Oefenen klas 1 hoofstuk 2

Hoofdstuk 2
Bevolking en cultuur
1 / 22
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 2
Bevolking en cultuur

Slide 1 - Slide

De manier waarop mensen over een gebied verspreid zijn, noemen we?
A
bevolkingsdichtheid
B
Bevolkingsgrafiek
C
Cultuurgebied
D
Bevolkingsspreiding

Slide 2 - Quiz

Is de volgende zin juist of onjuist.
In arme landen geeft een klein gezin veel aanzien.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quiz

Is de volgende zin juist of onjuist?
Of er veel of weinig kinderen in een land wonen, zie je in een bevolkingsgrafiek
A
Juist
B
Onjusit

Slide 4 - Quiz

Is de volgende zin juist of onjuist?
Als je voor je werk uit je eigen land verhuist, noem je dat immigratie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quiz

Is de volgende zin juist of onjuist?
De levensverwachting in arme landen is lager dan in rijke landen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Het door elkaar gebruiken van verschillende culturen
A
Cultuurgebied
B
Cultuurvermenging
C
Amerikanisering
D
Cultuurelement

Slide 7 - Quiz

Noteer de juiste woorden bij de letters A en B.

Veel Europese landen als Engeland en Frankrijk waren vroeger de baas in landen in andere werelddelen. Die landen werden <A>. Daardoor heeft de Europese cultuur zich verspreid over een groot deel van de wereld. Dit heet <B>

Slide 8 - Open question

De belangrijkste kenmerken van een cultuur: Taal, godsdienst en gewoonten
A
Cultuurgebied
B
Cultuurvermenging
C
Amerikanisering
D
Cultuurelement

Slide 9 - Quiz

Een gebied waar mensen met dezelfde cultuurelementen wonen
A
Cultuurgebied
B
Cultuurvermenging
C
Amerikanisering
D
Cultuurelement

Slide 10 - Quiz

Het overnemen van cultuurelementen uit de cultuur van de Verenigde Staten
A
Cultuurgebied
B
Cultuurvermenging
C
Amerikanisering
D
Cultuurelement

Slide 11 - Quiz

Een Nederlander die in Brazilië gaat werken is voor de Nederlanders een <A>. Een Braziliaan die in Nederland komt wonen, is voor Nederlanders een <B>.

Slide 12 - Open question

Welk cultuurgebied hoort bij het stukje tekst?
Oude gebruiken en westerse gewoonten komen naast elkaar voor. Veel inwoners spreken naast hun eigen taal ook Frans of Engels. Dat komt omdat veel landen vroeger een kolonie waren van een Europees land.
A
Hindoeistisch cultuurgebied
B
Orthodoxe cultuurgebied
C
Afrikaanse cultuurgebied
D
Westerse cultuurgebied

Slide 13 - Quiz

Over welk cultuurgebied gaat het stukje tekst?
Het heeft een eigen cultuur met het shintoïsme als de belangrijkste godsdienst. Het heeft veel bijzondere gewoonten, maar is ook erg verwesterd.
A
Japan
B
Rusland
C
China
D
India

Slide 14 - Quiz

Juist of onjuist?
In arme landen is de onderkant van de bevolkingsgrafiek breder dan bij rijke landen
A
Juist
B
Onjusit

Slide 15 - Quiz

juist of onjuist
In rijke landen zijn de staven van 60 jaar en ouder breder dan bij arme landen. (in de bevolkingsgrafiek)
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

juist of onjuist
Aan een bevolkingsgrafiek kan je goed zien of er veel of weinig migratie is in een land
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quiz

Op een kaart van Rusland in de atlas kun je goed zien dat de bevolking ongelijk verdeeld is over het land. Ook kun je zien dat er op een vierkante kilometer in het westen veel meer mensen wonen dan op hetzelfde oppervlak in het oosten. Welk begrip hoort hier bij?
A
Levensverwachting
B
Bevolkingsspreiding
C
Bevolkingsdichtheid
D
Cultuurvermenging

Slide 18 - Quiz

Wie zegt wat?
We laten de armoede achter ons, in de stad is meer werk
A
Arbeidsmigrant
B
Asielzoeker
C
Migrant
D
Vluchteling

Slide 19 - Quiz

Wie zegt wat?
Ik verlaat mijn vaderland om bij mijn man te gaan wonen
A
Arbeidsmigrant
B
Asielzoeker
C
Migrant
D
Vluchteling

Slide 20 - Quiz

Wat is de belangrijkste pushfactor van onderstaand stukje tekst?
Vanaf 2011 waren er in Syrië gewapende opstanden tegen de Syrische overheid. Deze burgeroorlog telde meer dan 200 000 doden en bijna 4 miljoen mensen ontvluchtten het land.
A
Natuurrampen
B
Oorlog
C
Cultuurverschillen
D
Te weinig werk

Slide 21 - Quiz

Noem een voorbeeld van amerikanisering

Slide 22 - Open question