BK2-24/3-28/3 Lesson 1

English
BK2- 24/3-28/3 Lesson 1
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

English
BK2- 24/3-28/3 Lesson 1

Slide 1 - Slide

What are we going to do today 
Herhaling grammatica - present perfect
onregelmatige werkwoorden oefenen

Slide 2 - Slide

Present Perfect
De present perfect gebruik je als er iets is gebeurt maar het niet belangrijk is wanneer dat gebeurt is. 

Persoon+have/has+voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoord = voltooiddeelwoord zelfde als verledentijd  dus +ed
onregelmatigwerkwoord = verandert het werkwoord in de verledentijd - 3de in het rijtje van blz 162

Slide 3 - Slide

Present Perfect - Have or Has?
Persoon + have/has + voltooid deelwoord
I have
you have
He has
She has
It has
We have 
They have

Slide 4 - Slide

Have
Has
I
You
He
She
It
we
They

Slide 5 - Drag question

Present perfect - regelmatige werkwoorden
Persoon + have/has + voltooid deelwoord

Bij een regelmatige werkwoord is het voltooid deelwoord het zelfde als de verleden tijd. 

 I have walked to school a 100 times?
Has he walked to school a 100 times? 
We haven't walked to school a 100 times. 

Slide 6 - Slide

Zet deze zin in de present perfect:

Lucy ........ in London all her life.
A
lived
B
have lived
C
has lived
D
lives

Slide 7 - Quiz

Schrijf een Engelse zin in de present perfect waarbij je het werkwoord:
Play

Slide 8 - Open question

Present perfect- onregelmatige werkwoorden
Onregelmatige werkwoorden zijn werkwoorden die in de verleden tijd veranderen. 

Open je boek op blz 159.  Deze werkwoorden moet je uit je hoofd leren. 


Slide 9 - Slide


Zet deze zin in de present perfect:
I .... ( to know) him all my life.
A
knew
B
have knew
C
have known
D
has knew

Slide 10 - Quiz

Zet deze zin in de present perfect:
Rebecca .... (to go) bed.
A
Rebecca goes to bed
B
Rebecca is going to bed
C
Rebecca went to bed
D
Rebecca has gone to bed

Slide 11 - Quiz

Irregular verbs- Woordzoeker
Je krijgt een woordzoeker. onder de woordzoeker staan de Nederlandse werkwoorden. Deze moet je vertalen naar het voltooid deelwoord (Blz 159) in het Engels en dat woord zoek je op in de woordzoeker. 

Slide 12 - Slide

Get to work

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide