4.2 bijvoeglijk naamwoord en meervoud

Lezen
timer
10:00
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with text slides.

Items in this lesson

Lezen
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Toets bespreken
  • huiswerk nakijken
  • uitleg bijvoeglijk naamwoord
  • aan de slag met opdrachten



Doel van de les: Je weet hoe je het bijvoeglijk naamwoord moet spellen.

Slide 2 - Slide

Open je boek op blz 93
We gaan het huiswerk nakijken

Slide 3 - Slide

Vandaag doe ik mijn rode sokken aan.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin?

A: Vandaag
B: rode sokken
C: rode
D: ik

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vertelt je van welk materiaal iets gemaakt is.

Slide 6 - Slide

Nieuwe stoffen krijgen geen uitgang als bijvoeglijk naamwoord!

Slide 7 - Slide

naast het 
Naast het 'gewone' bnw (het lekkere ijsje) en het stoffelijk bnw (het gouden horloge), kun je van een werkwoord ook een bijvoeglijk naamwoord maken. 

Kun jij er een bedenken?

Slide 8 - Slide

Het kind is gevallen       -        
De tak is gebroken        -         
Het ei is gebakken         -         
De ring is gestolen         -         


De man is verdwaald      -    
De broek is gescheurd   -     
De weg is verbreed         -      
Het papier is geknipt      -      

Slide 9 - Slide

Het kind is gevallen       -        Het gevallen kind
De tak is gebroken        -         De gebroken tak
Het ei is gebakken         -         Het gebakken ei
De ring is gestolen         -         De gestolen ring


De man is verdwaald      -     De verdwaalde man
De broek is gescheurd   -     De gescheurde broek
De weg is verbreed         -      De verbrede weg
Het papier is geknipt      -      Het geknipte papier

Slide 10 - Slide

Huiswerk: 

opdr 11, 12 en 13 blz 98 t/m 99
+ werkblad

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide