Samenhang tussen alinea's en zinnen

Samenhang tussen alinea's en zinnen

Welkom! 
Maak een naamkaartje voorin de klas.
Ga daarna rustig zitten, pak je laptop/telefoon erbij en log in op LessonUp
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Samenhang tussen alinea's en zinnen

Welkom! 
Maak een naamkaartje voorin de klas.
Ga daarna rustig zitten, pak je laptop/telefoon erbij en log in op LessonUp

Slide 1 - Slide

Planning
-Terugblik
-Voorkennis ophalen
-Uitleg
-Aan de slag!
-Afsluiting

Slide 2 - Slide

Afspraken


10 minuten inloop. Daarna te laat: beneden melden
Meenemen:
-Opgeladen laptop
Respect voor elkaar, bv:
-Niet door elkaar heen praten
-Iedereen in zijn/haar waarde laten

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van de les...
-heb je de theorie over de vorige les opgehaald door middel van opdrachten;
-heb je opdrachten gemaakt over de nieuwe theorie;
-kun je bepalen wat voor nut signaalwoorden en -zinnen hebben in een tekst door middel van een opdracht. 

Slide 4 - Slide

Terugblik
Vorige keer: intensief lezen en inleiding, middenstuk en slot

Slide 5 - Slide

Wat is het doel van verkennend lezen?
A
Achterhalen waar de tekst in grote lijnen over gaat
B
De tekstsoort en het onderwerp van de tekst bepalen
C
Precies weten waar de tekst over gaat

Slide 6 - Quiz

Wat is het doel van globaal lezen?
A
Achterhalen waar de tekst in grote lijnen over gaat
B
De tekstsoort en het onderwerp van de tekst bepalen
C
Precies weten waar de tekst over gaat

Slide 7 - Quiz

Wat is het doel van intensief lezen?
A
Achterhalen waar de tekst in grote lijnen over gaat
B
De tekstsoort en het onderwerp van de tekst bepalen
C
Precies weten waar de tekst over gaat

Slide 8 - Quiz

Wat is een inleiding?
Vul aan:
Een stukje tekst waarin...
A
het onderwerp wordt geïntroduceerd
B
het onderwerp uitgewerkt wordt
C
het onderwerp wordt afgesloten

Slide 9 - Quiz

Hoe kan een schrijver het onderwerp uitwerken in het middenstuk?
A
Een anekdote geven
B
Een uitsmijter geven
C
De stelling noemen
D
Argumenten geven

Slide 10 - Quiz

Wat moet je NIET doen in een slot?
A
Een conclusie trekken
B
Nieuwe informatie geven
C
De lezer tot iets aansporen
D
Antwoord geven op de vraag die gesteld is in de inleiding

Slide 11 - Quiz

Samenhang
Iets wat een schrijver doet waardoor je de tekst goed kunt volgen
Met behulp van:
-Signaalzinnen
-Signaalwoorden

Slide 12 - Slide

Signaalzinnen
Geven een aanwijzing voor wat er in een tekstdeel behandeld gaat worden. 
Staan vaak in de inleiding of aan het begin van een alinea.

Bijvoorbeeld:
Van de eerdergenoemde opties lijkt de tweede me het gunstigst.

Slide 13 - Slide

Is dit een voorbeeld van een signaalzin?

"Welke conclusie kunnen we op basis van eerdergenoemde feiten trekken?"
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

Signaalwoorden
Verwijzen naar iets wat eerder in de tekst is genoemd of ze maken duidelijk wat alinea’s of zinnen met elkaar te maken hebben

Bijvoorbeeld: en, ook, echter, toch, bovendien...

Slide 15 - Slide

Tekstverband
Wat alinea's met elkaar te maken hebben
Aan sommige signaalwoorden kun je herkennen om welk tekstverband het gaat.

Bijvoorbeeld: opsommend (verder, bovendien, en, etc.), tegenstelling (maar, echter, toch, etc.),etc.

Slide 16 - Slide

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband: opsomming?
A
bijvoorbeeld
B
zoals
C
en
D
echter

Slide 17 - Quiz

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband: tegenstelling?
A
maar
B
doordat
C
omdat
D
bovendien

Slide 18 - Quiz

Aan de slag!
Wat? De opdracht op het stencil
Hoe? In stilte, zelfstandig
Hulp? De theorie die op het blaadje staat, je buur, de docent
Tijd? 15 minuten
Klaar? Laat het de docent weten en kijk de antwoorden na. Die krijg je van de docent
timer
15:00

Slide 19 - Slide

Samen oefenen

"Om te beginnen natuurlijk de lagere prijs."

Wat is het signaalwoord in deze zin die een opsomming aangeeft?

Slide 20 - Slide

Samen oefenen

"Wat is de aantrekkingskracht van deze verkoop?"

Wat geeft deze signaalzin aan? Lees: wat voor informatie zal er volgen op deze zin?

Slide 21 - Slide

Aan de slag!
Wat? De opdracht op het stencil
Hoe? In stilte, zelfstandig
Hulp? De theorie die op het blaadje staat, je buur, de docent
Tijd? 15 minuten
Klaar? Laat het de docent weten en kijk de antwoorden na. Die krijg je van de docent
timer
15:00

Slide 22 - Slide

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord "doordat"?
A
Opsomming
B
Reden/oorzaak-gevolg
C
Voorwaarde
D
Volgorde van tijd

Slide 23 - Quiz

Je hebt de tekst van de opdracht intensief gelezen. Wát heb je precies gelezen?
A
Alleen de titel, inleiding en kopjes
B
Alleen de inleiding en het slot
C
Alles, nauwkeurig
D
Alles behalve het slot

Slide 24 - Quiz

Wat wist je al over de stof die we behandeld hebben deze les?

Slide 25 - Mind map

Wat heb je geleerd deze les?

Slide 26 - Mind map

Vooruitblik
Huiswerk: opdracht 5 van thema 2, hoofdstuk 1 op Studiemeter.
Let op! Er staat bij opdracht c en d dat je moet samenwerken. Deze opdrachten kan je overslaan.

De opdracht wordt online gezet na de les.

Slide 27 - Slide

Is dit een voorbeeld van een signaalzin?

"De aardbevingen in Groningen moeten stoppen", zegt een bewoner.
A
Ja
B
Nee

Slide 28 - Quiz