1. De leerlingen kunnen hun eigen fouten op de toets herkennen en begrijpen waarom het fout was.
(Reflectie op kennis en inzicht)
2. De leerlingen kunnen uitleggen wat ze de volgende keer anders moeten doen om hun resultaat te verbeteren.
(Leren van fouten en plannen voor verbetering)
3. De leerling kan uitleggen hoe Berlijn is opgebouwd en welke verschillende stadsdelen en kenmerken de stad heeft.
4. De leerling kan uitleggen welke gevolgen de opbouw en structuur van Berlijn hebben gehad voor de stad en zijn bewoners.