2.1: Soorten krachten

Goedemorgen!
Pak je werkboek en je schrift alvast voor je.
Vandaag hebben we het over soorten krachten.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Goedemorgen!
Pak je werkboek en je schrift alvast voor je.
Vandaag hebben we het over soorten krachten.

Slide 1 - Slide

Programma van deze les
  1. Activeren voorkennis 
  2. Uitleg paragraaf 1: soorten krachten (1e helft)
  3. Krachten meten
  4. Zelfstandig werken aan de opdrachten van paragraaf 1
  5. Afsluiting

Slide 2 - Slide

Voorkennis activeren
Wat weet je al over krachten? Blz. 66 werkboek A.
Maak opdracht 2 en 3.
timer
3:00

Slide 3 - Slide

Wat is het verschil tussen gewicht en massa?

Slide 4 - Slide

Maak nu ook opdracht 4
op blz. 67

Slide 5 - Slide

Leerdoelen  
    Je kunt:
  1. uitleggen welke veranderingen een kracht kan veroorzaken
  2. vijf soorten krachten opnoemen en beschrijven
  3. de grootte van een kracht meten
  4. de zwaartekracht op een massa berekenen
  5. een krachtenschaal gebruiken om een kracht op schaal te tekenen
  6. het zwaartepunt van een voorwerp bepalen

Slide 6 - Slide

Krachten veroorzaken verandering.

Verandering van de snelheid of richting, maar ook van de vorm van een object.
Elastisch: voorwerp krijgt originele vorm terug.
Plastisch: voorwerp is blijvend vervormd.

Slide 7 - Slide

Soorten krachten die je moet kennen

  • Spierkracht
  • Veerkracht
  • Spankracht
  • Zwaartekracht
  • Magnetische kracht 

Slide 8 - Slide

Krachten kun je meten
Want: 



Fz= zwaartekracht in newton (N) 
m= massa in kilogram (kg)
g= de sterkte van de zwaartekracht op aarde in newton per kilogram (N/kg)
Op aarde altijd 9,8 N/kg
Fz=mg

Slide 9 - Slide

Opdracht in tweetallen
Kun je met behulp van een krachtmeter en de formule

de massa van een gewichtje bepalen?

Fz=mg

Slide 10 - Slide

Zelfstandig aan de slag
Wat: 2.1: Opdracht 1 a,b en c(kennis) en 3 en 4 (inzicht). Verdieping: opdracht 8*
Hoe: Eerste 5 minuten stil, daarna mag je fluisterend overleggen met je buur.
Hulp: Lukt het niet? Vraag eerst je buur. Kom je er samen niet uit, steek dan je hand op.
Tijd: Zie timer.
Uitkomst: De lesstof komt terug op de toets en aan het eind van de les in de quiz!
Klaar: Verschillende keuzes: lees alvast blz 70 en 71 voor de volgende les of maak opdracht 8*(verdieping). Lees in je leesboek.
Of: Maak een begrippen-memory. Knip witte vierkanten uit, schrijf op 1 kaart het begrip en op het andere een tekening of beschrijving van het begrip (dit worden je memory sets). Verzamel van elke paragraaf de begrippen op deze manier zodat je aan het eind van de periode alle begrippen spelend kunt oefenen met je klasgenoten, vrienden of familie. Of maak flitskaarten!
timer
1:00

Slide 11 - Slide

Afsluiting
  • Korte quiz (3 vragen)
  • Volgende les 

Slide 12 - Slide

Vraag 1
Noem vier krachten

Slide 13 - Slide

Vraag 2
Noem een verschil tussen veerkracht en spankracht.

Slide 14 - Slide

Vraag 3
Wat meet een weegschaal? Je gewicht of je massa?

Slide 15 - Slide

Volgende les
Gaan we krachten tekenen.

Slide 16 - Slide