HEY 6.3 Reacties

6.3 Reacties
Les 1
1 / 46
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

6.3 Reacties
Les 1

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 
Je leert wat substitutie- en additiereacties zijn en hoe je een onverzadigde verbinding aantoont.
Je leert productieprocessen voor ethanol kennen.

Slide 2 - Slide

Vormingsreactie
  • Bij een vormingsreactie wordt een stof gevormd uit meerdere stoffen
  • Meerdere beginstoffen, één eindproduct
Bijvoorbeeld:

waterstof + zuurstof --> water

Slide 3 - Slide

Wat is de betekenis van 'addition' en 'substitution' vanuit het Engels?

Slide 4 - Mind map

Additiereactie





                      C2H4        +       Br2      ->       C2H4Br2

Slide 5 - Slide

Kenmerken additiereactie
  • Je start met een onverzadigde koolwaterstof, dus een alkeen.
  • Je voegt één van de volgende stoffen toe: 
             Br2,    Cl2,    H2,    HF,    HCl,    HBr,     HI  of    H2O.
  • De dubbele binding klapt open en er ontstaat één nieuwe stof
  • De reactie verloopt snel, vaak een katalysator nodig.

Slide 6 - Slide

Voorbeeld additiereactie

Slide 7 - Slide

Additiereactie met H20
Bij een additiereactie met water splitst het H2O molecuul in een H-atoom en een -OH groep. Het H-atoom komt aan het ene C-atoom en de -OH groep aan het andere C-atoom -> alkanol.

Slide 8 - Slide

Bij een additie reactie wordt een stof toegevoegd aan een...
A
alkeen (onverzadigde koolwaterstof)
B
alkaan (verzadigde koolwaterstof)

Slide 9 - Quiz


Welke stof ontstaat er bij de reactie van propeen met broom?
A
1-broompropaan
B
1,2-dibroompropaan
C
1,3-dibroompropaan
D
2,3-dibroompropaan

Slide 10 - Quiz

is dit een additiereactie?

C2H4 + H2O --> C2H5OH 
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quiz

Substitutiereactie




     
                                             1-broompropaan         waterstofbromide
    

Slide 12 - Slide

Kenmerken substitutiereactie
  • Je start met een verzadigde koolwaterstof, dus een alkaan.
  • Je voegt één van de volgende stoffen toe: 
             Br2,    Cl2,    I2,   F2 of H2O.
  • Er wordt per molecuul steeds één atoom vervangen er ontstaan dus meerdere reactieproducten. 
  • De gevormde halogeenalkaan bestaat uit isomeren. 
  • De reactie verloopt alleen onder invloed van licht (uv-licht) en is dus endotherm.

Slide 13 - Slide

Substitutiereactie

Slide 14 - Slide

Substitutiereactie
Bij een overmaat broom wordt er nog een H-atoom vervangen





                 of   ....   1,1-dibroompropaan
                                 1,3-dibroompropaan
                                         2,2-dibroompropaan       
    

Slide 15 - Slide

Bij een substitutiereactie worden er atomen in een molecuul ...
A
toegevoegd
B
vervangen.
C
verwijderd

Slide 16 - Quiz

Bij een additiereactie worden er atomen in een molecuul ...
A
toegevoegd
B
vervangen.
C
verwijderd

Slide 17 - Quiz


A
additiereactie
B
substitutiereactie

Slide 18 - Quiz

Butaan en chloorgas reageren met elkaar in de molverhouding 1 : 1. Geef de reactievergelijking van de substitutie-reactie die plaatsvindt.

Slide 19 - Open question

uitwerking
molverhouding is 1: 1 , er kan dus maar 1 H-atoom vervangen worden.
beginstoffen butaan (C4H10) en chloorgas (Cl2)
eindproduct: 1 H-atoom vervangen door een Cl (en andersom)

Slide 20 - Slide

Geef de structuurformules van alle stoffen kunnen ontstaan. Neem daarbij aan dat er in elk butaanmolecuul slechts één H‑atoom is vervangen door een Cl‑atoom.

Slide 21 - Open question

uitwerking
Butaan = C4H10, élk van deze H-atomen kan worden vervangen door een Cl. 
Maar wanneer zijn het nu dezelfde stoffen? (isomeren?)


Je kunt er 1 vervangen op plek 1, 2, 3 of 4. Plek 3 en 4 zijn hetzelfde als 1 en 2!                  Dus 2 varianten: plek 1 en plek 2!

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Aan de slag!
6.3 Reacties
Maken opdr. 33 t/m 40
Nakijken

Slide 24 - Slide

6.3 Reacties
Les 2

Slide 25 - Slide

Geef de juiste prioriteit aan:
PRIORITEIT
alcoholen
halogeenverbindingen
aminen
carbonzuren

Slide 26 - Drag question


In welke tabel kan je de prioriteitsvolgorde vinden van de karakteristieke groepen.
A
25A
B
40A
C
66C
D
66D

Slide 27 - Quiz


Welke karakteristieke groep 
is hiernaast afgebeeld?
A
halogeengroep
B
alcoholen
C
carbonzuren
D
aminen

Slide 28 - Quiz


Welk stamdeel moet je 
kiezen met de volgende 
structuurformule?
A
propaan
B
butaan
C
octaan
D
nonaan

Slide 29 - Quiz


Welke vervoeging krijgt de -NH2 groep als voorvoegsel?
A
-ol
B
-hydroxyl
C
-amino
D
-amine

Slide 30 - Quiz


Welke vervoeging krijgt de -OH groep als voorvoegsel?
A
-ol
B
-hydroxyl
C
-amino
D
-amine

Slide 31 - Quiz


Geef de naam van de volgende structuurformule:
(let op notatie)

Slide 32 - Open question

Geef de naam van de volgende structuurformule:
(let op notatie)

- Links --> rechts geeft voor de 2 hydroxylgroepen 1,2
- Rechts --> links geeft voor de 2 hydroxylgroepen 1,2
- Leesrichting is in deze situatie in beide leesrichtingen hetzelfde en mag je zelf een keuze maken.
- Indien de enige belangrijke groep -OH is dan vervoeg je deze als een achtervoegsel en geef je deze de laagste tellingslocatie mee. Ook als je met een alkeen te maken hebt.
- Het telwoord is -di want er zijn 2 hydrolxylgroepen te herkennen. Je mag ze niet opstellen tot O2H2. 

Antwoord: ethaan-1,2-diol

Slide 33 - Slide

Kan een additiereactie altijd plaatsvinden? Waarom?
A
Nee, alleen bij alkenen in het licht
B
Nee, alleen bij alkanen in het licht
C
Ja, bij alkenen
D
Ja, bij alkanen en alkenen

Slide 34 - Quiz

Kan een substitutiereactie altijd plaatsvinden? Waarom?
A
Nee, alleen bij alkenen in het licht
B
Nee, alleen bij alkanen in het licht
C
Ja, bij alkenen
D
Ja, bij alkanen en alkenen

Slide 35 - Quiz


De afbeelding hiernaast geeft een ... weer. 
A
additiereactie
B
substitutiereactie

Slide 36 - Quiz


De afbeelding hiernaast geeft een ... weer. 
A
additiereactie
B
substitutiereactie

Slide 37 - Quiz

dichloormethaan ontstaat door een substitutiereactie van methaan met chloorgas.
Geef de reactievergelijking in structuurformules

Slide 38 - Open question

Leerdoelen 
Je leert wat substitutie- en additiereacties zijn en hoe je een onverzadigde verbinding aantoont.
Je leert productieprocessen voor ethanol kennen.

Slide 39 - Slide

Additiereactie met halogenen
Bij een additiereactie voeg je een molecuul toe aan de dubbele binding van een onverzadigd koolwaterstof




Broomwater is bruin en ontkleurd bij additie. Met broomwater kunnen dus onverzadigde koolwaterstoffen worden aangetoond (= een reagens).

Slide 40 - Slide

Productie van ethanol
Ethanol is een verbinding uit de groep van de alkanolen en is beter bekend als alcohol. 

Het is op 2 manieren te maken:
- Een additie van water met etheen
- Vergisting 

Slide 41 - Slide

Productie van bio-ethanol
Door de biomassa te vergisten of fermenteren kan het omgezet worden in biobrandstof.
Koolhydraten worden omgezet in glucose wat omgezet wordt in bio-ethanol:                                                                     
Bio-ethanol kan bijgemengd worden in benzine, E5/E95 en E10
Biogas wordt gemaakt bij de vergisting van mest. 

Slide 42 - Slide

Biotechnologie

Biotechnologie is verzamelnaam voor technieken waarbij organismen worden gebruikt.

Slide 43 - Slide

Waar zien wij ethanol?
A
B
C
Geen goed antwoord
D

Slide 44 - Quiz

Bij een additie reactie wordt een stof toegevoegd aan een...
A
onverzadigde koolwaterstof
B
verzadigde koolwaterstof

Slide 45 - Quiz

Aan de slag!
6.3 Reacties
Maken opdr. 41 t/m 44
Nakijken

Slide 46 - Slide