Lente Woordenschat Avontuur

Lente Woordenschat Avontuur
1 / 13
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Lente Woordenschat Avontuur

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Aan het einde van de les kun je nieuwe woorden over de lente benoemen en illustreren.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over lentewoordenschat en tekenopdrachten?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Lentewoordenschat
Bloesem, lammetje, regenboog, bij, nest, bloem, eendjes, zonnestralen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Tekenopdracht
Kies 3 woorden en maak een tekening die deze woorden uitbeeldt.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Woordassociaties
Welke woorden passen bij 'lente': groeien, bloeien, jong, warm, fris, kleurrijk

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Rate de tekening
Beoordeel elkaars tekeningen op creativiteit en nauwkeurigheid.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Zinsconstructie
Maak een zin met een van de lentewoorden en deel het met de klas.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Raad het woord
Beschrijf een van de lentewoorden zonder het te noemen, laat de klas raden.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Samenvatting
Herhaal de nieuwe woorden en concepten die zijn geleerd tijdens de les.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 11 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 12 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 13 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.