This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 3 - Paragraaf 2
Planning:
Opstarten les (5 min)
Lessonup paragraaf 3.2 (25 min)
Zelfstandig werken (15 min)
Afsluiten les (5 min)
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
- Je begrijpt de nadelen van fossiele brandstoffen.
- Je snapt waarom er een verschil is tussen conventionele en niet-conventionele olie en gas.
- Je begrijpt wat er moet gebeuren om de energietransitie voor elkaar te krijgen, en kent de voordelen.
Slide 2 - Slide
Wat is geen zekerheid over klimaatverandering?
A
Hoe meer broeikasgas in de atmosfeer, hoe warmer
B
Klimaatverandering leidt nu al tot meer piekafvoeren
C
Alle klimaat tipping points worden deze eeuw bereikt
D
De zeespiegelstijging zal betekenen dat onze dijken hoger moeten worden
Slide 3 - Quiz
Het opwarmende klimaat heeft te maken met de atmosfeer. Wat is het verschil tussen het broeikaseffect en het versterkt broeikaseffect?
Slide 4 - Open question
Wat is niet waar over het versterkt broeikaseffect?
A
Bevolkingsgroei zorgt voor meer klimaatverandering
B
Een toename van welvaart zorgt voor minder klimaatverandering
C
Fossiele brandstoffen stoten CO2 uit, omdat ze uit organisch materiaal bestaan
D
CO2 is niet het enige broeikasgas in de atmosfeer
Slide 5 - Quiz
Energie: de kracht om arbeid te verrichten.
Fossiele brandstoffen zijn ooit ontstaan uit resten van planten en dieren. Vandaar ook hun naam (fossiel).
Conventionele olie en gas kun je vrij makkelijk uit de grond halen (pompen, boren of graven).
Niet-conventionele olie en gas kost veel meer moeite. Schaliegas zit opgesloten in hard gesteente. Hetkomt er pas uit als het gesteente is gebroken met chemicaliën, zand en water.
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Video
Ben je voor of tegen schaliegas in NL? Waarom?
Slide 8 - Open question
Schaliegas is niet duurzaam. Het stoot CO2 uit en is uitputbaar. Duurzame energie is eigenlijk beter voor onze toekomst.
Op welke plek zet jij welke energiebron in?
Zonne-energie
Windenergie
Waterkracht
Sahara
Alpen
Nederland
Slide 9 - Drag question
Juist of onjuist: Energietransitie betekent dat we zuiniger moeten zijn met onze fossiele brandstoffen.
(vul alleen het woord juist of onjuist in)
Slide 10 - Open question
Energietransitie
Sinds WO2 is de wereld rijker geworden, met meer mensen. Rijke mensen gebruiken meer energie. En hoe meer mensen er zijn, hoe meer vraag er is.
Het energieverbruik/pp ging dus omhoog, en daarmee ook de CO2-uitstoot/pp. Dat komt omdat we fossiele energie gebruik(t)en.
Omdat dit later slecht bleek te zijn voor de aarde, vinden vele mensen dat er een energietransitie op gang moet komen: fossiel --> duurzaam!
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Video
Huiswerk
Wat:
Kijk je HW van par. 3.1 na (1,2,4,5ade,6). Lees par. 3.2 goed door en maak opdracht 1,3,4,5abde,6ade.
Hoe: Zelfstandig werken of samenwerken (fluisterend).
Hoelang: Tot het einde van deze les. +- 15 minuten.