De plaats waar een pees aan een bot vastzit, heet de aanhechtingsplaats. Een spier kan samentrekken, maar een pees niet. Het samentrekken van een spier gaat als volgt:
- De spier krijgt een seintje van zenuwcellen.
- De spiervezels trekken hierdoor samen.
- De spier wordt korter en dikker.
- De spier trekt de botten waar hij aan vastzit, naar elkaar toe.
- Er ontstaat een beweging.