Rekenen van alles

Rekenen 
Donderdag 3 april klas F3
Goedemiddag zorg dat je jas op de kapstok is en je mobiel in de kluis. Ipad klaar op Studiemeter.
We beginnen even met een korte rekenquiz

1 / 39
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 1-4

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Rekenen 
Donderdag 3 april klas F3
Goedemiddag zorg dat je jas op de kapstok is en je mobiel in de kluis. Ipad klaar op Studiemeter.
We beginnen even met een korte rekenquiz

Slide 1 - Slide

mijnles.nu/
XZCLQKE
13.05 jas/ mobiel spullen  klaar inloggen Deviant
13.10  rekenquiz / instructie ( doel) in 2-tallen
13.25 Zelfstandig werken op eigen niveau
13. 45 evaluatie hoe ging de les? enquête docent

Slide 2 - Slide

Hoeveel is de 3 waard in € 43,85
A
€ 0,30
B
€ 3,00
C
€ 30,00
D
€ 0,03

Slide 3 - Quiz

2584: Hoeveel is de 5 waard?
A
5
B
50
C
5000
D
500

Slide 4 - Quiz

48 : 6 =

Slide 5 - Open question

Hoeveel procent is gekleurd?
A
100%
B
25%
C
75%
D
50%

Slide 6 - Quiz



1) Hoeveel eierdozen zie je? 
2) Hoeveel eieren per doos?
3) 5 keer 6 eieren
4) 5 x 6 = 30
HOEVEEL EIEREN?
Welke som hoort hier bij? 
A
5 x 9
B
6 x 6
C
6 x 5
D
5 x 6

Slide 7 - Quiz

Hoe laat is het?
5.45 uur
A
kwart voor 5
B
kwart voor 6

Slide 8 - Quiz

Hoe laat is het?
A
kwart voor 1
B
tien over 9
C
kwart voor 2
D
2 uur

Slide 9 - Quiz


A
Meer
B
Minder

Slide 10 - Quiz

Welke letter hoort bij
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 11 - Quiz

27 x 2 =

Slide 12 - Open question

Ik heb 200 gram bloem nodig voor 2 taarten. Hoeveel gram bloem heb ik nodig voor 1 taart?
A
50
B
400
C
100
D
10

Slide 13 - Quiz

1 liter cola kost 2 euro.
Hoeveel kost 1,5 liter?
A
4
B
1,50
C
3
D
2,50

Slide 14 - Quiz

Wat moet erbij?
989 + ........ = 1000
A
1
B
11
C
21

Slide 15 - Quiz

Wat is de
omtrek?
A
8 cm
B
16 cm
C
15 cm
D
130 cm

Slide 16 - Quiz

Welke maat noem je de inhoud?
A
meter
B
gram
C
liter

Slide 17 - Quiz

Hoeveel maanden is een kwartaal?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 18 - Quiz

25,2 + 4,5 =
A
297
B
25,7
C
29,7
D
30

Slide 19 - Quiz

Een slager doet 5 worsten in een zakje. Hij heeft 55 worsten.
Hoeveel zakjes kan hij vullen?
A
15
B
20
C
10
D
11

Slide 20 - Quiz


A
2/5
B
2/10
C
1/10
D
1/5

Slide 21 - Quiz

Hoe noem je het decimale getal
0,3
A
3
B
3 tiende
C
3 honderdste
D
3 duizendste

Slide 22 - Quiz

Een kok heeft 3 liter nodig om 20 toetjes te maken. Hoeveel heeft hij nodig voor 10 toetjes? Geef het antwoord in liters.

Slide 23 - Open question

5 flessen cola kosten € 9,97
Wat kost 1 fles ongeveer?
A
€ 4,50
B
€ 3,00
C
€ 2,00
D
€ 2,50

Slide 24 - Quiz

Hoeveel mm is 7,6 cm?

Slide 25 - Open question

Hoeveel wandelaars waren
er op donderdag?
A
60
B
40
C
100
D
50

Slide 26 - Quiz

Wat is de oppervlakte
A
32 dm²
B
63 dm²
C
16 dm²
D
36 dm²

Slide 27 - Quiz

3/4 van 80
A
20
B
40
C
75
D
60

Slide 28 - Quiz

75% van 80
A
20
B
60
C
75
D
40

Slide 29 - Quiz

25% van 40 = ?
A
25
B
10
C
4
D
20

Slide 30 - Quiz

1/5 deel is hoeveel %?
A
5%
B
25%
C
20%
D
50%

Slide 31 - Quiz

Wat betekent de 6 in 3,96 m?

A
6 m
B
6 dm
C
6 cm
D
6 mm

Slide 32 - Quiz

5 x € 3,75 =

Slide 33 - Open question

Wat is de
oppervlakte?
A
8 cm2
B
16 cm2
C
15 cm2
D
130 cm2

Slide 34 - Quiz

Hoeveel is een 1/3 van 150?
A
15
B
100
C
20
D
50

Slide 35 - Quiz

Hoeveel is een derde van 150?
A
15
B
100
C
20
D
50

Slide 36 - Quiz

Hoeveel procent is 1/10?

Slide 37 - Open question

Welk getal is gelijk aan 6 honderdsten?
A
0,6
B
0,006
C
0,06
D
6

Slide 38 - Quiz

Hoe heb je deze oefenopgaven gemaakt?
0100

Slide 39 - Poll