4H 6.2 Vanaf pupilreflex

1 / 26
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Thema 6 Waarneming en gedrag
6.1 Zintuigen -
6.2 Het oog -> vanaf pupilreflex
6.3 Gedrag
6.4 Beinvloeden van gedrag
6.5 Sociaal gedrag bij dieren
6.6 Gedrag  bij mensen

Slide 2 - Slide

Programma
  • Leerdoelen 
  • Uitleg basisstof 6.2 --> vanaf pupilreflex
  • PO pupilreflex 
  • Oefening spiegeltekenen
  • Opdrachten maken
  • Afsluiting 


Zintuigen = BiNaS tabel 87

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 
  • Je kunt de delen van het oog en hun functie beschrijven.
  • Je kunt de beeldvorming door ooglenzen beschrijven.
  • Je kunt de bouw en werking van het netvlies beschrijven.
  • Je kunt toelichten hoe je diepte kunt zien.

Slide 4 - Slide

Pupilreflex
Pupil groter: weinig licht.
De straalsgewijs lopende spieren
in de iris trekken samen → worden korter 
→ pupil trekt open

Pupil kleiner: veel licht.
De kringspier in de iris trekt samen 
→ pupil wordt kleiner


Te veel of te fel licht kan de lichtreceptoren in je netvlies beschadigen.

Slide 5 - Slide

Pupilreflex
Pupilreflex

Fel licht:
- kringspieren trekken samen

Zwak licht:
- straalgewijs lopende spieren trekken samen

Slide 6 - Slide

Opdracht pupilreflex
Blz. 144 boek - in duo's
  • Houd een hand voor één van je ogen. 
  • Haal na een minuut je hand weg van dit oog. 
  • De ander bekijkt wat er gebeurt met de pupilgrootte van beide ogen, meteen na het wegnemen van de hand.
 

  1. Wat verandert er aan de grootte van de pupillen?
  2. Waardoor verandert bij deze proef de grootte van de pupillen?
  3. Is de pupilreflex voor beide ogen gescheiden of valt deze samen? 

Slide 7 - Slide

Het netvlies
De weg van het licht:
Zenuwcellen --> zintuigcellen,
daarna wordt overig licht geabsorbeerd door de pigmentlaag

Het vaatvlies zorgt voor voedingstoffen en zuurstof en afvoer afvalstoffen.

Slide 8 - Slide

Het netvlies
  • Het licht gaat door je oog en komt op het netvlies.
  • Het netvlies bestaat uit 2 lagen:
  • De zintuigcellen en zenuwcellen.

  • In het netvlies liggen de  zintuigcellen staafjes en kegeltjes --> geven impulsen af --> via oogzenuw naar de hersenen
Blinde vlek --> geen zintuigcellen

Slide 9 - Slide

De kegeltjes en staafjes
Je ziet contrast, zwart/wit
In de schemering kijken.
Een kegeltje reageert op rood, groen of blauw licht. Je kunt kleuren en details waarnemen.

Slide 10 - Slide

Verdeling staafjes en kegeltjes
Staafjes:
Kegeltjes
overal op netvlies
Gele vlek
Lage drempelwaarde
hoge drempelwaarde
zwart/wit, contrast
Kleur

Slide 11 - Slide

Verdeling staafjes en kegeltjes

Slide 12 - Slide

Kleurenblind
Als de kegeltjes niet goed werken ben je kleurenblind.
Soms is dit gedeeltelijk.

Welk getal zie je in de afbeelding staan?

Slide 13 - Slide

Kleurenblind





Kleurenblind door problemen met zintuigcellen in netvlies.

Slide 14 - Slide

Kleurenblindheid
Linksonder:
Rood kleurenblinde

Rechtsonder:
Groen kleurenblinde

Slide 15 - Slide

Optisch chiasma
Optisch chiasma = gedeeltelijke 
kruising van uitlopers in beide 
oogzenuwen

Stereoscopie = diepte zien door 
vergelijken beelden van beide 
ogen.

De gezichtscentra in je hersenen
verwerken de beelden van beide
ogen tot 1 beeld.

Slide 16 - Slide

Practicum Spiegeltekenen

Slide 17 - Slide

Practicum Spiegeltekenen
Waarom is dit zo moeilijk? 
Je hersenen moeten zich aanpassen 
om te begrijpen dat je de lijnen in 
spiegelbeeld ziet. 
Dit is moeilijk omdat het lijkt dat je 
hand de andere kant op beweegt. 

Slide 18 - Slide

Huiswerk

Lezen 6.2
Maken opdracht 20 t/m 28





Slide 19 - Slide

3

Slide 20 - Video

Lens
Pupil
Pupil

Hoornvlies

Harde oogvlies
Vaatvlies
Netvlies
Glasachtig lichaam
Oogzenuw
Oogspier

Slide 21 - Drag question

00:41-00:46
Refraction = lichtbreking

Slide 22 - Slide

01:03-01:08
Cornea = hoornvlies
Lens = lens
retina = netvlies

Slide 23 - Slide

02:55-03:02
Bijziend                                                                 Verziend




Out of focus door
onregelmatige oogvorm
> 40 jaar; verlies van elasticiteit, armslengte voor dichtbij 

Slide 24 - Slide

kringspier in het straallichaam
de lensbandjes zijn
de lens is
Je ziet iets van dichtbij
Je ziet iets veraf
Vul het schema over accommoderen in.
bol
aangespannen
samengetrokken
slap
plat
ontspannen

Slide 25 - Drag question

Juist 
Onjuist
Straalvormig lichaam
In het straalvormig lichaam zitten spiertjes.
Vier leerlingen doen een uitspraak over die spiertjes. Bepaal of de uitspraak juist of onjuist is en sleep naar het bijbehorende vak:

Elle: "Die spiertjes regelen de grootte van de pupil."
Joeri: "Die spiertjes regelen de spanning van de lensbanden."
Karlijn: "Die spiertjes spelen een rol bij het accommoderen."
Wolf: “Die spiertjes zijn kringvormig’.”

Slide 26 - Drag question