Quiz H3 Van de bergen naar de zee H4 Migratie van en naar de EU 4.1 en 4.2

Herhalingsquiz H3 H4 → 4.1/4.2     
1 / 51
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Herhalingsquiz H3 H4 → 4.1/4.2     

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Rivieren stromen...
A
Van de bergen naar de zee
B
Van de zee naar de bergen
C
Alle kanten op

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Waar start de waterkringloop ?
A
In de bergen
B
In de zee

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Veel rivieren ontstaan
A
In de bergen
B
Vanuit zee

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

In welke volgorde overheersen de processen in rivieren van hoog (in de bergen) naar laag (dichtbij de zee)
A
erosie - transport -sedimentatie
B
sedimentatie - erosie - transport
C
sedimentatie - transport - erosie
D
transport - erosie - sedimentatie

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Bekijk de figuur : een schematische tekening van een berg met een rivier.
De rivier stroomt uiteindelijk in zee. Waar dit gebeurt, gaat de rivier...
A
sneller stromen en insnijden.
B
langzamer stromen en zand en klei sedimenteren.
C
sneller stromen en grind sedimenteren.
D
langzamer stromen en zand en grind sedimenteren.

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een stroomgebied?
A
Het gebied waarin al het water/regen via de rivier naar de zee stroomt
B
Gebied waar stroom is
C
Het gebied waarin al het water/regen via de rivier naar de bergen stroomt
D
Gebied waar geen stroom is

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Dit dal is duidelijk gemaakt door
A
de zee
B
een gletsjer
C
een berg beek
D
een grote rivier

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de bovenloop?
A
Eerste deel van een rivier van de bron
B
Laatste deel van een rivier door de monding
C
Middelste deel van een rivier
D
Tussen deel van een rivier

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn stuwwallen?
A
Door de mens gemaakte woonheuvels
B
Gebied tussen de rivier en de hoge dijken
C
Heuvels omhoog geduwd door het ijs
D
Heuvels omhoog geduwd door het ijs

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat is erosie
A
De schurende werking van water ijs en wind
B
Het afzetten van sediment
C
het bewegen van een gletsjer

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Verwering is
A
Het uitslijten van het landschap door gesteente
B
Het afschuren van bergen door gletsjers
C
Het uiteenvallen van gesteente (rotsen) door weer of en plantengroei
D
Het neerleggen van gesteente of zand door wind, water of ijs

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Verwering
Erosie
Sedimentatie

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions

Dit dal is gevormd door een...
A
Gletsjer
B
Rivier

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

U-dal of V-dal?
A
U-dal
B
V-dal

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een morene?
A
Een hoop sneeuw
B
Het puin wat door de gletsjer wordt afgezet.
C
Het stuk van een gletsjer waar je veilig kan lopen.
D
Een vierkante kubus.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Een gletsjer schuurt een u-dal uit en een rivier een v-dal.
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat zie je hier?
A
Bovenloop
B
Middenloop
C
Benedenloop
D
Rivierdelta

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Hoe ontstaat een gletsjer?
A
Een gletsjer is een rivier van water.
B
Er vormt ijs in de wolken en dat valt naar beneden
C
Het is een dikke laag sneeuw die langzaam ijs wordt

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Een kenmerk van de bovenloop is
A
Snelle stroming
B
Brede rivier
C
Veel fijn sediment

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Een rivier stroomt in de benedenloop...
A
Langzaam
B
Snel

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Zand sedimenteert in de bovenloop
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions


Wat is een gemengde rivier?
A
Alleen regenwater
B
Alleen smeltwater
C
Regenwater en smeltwater
D
Een kronkelende rivier

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn duinen?
A
Door de wind opgewaaide zandheuvels
B
Hoge zandheuvels gemaakt door mensen
C
Het afbrokkelen van gesteente
D
Een puinhelling

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Na de ijstijd daalde/steeg de zeespiegel.
A
Daalde
B
Steeg

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Welke 3 plaatbewegingen zijn er?

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Van elkaar af (divergent)
Naar elkaar toe (convergent)
Langs elkaar af (transform)

Slide 27 - Drag question

This item has no instructions

Eeuwige sneeuw is.....
A
Sneeuw die er al eeuwen ligt
B
Sneeuw die er alleen in de zomer ligt
C
Sneeuw die het hele jaar blijft liggen
D
Sneeuw die er alleen in de winter ligt

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Bovenloop
Middenloop
Benedenloop
Het laagste gedeelte van een rivier, net voordat hij de zee instroomt.
Het middelste gedeelte van een rivier.
Het hoogste gedeelte van een rivier, aan het begin van de rivierloop,
in de bergen.

Slide 29 - Drag question

Toepassingsvraag
Korte waterkringloop
Lange waterkringloop
Grondwater
Neerslag
Verdamping
Condenseren

Slide 30 - Drag question

nu kun je je kennis testen. 
Eb en vloed
A
De vloedstroom is sneller dan de ebstroom
B
De ebstroom is sneller dan de vloedstroom

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Als je binnen Nederland naar een andere gemeente verhuist, is dit ook migratie.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort migranten kwamen rond 1960 naar Nederland?
A
Kennismigranten
B
Gastarbeiders
C
Vluchtelingen
D
Asielzoekers

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Migratie
Emigratie
Immigratie
Vanuit Nederland naar Duitsland verhuizen
vanuit Duitsland naar Nederland komen.
Verhuizen en daarbij een grens passeren

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

Het achterstellen van mensen, om bijvoorbeeld hun godsdienst of andere huidskleur noemen we?
A
Illegalen
B
Mensenrechten
C
Discriminatie
D
Racisme

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

De taal leren is een belangrijk onderdeel van integratie.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Wat maakt het voor een vluchteling vaak lastig om te integreren?
A
Spreken de taal nog niet
B
Willen niet werken
C
Krijgen geen hulp
D
Psychische problemen

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Integratie en segregatie zijn hetzelfde
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Push factoren
Pull factoren
Hoge baankans
Beter klimaat
Werkeloosheid
Armoede 
Hoge inkomens
Goede opleidingsmogelijkheden
Discriminatie

Slide 39 - Drag question

This item has no instructions

Wanneer de hoogopgeleide mensen wegtrekken uit de armere landen noemen we dat
A
Brainfreeze
B
Brainfart
C
Braindrain
D
Braingain

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Naar welke landen migreren Nederlanders na WO 2?

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

De grenzen tussen de landen van Europa zijn voorbeelden van
A
Gesloten grenzen
B
Open grenzen

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Door welk verdrag hebben we deze open grenzen?
A
Verdrag van Maastricht
B
Verdrag van Rome
C
Verdrag van Schengen
D
Verdrag van Genève

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Wat doet de EU om migranten tegen te houden?
A
Koopt tickets voor ze
B
Bouwt hekken en muren
C
Controleert de grenzen
D
Geeft makkelijker visums

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Uit welk gebied kwamen de gastarbeiders, die in 1960 naar NL kwamen?

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

Migranten na WO2 vertrokken vooral naar een 5 tal landen. Welke hoort er niet bij?
Verenigde Staten
Australië
Nieuw-Zeeland
China
Canada
Zuid-Afrika

Slide 46 - Poll

This item has no instructions

Waarom was er in 2017 een piek van migranten?

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

De gastarbeiders kwamen uit verschillende landen. Uit welk land kwamen zij niet?

Slide 48 - Poll

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen natuurlijke en sociale bevolkingsgroei?

Slide 49 - Open question

This item has no instructions

Inburgeringscursus

Slide 50 - Mind map

This item has no instructions

Waarom migreren de mensen naar Noord en West-Europa?

Slide 51 - Open question

This item has no instructions