This lesson contains 14 slides, with text slides and 1 video.
Items in this lesson
5.2 De vroegmiddeleeuwse landbouwsamenleving
Slide 1 - Slide
Middeleeuwen
Na verdwijnen Romeinen wordt Europa weer een landbouwsamenleving.
Géén grote steden, géén langeafstandshandel.
Er ontstaan kleinere koninkrijken (waar een koning de baas is). Er waren veel oorlogen, waardoor gebieden onveilig werden.
Mensen gaan op zoek naar een veilige plek, zoek veiligheid op een domein.
Slide 2 - Slide
Middeleeuwen
Domein: Land van de heer (=leenman van de koning) en boerderijen van de horigen
Horigen werken op het land in ruil voor bescherming
Slide 3 - Slide
Hofstelsel (1)
Een dorp met landbouwgrond heette een domein
De heer, bijvoorbeeld een ridder, was de baas van een domein: alle grond was van hem.
Hij woonde soms in een donjon / mottekasteel, een soort kasteel en soms in een vroonhof, de grote boerderij van de heer in het dorp
Slide 4 - Slide
Hofstelsel (2)
In het hofstelsel was het domein in twee stukken verdeeld.
Het ene deel van de grond was verpacht (verhuurd) aan horige boeren voor eigen opbrengst. Zij moesten een deel van opbrengst als pacht (belasting) betalen)
De opbrengst van het andere deel was volledig van de heer.
De agrarisch-urbane samenleving uit de Romeinse tijd, wordt weer een agrarische samenleving, ieder domein is zelfvoorzienend.
Slide 5 - Slide
Een donjon, of mottekasteel, was een versterkte wachttoren. Hier woonde de heer als er gevaar was.
Het gebied buiten het domein bestond uit de grond van de vrije boeren en de woeste gronden, onontgonnen gebied en bossen.
De vrije boeren moesten tijdens een oorlog wél meevechten met de heer. De wapenuitrusting moesten ze zelf betalen.
De akkers van de heer werden bewerkt door horigen. Er waren akkers waarbij de volledige opbrengst naar de heer ging, en er waren akkers waarbij een deel van de opbrengst voor de horige boeren was. Overigens moesten ze hun pacht ook weer van deze opbrengst betalen.
Het vroonhof was de boerderij (hoeve) van de heer. Hier woonde de heer als er geen gevaar was. De opbrengsten van zijn akkers werd in schuren opgeslagen. In woningen naast een vroonhof woonden de horige boeren in geval van gevaar, zoals oorlog.
Bij het vroonhof waren stallen voor de dieren en boomgaarden.
Horigen woonden in vredestijd buiten het vroonhof
Met het hofstelsel bedoelen we het hele systeem (stelsel) van heren en horigen, inclusief de pacht en de herendiensten.
Slide 6 - Slide
Het drieslagstelsel
Als landbouwgrond elk jaar wordt gebruikt, dan wordt de grond onvruchtbaar, waardoor de oogst steeds minder werd.
Met het drieslagstelsel werd de grond verdeeld in drie stukken,
waarbij elk jaar één stuk grond niet gebruikt werd (braak).
Hierdoor kon de grond herstellen en werd de opbrengst hoger.
Slide 7 - Slide
Braak
🐄
Zomergraan
🏖
Hoe werkt het drieslagstelsel?
Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Wintergraan
☃️
Zomergraan
🏖
Braak
🐄
Wintergraan
☃️
Braak
🐄
Wintergraan
☃️
Zomergraan
🏖
Slide 8 - Slide
Veel plichten,
weinig rechten
Iedereen op het domein van de heer hoorde bij het domein
De boeren waren horigen van de heer: ze moesten gehoorzaam zijn
Om op de grond van de heer te kunnen wonen, moest je pacht betalen.
De horigen waren ook verplicht om herendiensten, klusjes, te doen.
Een horige moest overal toestemming voor vragen, ook om te trouwen
Een gevluchte horige was na een jaar en een dag een vrije boer.
Slide 9 - Slide
Ridders en kastelen
Ridders waren strijders te paard die vochten voor een heer
In ruil daarvoor kreeg hij een paard, de wapenuitrusting en een kasteel
In naam van de heer sprak hij soms ook recht in zijn gebied.
Ridders woonden in kastelen, maar dat waren in het begin vaak houten boerderijen, die pas later van steen werden.
De meeste kastelen die er nu nog staan zijn van na het jaar 1000
Slide 10 - Slide
Handel in Dorestad
Naast landbouw bestond de handel nog.
In kleine handelssteden, zoals Dorestad.
Handelswaren uit Azië, West- en Oost Europa.
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Video
De Noormannen / vikingen
- Afkomstig uit het Oostzeegebied.
- Goede zeevaarders, ontdekken Amerika
- Komen om te handelen, soms ook plunderen, Dorestad was vaak slachtoffer.