Rechtstaat §5.4

H5 Rechtsstaat 
1 / 30
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

H5 Rechtsstaat 

Slide 1 - Slide

§5.4 Criminaliteit

Slide 2 - Slide

PROGRAMMA 
DOELEN

UITLEG 
+ QUIZ klassikaal
AFMAKEN §5.4 individueel en/of samen met buurvrouw of -man
Eventueel  Filmpje Grondwet 

Slide 3 - Slide

LEERDOELEN
• Je kunt uitleggen wat criminaliteit is.
• Je kunt het verschil uitleggen tussen overtredingen en misdrijven en hiervan voorbeelden geven.
• Je kunt uitleggen dat criminaliteit tijdgebonden en plaatsgebonden is en hiervan voorbeelden geven

Slide 4 - Slide

Wat is criminaliteit?
Als je geen rekening met anderen houdt ben je asociaal bezig. Maar als je daarmee ook een wetsregel overtreedt ben je strafbaar. Je pleegt dan een delict, een strafbaar feit. 

Weet je het nog? Omdat we een rechtsstaat zijn moet iedereen zich aan de wet houden, ook de overheid.

Slide 5 - Slide

Overtreding

Strafbare feiten die minder erg zijn.

Bijv. Zonder helm rijden: je krijgt wel een boete, maar hoeft niet naar de rechter en geen strafblad.
Misdrijf

Ernstige strafbare feiten.

Bijv. Stelen, mishandeling, drugshandel: Je wordt verhoord, krijgt vaak een zwaardere straf en een strafblad. 
Criminaliteit: alle misdrijven zoals die in de wet staan.

Slide 6 - Slide


A
Overtreding
B
Misdrijf

Slide 7 - Quiz


A
Overtreding
B
Misdrijf

Slide 8 - Quiz


A
Overtreding
B
Misdrijf

Slide 9 - Quiz


A
Overtreding
B
Misdrijf

Slide 10 - Quiz

Wetboek  van strafrecht
Hierin staan alle bepalingen over strafbaar gedrag

Andere boeken waarin  criminaliteit staat beschreven:
Wegenverkeerwet
Economische delicten
Opiumwet
Daarnaast gelden de rechtsregels van de Europese Unie en internationale verdragen

Slide 11 - Slide



Tijdgebonden

Wat strafbaar is en wat niet verandert door de tijd heen.

Bijv. Vroeger was overspel strafbaar, nu niet meer. 



Plaatsgebonden

Wat in Nederland is toegstaan kan in een ander land strafbaar zijn. 

Bijv. wapenbezit is in de VS legaal, in Nederland niet. 
Criminaliteit is afhankelijk van tijd en plaats

Slide 12 - Slide

Gevolgen criminaliteit
Materiële gevolgen: schade die je kunt berekenen in geld. Bijvoorbeeld een vernielde winkelruit. 

Niet-materiële gevolgen: gevolgen die niet in geld zijn uit te drukken. Bijv. angst voor een nieuwe inbraak.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Oorzaken van criminaliteit
Er is vaak niet één bepaalde reden waarom mensen crimineel worden. Er zijn wel aangewezen risicofactoren. 
  1. Slechte opvoeding
  2. Groepsdruk
  3. Alcohol of drugsgebruik
  4. Spijbelen/schooluitval
  5. Biologische factoren
Let op: je kunt met al deze factoren te maken hebben, zonder de criminaliteit in te gaan!

Slide 15 - Slide

Wat is het verschil tussen asociaal en strafbaar gedrag?
A
Op strafbaar gedrag staat een celstraf
B
Op strafbaar gedrag staat een boete
C
Als je strafbaar bent ga je tegen de wet in
D
Als je strafbaar bent ga je tegen de maatschappij in

Slide 16 - Quiz

Waarvan is sprake?
Overtreding 
Misdrijf
Door rood fietsen
Moord
Strafblad
Rijden zonder helm
Wildplassen
Inbraak
Handel in drugs

Slide 17 - Drag question

In welk voorbeeld is er sprake van strafbaar gedrag?
A
Voordringen bij de kassa
B
Door rood rijden
C
Hardop muziek luisteren in de bus
D
Niet opstaan voor een invalide persoon.

Slide 18 - Quiz

tijdgebonden criminaliteit 
plaatsgebonden criminaliteit
Te klein geboren kinderen weggooien
Pistool bij je hebben
internet
fraude
overspel
abortus

Slide 19 - Drag question

Maken §5.4 af.
LEERDOELEN: 
• Je kunt uitleggen wat criminaliteit is.
• Je kunt het verschil uitleggen tussen overtredingen en misdrijven en hiervan voorbeelden geven.
• Je kunt uitleggen dat criminaliteit tijdgebonden en plaatsgebonden is en hiervan voorbeelden geven

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Welke risicofactor zie overduidelijk terug in het vorige filmpje?

Slide 23 - Open question

Een verdachte
A
heeft altijd iets strafbaars gedaan
B
heeft geen rechten
C
wordt altijd veroordeeld
D
is misschien schuldig

Slide 24 - Quiz

Politie
Officier van justitie
Maakt een proces-verbaal.
Kan kiezen voor vervolging
Arresteert de verdachte.
Te weinig bewijs dus, seponeren

Slide 25 - Drag question

Officier 
van
justitie
Rechter
Verdachte
Advocaat
Ik word verdacht van mishandeling.
Ik vertel waar de verdachte van wordt beschuldigd.
Ik verdedig de verdachte zo goed mogelijk.
Ik beslis of de verdachte schuldig is.

Slide 26 - Drag question

Zet het verloop van een rechtszaak in de goede volgorde
Uitspraak/ Vonnis
Advocaat houdt toespraak
Verhoor getuigen
Aanklacht
Opening
Verhoor verdachte
Officier van Justitie aan het woord
Laatste woord verdachte

Slide 27 - Drag question

Verdachte
Rechters
Advocaat
OvJ

Slide 28 - Drag question

Geef bij de volgende situaties aan of het gaat om repressie of preventie. Sleep het juiste antwoord naar de bijbehorende situatie.
Sommige mensen vinden dat kinderlokkers levenslang moeten krijgen.
Vaak kondigt de politie snelheidscontroles van tevoren al aan.
Preventie
Repressie

Slide 29 - Drag question

bijkomende straf
maatregel
hoofdstraf
celstraf
taakstraf
inleveren rijbenwijs
geldboete
TBS
Ondertoezicht
stelling

Slide 30 - Drag question