Decimale getallen

Decimale getallen
Doel:

  • Jullie leren hoe jullie decimale getallen correct afronden.

  • jullie begrijpen hoe jullie decimale getallen kunnen schatten voor snelle berekeningen.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
RekenenISK

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Decimale getallen
Doel:

  • Jullie leren hoe jullie decimale getallen correct afronden.

  • jullie begrijpen hoe jullie decimale getallen kunnen schatten voor snelle berekeningen.

Slide 1 - Slide

Rekenen de volgende sommen
3,45 - 3,3
3,41 + 3,457
0,5 x 4

Slide 2 - Open question

Wat is afronden?
Afronden betekent dat je een getal vervangt door een eenvoudiger getal dat er dichtbij ligt. Dit helpt bij het sneller rekenen en schatten van antwoorden.

Bijvoorbeeld:

4,78 afgerond op één decimaal is 4,8

7,351 afgerond op twee decimalen is 7,35

Slide 3 - Slide

Regels voor afronden:
Kijk naar het cijfer direct achter de afrondingsplek : 

  • 0, 1, 2, 3 of 4? → Afronden naar beneden                                                             
  • 5, 6, 7, 8 of 9? → Afronden naar boven
  • Voorbeeld:
Rond 5,376 af op twee decimalen:
De tweede decimaal is 7, kijk naar de derde decimaal: 6 → afronden naar boven.
Antwoord: 5,38

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Wat betekent een 5 in de afronding?
A
Afronden naar beneden.
B
Vergeten te rekenen.
C
Afronden naar boven.
D
Niets doen.

Slide 6 - Quiz

Wat doe je met 7,351 op twee decimalen?
A
7,35
B
7,30
C
7,31
D
7,36

Slide 7 - Quiz

Hoe rond je 4,78 af op één decimaal?
A
4,7
B
4,9
C
4,8
D
5,0

Slide 8 - Quiz

Wat betekent afronden?
A
Een getal vervangen door een eenvoudiger getal.
B
Een getal optellen met vijf.
C
Een getal delen door tien.
D
Een getal vermenigvuldigen met twee.

Slide 9 - Quiz

Wat is schatten?
 
Schatten betekent een snelle benadering maken van een berekening. Dit kan handig zijn bij hoofdrekenen.

Voorbeeld 1:
4,8 × 9,2 ≈ 5 × 9 = 45 (geschat)
Voorbeeld 2:
12,4 + 8,7 ≈ 12 + 9 = 21 (geschat)

Slide 10 - Slide

Oefeningen



Rond de volgende getallen af op één decimaal:


a) 6,47

b) 8,92

c) 3,55

Rond de volgende getallen af op twee decimalen:

a) 9,678

b) 4,829

c) 2,135

Slide 11 - Slide

Schat de uitkomst van deze sommen:
  • a) 7,8 × 5,1
  • b) 14,6 + 3,9
  • c) 19,2 ÷ 4,1

Slide 12 - Slide

Hoe rond je 4,829 af op twee decimalen?
A
4,80
B
4,84
C
4,82
D
4,83

Slide 13 - Quiz

Wat is de geschatte uitkomst van 19,2 ÷ 4,1?
A
5
B
6
C
7
D
4

Slide 14 - Quiz

Hoe rond je 6,47 af op één decimaal?
A
7,0
B
6,4
C
6,6
D
6,5

Slide 15 - Quiz

Wat betekent schatten?
A
Een exacte berekening maken
B
Een soort wiskundige formule
C
Een snelle benadering maken van een berekening
D
Een schatting van een afstand

Slide 16 - Quiz