sterk tegen zwak, snel tegen traag, populair tegen niet populair, etc.) 
Deze kenmerkende elementen kunnen de leerlingen uiteraard in hun eigen woorden benoemen. 

Slide 8 - Slide

Rollen bij pesten
In een pestsituatie zijn er mensen die pesten, mensen die meelopen, mensen die toekijken, mensen die zich er niet mee bemoeien, en natuurlijk de mensen die gepest worden. 

In zo'n situatie is het belangrijk om je bewust te zijn van je rol en daarmee ook van jouw invloed. Je kunt altijd iets doen!

Maar wat? Hier gaan we eens even mee aan de slag!


Welke 5 rollen kunnen we onderscheiden?

Slide 9 - Slide

Rollen bij pesten
In een pestsituatie zijn er mensen die pesten, mensen die meelopen, mensen die toekijken, mensen die zich er niet mee bemoeien, en natuurlijk de mensen die gepest worden. 

In zo'n situatie is het belangrijk om je bewust te zijn van je rol en daarmee ook van jouw invloed. Je kunt altijd iets doen!

Maar wat? Hier gaan we eens even mee aan de slag!


Slide 10 - Slide

Lees de casus!

Lees klassikaal de casus of laat de leerlingen individueel de casus lezen.

Slide 11 - Slide

Het werkblad in viertallen
Maak viertallen in de klas.
Bij ongelijke aantallen kun je beter een aantal drietallen maken en meerdere werkbladen printen.

STAP 1: KIES EEN ROL
Deel de werkvellen en de handout met de casus uit. Iedereen kiest 1 van de 2 rollen in de hoek van het werkblad waar je nu zit. Lees nu je eigen korte rol en leef je in!

-Wie ben jij in dit verhaal?
-Wat vind je hiervan?
-Hoe verhoud jij je tot anderen?

STAP 2:
Bedenk vervolgens wat deze rol anders zou kunnen doen om de situatie te verbeteren.

Bedenk verschillende opties. Je hoeft het niet op te lossen maar iedereen heeft de kracht om iets te veranderen.
Welke stappen zet jouw rol?

Iedere leerling schrijft in zijn eigen vakje  zoveel mogelijk ideeën op.
Zonder overleggen dus! 


Let op: Benadruk dat je moet denken als je rol, dus niet als jezelf!

1. Kies een rol:
    Lees & Leef je in!

2. Wat kun je anders doen om situatie te verbeteren incl. stappen die je zet. 

Slide 12 - Slide

Het werkblad in viertallen
Maak viertallen in de klas.
Bij ongelijke aantallen kun je beter een aantal drietallen maken en meerdere werkbladen printen.

STAP 1: KIES EEN ROL
Deel de werkvellen en de handout met de casus uit. Iedereen kiest 1 van de 2 rollen in de hoek van het werkblad waar je nu zit. Lees nu je eigen korte rol en leef je in!

-Wie ben jij in dit verhaal?
-Wat vind je hiervan?
-Hoe verhoud jij je tot anderen?

STAP 2:
Bedenk vervolgens wat deze rol anders zou kunnen doen om de situatie te verbeteren.

Bedenk verschillende opties. Je hoeft het niet op te lossen maar iedereen heeft de kracht om iets te veranderen.
Welke stappen zet jouw rol?

Iedere leerling schrijft in zijn eigen vakje  zoveel mogelijk ideeën op.
Zonder overleggen dus! 


Let op: Benadruk dat je moet denken als je rol, dus niet als jezelf!

Slide 13 - Slide

Stap 3: SAMENVOEGEN

Bespreek nu om en om wat jullie individueel hebben bedacht.
Bespreek de oplossing van elke rol.

Bespreek samen wat per rol het beste idee of gedrag is. Zet de vier conclusies in het eindvak.


3. Samenvoegen:
Bespreek 1 voor 1 wat jullie hebben 
bedacht. 

Zet de (4) 
conclusies in eindvak. 

Slide 14 - Slide

Stap 3: SAMENVOEGEN

Bespreek nu om en om wat jullie individueel hebben bedacht.
Bespreek de oplossing van elke rol.

Bespreek samen wat per rol het beste idee of gedrag is. Zet de vier conclusies in het eindvak.


Slide 15 - Slide

Vragen bij het middenvak
Als alle vier de antwoorden in het eindvak staan bespreken jullie als viertal wat het effect zou zijn van deze individuele acties op de ‘pestsituatie’ van de casus. 

  • Heeft dit effect? Waarom wel waarom niet?Is er meer nodig denken jullie?
  • Zijn de dingen die jullie hebben bedacht haalbaar, zien jullie dit echt gebeuren of is het meer iets dat je zegt en niet echt doet?
  • Hoe zou de rest van de rollen reageren?

Slide 16 - Slide

Reflectie
Bespreek klassikaal een aantal groepjes.
Wie wil zijn uitkomst delen? Wie had er een boeiend gesprek? Wie vond het lastig? Etc.

Zoals jullie met elkaar hebben opgehaald blijkt dat iedereen, in welke rol dan ook, iets kan doen om pesten aan te pakken. Welk effect dat heeft is altijd anders maar Iedereen kan zijn eigen gedrag veranderen en daarmee het proces beïnvloeden!

Vertel je leerlingen dat:

1)    Voor ‘jezelf’ denken (Wat doe ik? Wat betekent dat voor anderen?) heel belangrijk is.

2)   Bij pestgedrag altijd de (eerder genoemde) rollen vervult worden.  In elke situatie en in elke rol kun je op pauze drukken en denken: Waar sta ik? Welke rol? En vervolgens… Wat kan ik doen?

3)    Iedereen  kan -nu of in de toekomst- een verschil maken bij pesten.
Dat KUN je zonder twijfel, de vraag is alleen doe je het ook als het nodig is?

TIP: Het heeft meerwaarde als je als leerkracht zelf een persoonlijk verhaal kunt delen hierover: ben je ooit gepest, was je ooit meeloper, een pester? En wie maakte in die situatie het positieve verschil?

LET OP: doe dit alleen als je je er goed en veilig bij voelt.

Belangrijk! 

- Voor jezelf denken en keuzes maken. 
- In iedere rol kun je op pauze drukken en denken: Wat kan ik doen. 
- Op ieder moment kun je op pauze drukken en denken: Wat kan ik doen. 

https://www.youtube.com/watch?v=TFq4qrwb-nI 

Slide 17 - Slide

Reflectie
Bespreek klassikaal een aantal groepjes.
Wie wil zijn uitkomst delen? Wie had er een boeiend gesprek? Wie vond het lastig? Etc.

Zoals jullie met elkaar hebben opgehaald blijkt dat iedereen, in welke rol dan ook, iets kan doen om pesten aan te pakken. Welk effect dat heeft is altijd anders maar Iedereen kan zijn eigen gedrag veranderen en daarmee het proces beïnvloeden!

Vertel je leerlingen dat:

1)    Voor ‘jezelf’ denken (Wat doe ik? Wat betekent dat voor anderen?) heel belangrijk is.

2)   Bij pestgedrag altijd de (eerder genoemde) rollen vervult worden.  In elke situatie en in elke rol kun je op pauze drukken en denken: Waar sta ik? Welke rol? En vervolgens… Wat kan ik doen?

3)    Iedereen  kan -nu of in de toekomst- een verschil maken bij pesten.
Dat KUN je zonder twijfel, de vraag is alleen doe je het ook als het nodig is?

TIP: Het heeft meerwaarde als je als leerkracht zelf een persoonlijk verhaal kunt delen hierover: ben je ooit gepest, was je ooit meeloper, een pester? En wie maakte in die situatie het positieve verschil?

LET OP: doe dit alleen als je je er goed en veilig bij voelt.