Taaltrap les 7 Geld

Taaltrap les 7
In deze les leer je over geld.

  • euro
  • munten
  • papier geld
  • hoeveel is het?

1 / 33
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Taaltrap les 7
In deze les leer je over geld.

  • euro
  • munten
  • papier geld
  • hoeveel is het?

Slide 1 - Slide

Wat kun je kopen 
met geld?

Slide 2 - Mind map

het muntgeld
de mobiel
het briefgeld
de pinpas
Manieren om te betalen: met ...

Slide 3 - Drag question

7.1 Geld
Luister en lees mee.

Geld
7.1  Geld - blz. 38 + 39

Slide 4 - Slide

Luisteren
Pak je boek en lees mee op bladzijde 40
7.2
7.3
7.2 en 7.3   - Luisteren 

Slide 5 - Slide

7.4 Geld
Hoeveel geld zit er in de portemonnee?

Luister goed!
Hoeveel geld?
7.4   - Luisteren en nazeggen  - blz 41

Slide 6 - Slide

Luisteren
Schrijf de werkwoorden van blz. 40 in je schrift
 7.3   -  Schrijven

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

16 euro
10 euro
14 euro
15 euro

Slide 9 - Drag question

€ 4

Slide 10 - Drag question

€ 7

Slide 11 - Drag question

€ 9

Slide 12 - Drag question

€ 10,05

Slide 13 - Drag question

€ 3,10

Slide 14 - Drag question

Nieuwe woorden
Kijk mee
lees mee
luister mee
en 
onthoud! 

Slide 15 - Slide

Luisteren
Ik koop vanmiddag een nieuwe jas.
Mijn zus kocht gisteren een mooie ketting.
Jouw vriend heeft een blikje cola gekocht.

Mijn telefoon abonnement kost niet veel geld.
Die mooie ketting kostte vorig jaar wel 100 euro.
De Porsche heeft heel veel geld gekost.

 7.3   -  werkwoorden

Slide 16 - Slide

Luisteren
Vandaag betaal ik met mijn pinpas.
Gisteren betaalde ik met geld uit mijn portemonnee.
Mijn broer heeft mijn lunch betaald.

De docent geeft les aan klassen van de ISK.
Vorig jaar gaf mijn vriend een groot feest.
Hij heeft mij een mooi cadeau gegeven.


 7.3   -  werkwoorden

Slide 17 - Slide

Luisteren
Morgen krijgen de kinderen een leuke gymles.
De jongens kregen straf van de docent.
Mijn zusje heeft een rode fiets gekregen.
 7.3   -  werkwoorden

Slide 18 - Slide

Luisteren
    tegenwoordige tijd  -  verleden tijd    -  voltooide tijd
 7.3   -  werkwoorden - blz. 40

Slide 19 - Slide

Luisteren
Schrijf de werkwoorden van blz. 40 in je schrift
 7.3   -  Schrijven  -   blz. 40

Slide 20 - Slide

de pinpas

Slide 21 - Slide

de bank

Slide 22 - Slide

de pinautomaat

Slide 23 - Slide

het geld

Slide 24 - Slide

de spaarpot

Slide 25 - Slide

de portemonnee
- een tasje of zakje waarin je je geld bewaart
- een beurs

Kun je me wat geld lenen? Ik ben mijn portemonnee vergeten.

Slide 26 - Slide

Luisteren
Bladzijde 40
 
vandaag = tegenwoordige tijd

gisteren = verleden tijd
of voltooide tijd
7.2 tegenwoordige 
en verleden tijd

Slide 27 - Slide

tegenwoordige tijd
verleden tijd
voltooide tijd
koopt
kost
gaat betalen
geeft
krijgt 
heeft gekocht
kostte
heeft betaald
gaf
kreeg

Slide 28 - Drag question

Taalriedel 1
Kies iemand uit de klas om de taalriedel samen mee te oefenen.
Wissel ook van rol.
Hoeveel kost dat?

Slide 29 - Slide

Taalriedel 2
Kies iemand uit de klas om de taalriedel samen mee te oefenen.
Wissel ook van rol.
Mijn tas is gestolen.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Ik kan praten over geld!
😒🙁😐🙂😃

Slide 32 - Poll

Slide 33 - Link