BS3 Evolutietheorie; oefenen

BS3
 De evolutietheorie
1 / 30
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

BS3
 De evolutietheorie

Slide 1 - Slide

Deze les; leerdoelen
- Stappen van evolutie herhalen en verdiepen.
- Oefenen met toepassen van de stappen in een opgave.

Slide 2 - Slide

Wat heb je, naast genetische variatie, nog meer nodig om evolutie te laten plaatsvinden? (1 woord!)

Slide 3 - Open question

Evolutie
Voor evolutie zijn de volgende zaken nodig:

Genetische variatie
Selectie
Overerving


Slide 4 - Slide

Wat veroorzaakt genetische variatie?
A
Mutaties
B
Mutaties in het DNA en geslachtelijke voortplanting
C
Geslachtelijke voortplanting
D
Natuurlijke selectie en adaptatie

Slide 5 - Quiz

Genetische variatie (stap 1)
Iedereen is een beetje anders:
- Langer
- Puntigere snavel
- Dikker verenpak
- Mooiere vlekken
- Kleinere voeten
- Grotere vinnen
etc.

Genetisch variatie
(door mutatie en recombinatie)

Slide 6 - Slide

Natuurlijke Selectie (stap 2)
Niet iedereen kan zich voortplanten: 
- Vroegtijdig overlijden door zware omstandigheden (bijv. klimaat, predatie, voedseltekort)


Selectiedruk/ Natuurlijke selectie

Slide 7 - Slide

Natuurlijke selectie (stap 2)
Selectiedruk = invloed van milieufactoren op genetische variatie in een populatie.
  • hoog --> overleven/voortplanten is moeilijk
  • laag --> overleving voor iedereen makkelijker

To fit = passen, aanpassen (Engels)
Fitness = kans op nakomelingen (hoge fitness; meer kans op nakomelingen).
Fitness is afhankelijk van het milieu.

Slide 8 - Slide

Selectiedruk, een voorbeeld: de berkenspanner

Slide 9 - Slide

Welke berkenspanners hebben in vervuilde omstandigheden de grootste fitness?
A
De donkere berkenspanners
B
De lichte berkenspanners

Slide 10 - Quiz

Voorbeeld Berkenspanners
Door adaptatie verandert de allelfrequentie

Slide 11 - Slide

Natuurlijke Selectie (stap 2)
Welke eigenschappen een hoge fitness hebben is afhankelijke van de selectiedruk. 

Bijv.:
Koudere winter- Gunstige eigenschap = Dikker verenpak
Tekort aan partners - Gunstige eigenschap = Mooiere vlekken
Weinig voedsel - Gunstige eiegnschap = Grotere vinnen
 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Uitwerking
- Noteer een biotische factor die selectiedruk uitoefent ten gunste van een witte vachtkleur in de winter.
- Noteer een abiotische factor die de selectiedruk beïnvloedt ten gunste van een witte vachtkleur in de winter.
Biotische factor = iets dat leeft; wat heeft invloed dat je als haas wel of niet wordt opgegeten door je witte vachtkleur?
Wat is abiotisch dat ook wit is, waardoor je goed gecamoufleerd bent?

 • predatie/coyote/vos/lynx/predatoren/roofdieren    1
• (de aanwezigheid van) sneeuw    1

Slide 14 - Slide

Darwin gebruikte bij het opstellen van zijn evolutietheorie het begrip 'survival of the fittest'. Deze uitdrukking wordt meestal vertaald met 'het overleven van de sterksten'. Welke van de onderstaande individuen worden in deze uitdrukking bedoeld met 'de sterksten'?
A
De individuen die de meeste kracht kunnen leveren.
B
De individuen die de beste overlevingskansen hebben
C
De individuen die de meeste nakomelingen krijgen.
D
De individuen van de soorten die boven in de voedselpiramide staan.

Slide 15 - Quiz

Overerving (stap 3)
Overerving
Individuen die voortplanten geven hun genen door aan volgende generatie.

Genen van de individuen die niet overleven 
of voortplanten sterven uit.

Er treedt een verandering op in de eigenschappen/genenpool van de volgende generatie. 

Slide 16 - Slide

Stappenplan evolutievraag
  1. Door recombinatie en/of mutaties ontstaat genetische variatie in de populatie  

  2. De best aangepaste individuen met eigenschap .. X.. hebben een grotere kans om te overleven en voort te planten, door natuurlijke selectie

  3. Hierdoor komt de gunstige eigenschap steeds vaker voor in de populatie (dus allelfrequentie wijzigt) = evolutie

Slide 17 - Slide

Zet in de juiste volgorde:
I - Dankzij zijn kleur valt een zwarte koolmees niet op bij katten. Hij leeft lang en krijgt veel nakomelingen
II - Het aantal allelen voor de zwarte kleur neemt toe in de populatie
III - Door natuurlijke selectie zijn er veel zwarte koolmezen ontstaan
IV - Door een mutatie ontstaat een zwarte koolmees in een populatie
A
II - IV - II - III
B
I - II - IV - III
C
IV - I - II - III
D
IV - II - III - I

Slide 18 - Quiz

Oud-examenvraag 
Leg in drie stappen uit dat, door veranderingen in het DNA, in deze nieuwe leefomgeving een populatie van superkreeften kon ontstaan waarvan de eigenschappen afwijken van die van de oorspronkelijke migranten uit de Atlantische Oceaan.


Uit het antwoord moet blijken dat
- binnen de populatie door mutatie nieuwe varianten ontstaan/varianten aanwezig zijn (1p)
- er selectie plaatsvindt / de aangepaste individuen overleven (1p)
 - de (best) aangepaste individuen de eigenschappen doorgeven (1p)

Slide 19 - Slide

Leg in drie stappen uit dat, door veranderingen in het DNA, in deze nieuwe leefomgeving een populatie van superkreeften kon ontstaan waarvan de eigenschappen afwijken van die van de oorspronkelijke migranten uit de Atlantische Oceaan.


Slide 20 - Slide

Oefening
Beschrijf de drie stappen van evolutie (variatie, selectie, overerving) bij huisjesslakken aan de hand van het volgende filmpje.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Evolutie bij huisjesslakken

2p - Welke variatie zien we in de populatie? Hoe is deze ontstaan?

2p - Wat zorgt voor selectiedruk? Wie heeft de hogere fitness?

2p - Beschrijf overerving in en adaptatie van de populatie. 

Slide 24 - Slide

Voorbeeld 
Peper-en-zout mot (berkenspanner) 

Industriële revolutie (1819) 

Slide 25 - Slide

Oefening
Beschrijf de drie stappen van evolutie (variatie, selectie, overerving) bij de Berkenspanner. 

Slide 26 - Slide

Uitwerking vraag
Variatie (2p) - In de populatieslakken komen zowel donkere als lichtere varianten voor door mutaties is deze genetische variatie ontstaan.
Selectie (2p) - Temperatuur/de zon/klimaatverandering zorgt voor selectiedruk.  Lichtgekleurde slakken hebben een hogere fitness.
Overerving (2p) - Lichtgekleurde slakken geven hun genen vaker door aan de volgende generatie, in de volgende generatie zullen meer slakken licht gekleurd zijn. 

Slide 27 - Slide

Inhoeverre heb je het onderstaande lesdoel behaald?

"Ik kan de stappen van evolutie toepassen in een opgave."
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
    Fijne vakantie!

Slide 29 - Slide

Aan de slag
Maken: opdrachten 32 t/m 39 (HW)
Test jezelf BS1 t/m 3
BS4 lezen en begrippenlijst aanvullen

Slide 30 - Slide