H2.4 - Les 10: Kustvormen

Van de bergen
naar de zee



H2.4: Kustvormen


zlb@st-maartenscollege.nl
1 / 36
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Van de bergen
naar de zee



H2.4: Kustvormen


zlb@st-maartenscollege.nl

Slide 1 - Slide





Het stroomgebied
van de Rijn

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

START VAN DE LAATSTE PARAGRAAF
H2.4: Kustvormen

Slide 3 - Slide

Wat doen we nu dus nog?

Slide 4 - Slide

Lesdoelen van voor het SO
  1. Je kunt verklaren waarom het debiet in de zomer veel lager is dan in de winter (B120).
  2. Je kunt het verval en verhang berekenen tussen 2 punten in een rivier (B121).
  3. Je kunt het verschil in ontstaanswijze uitleggen tussen een estuarium en een delta, waarbij je de begrippen sedimentatie en erosie gebruikt (B90). 

Slide 5 - Slide

B121: Verval en verhang
Verval: Hoogteverschil tussen twee plaatsen in een rivier.

Verhang: Het verval per kilometer.

Neem opdracht 8 voor je.

Slide 6 - Slide

Je kunt het verval en verhang berekenen tussen 2 punten in een rivier (B121).
VERHANG & VERVAL

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

HORSTEN EN SLENKEN

Slide 11 - Slide

HORST & SLENK

Slide 12 - Slide

HORST &
SLENKEN

Slide 13 - Slide

H2.4: KUSTVORMEN

Slide 14 - Slide

Doelen van vandaag
  1. Je kunt uitleggen waardoor de kracht en de hoogte van een golf wordt
    bepaald. 
  2. Je kunt het verband geven tussen de sterkte van de terugstroom van de zee
    en de opbouw of afbraak van de kust. 
  3. Je kunt uitleggen hoe bij een aanslibbingskust uiteindelijk duinen ontstaan (
    B91). 
  4. Leg uit hoe in o.a. Normandië de witte klifkusten ontstaan (B91).

Slide 15 - Slide

Aanslibbingskust

Slide 16 - Slide

Aanslibbingskust
Kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst. (groeit)

Denk aan het strand bij Scheveningen.

Slide 17 - Slide

WINDY                 

Slide 18 - Slide

Je kunt uitleggen waardoor de kracht en de hoogte van een golf wordt bepaald. 
"Rimpel in het water die meester wordt veroorzaakt door de wind die over het wateroppervlak waait."
Hoogte en kracht hangt af van 3 factoren:
  1. Kracht van de wind
  2. De tijd dat de wind waait
  3. Welke afstand golven afleggen

Slide 19 - Slide

Zeestromen    
De zee stroomt door
de wind die
eroverheen gaat.

Slide 20 - Slide

De kracht van golven
Bekijk pagina 32 in je tekstboek.
  • Lees "Golven"
  • Figuur 14: De kracht van golven

Maak nu vraag 1 in je werkboek met behulp van figuur 14.

5 minuten

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Teken het proces mee in je schrift:
Opbouwende kust:



Afbrekende kust:

Slide 23 - Slide

Afbraak- (klif)kust

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Afbraakkust
Kust waarbij het wegslaan van gesteente overheerst.

Wordt dus kleiner

Denk aan de Engelse of Noord-Franse kust

Slide 26 - Slide

Klifkust
Steile kust die is ontstaan doordat de zee de onderkant heeft afgebrokkeld en af erodeert.

EROSIE

Slide 27 - Slide

Erosie: Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind.

Slide 28 - Slide



Erosie: Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind.

Slide 29 - Slide

Erosie: Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Hoe werkt een afbraakkust?
Zet de nummers in de goede volgorde. 
Lees "De zee breekt af op pagina 33 in je tekstboek".                     3 minuten.
  1. Zoutkristallen kleven aan elkaar. Hierdoor ontstaan ​​er gaten en scheuren.
  2. Golven beuken op de lagere lagen van de klif.
  3. Door erosie ontstaat er een gat in de klif.
  4. Een deel van de klif breekt af.
  5. Zoutkristallen blijven achter in de gaten in de klif.
  6. Gaten in de klif worden te groot; bovenste delen worden te zwaar.

Slide 32 - Slide

Hoe werkt een afbraakkust?
2-3-5-1-6-4
2. Golven beuken op de lagere lagen van de klif.
3. Door erosie ontstaat er een gat in de klif.
5. Zoutkristallen blijven achter in de gaten in de klif.
1. Zoutkristallen kleven aan elkaar. Hierdoor ontstaan ​​er gaten en scheuren. 
6. Gaten in de klif worden te groot; bovenste delen worden te zwaar.
4. Een deel van de klif breekt af.

Slide 33 - Slide

1




3



5
2




4

Slide 34 - Slide

Aan de slag!
  • Lees de tekst op pagina 32/33 in je tekstboek.
  • Maak opdrachten 2, 4 en 5 van paragraaf 4 in je werkboek.
  • Gebruik bij 4 + 5 de atlas

Regels
wanneer je aan het werk bent:  
  • Je mag samenwerken maar wel fluisterend.
  • Wanneer je een vraag hebt steek je je vinger op.   


Slide 35 - Slide

Huiswerk voor de volgende les
Maak opdr. 1 t/m 5 in je werkboek

FIJNE VAKANTIE!!!!!!!

Slide 36 - Slide