Tijdens de presentatie op donderdag 26 januari kan ik:
- Vertellen hoe oud ik ben. (Je m'appelle....)
- Vertellen waar ik woon. (J'habite à.....)
- Vertellen wat voor soort hapje het is. (C'est......)
- Vertellen of het lekker is. (J'aime......)
- Vertellen of ik Frans kies. (Oui, je choisis le Français)
- Vertellen waarom ik Frans wel of niet kies. (Je choisis le Français parce que j'aime la langue)