What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Basisvaardigheden taal: Les 1 werkwoordspelling
werkwoorden
regel 1 t/m 11
TAAL
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, t
Leerjaar 1
This lesson contains
24 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
werkwoorden
regel 1 t/m 11
TAAL
Slide 1 - Slide
Is iedereen aanwezig?
PRESENTIE
Slide 2 - Slide
Lesdoel en instructie
LESAGENDA
Slide 3 - Slide
Lesdoel: Ik kan werkwoorden in de juiste tijd vervoegen.
LESDOEL
Slide 4 - Slide
Ik-vorm
Hele werkwoord -en
wij vind-en
wij word-en
wij lop-en
IK VIND
IK WORD
IK LOOP
INSTRUCTIE
Slide 5 - Slide
De JIJ/ HIJ/ ZIJ/ HET-vorm is de ik vorm + T
Dus:
word + T , JIJ WORDT
blijf + T , JIJ BLIJFT
zet (de t staat er al), JIJ ZET
regenen, regen + T, HET REGENT
Etc.
INSTRUCTIE
Slide 6 - Slide
Meervoudsvorm:
WIJ, JULLIE, DE JONGENS, FIEKE & NALA:
Hele werkwoord.
WIJ fietsen
JULLIE leren
DE JONGENS worden
FIEKE EN NALA leren
INSTRUCTIE
Slide 7 - Slide
De uitzondering: JIJ erachter = stam
WORD JIJ?
KOM JIJ?
VIND JIJ?
HOUD JIJ?
WIL JIJ?
LOOP JIJ?
DUS geen -T!
INSTRUCTIE
Slide 8 - Slide
landen – Ik ___________ op Fioretti Airport.
dansen – Anne ____________ op Dancarina van Pedro Sampaio.
sjansen – Rick en Bart ____________ met de dames.
vinden – _ ___________ je Florian ook zo’n geweldenaar?
Slide 9 - Slide
Log in voor de quiz
OEFENEN
Slide 10 - Slide
Jij ___ een mooi cadeau voor haar.
A
vindt
B
vinden
C
vind
Slide 11 - Quiz
Hij ___ een goede oplossing voor het probleem.
A
vindt
B
vind
C
vinden
Slide 12 - Quiz
Ik _____ (vinden) het leuk om te leren.
A
vind
B
vinden
C
vindt
Slide 13 - Quiz
Julie en Marie _____ (worden) gelukkig met deze keuze.
A
word
B
worden
C
wordt
Slide 14 - Quiz
_____ (vinden) jij het leuk, of niet?
A
vinden
B
vindt
C
vind
Slide 15 - Quiz
stichten - Ik _________ toen een geheime club, zonder Luuk.
begeleiden - Coach Bram _________ zijn team van het veld.
willen - Tijs en Amy _________ al weken stiekem verkering.
graven - Mikki _________ een gat voor haar docent.
Slide 16 - Slide
Hoe vervoeg je 'gebeuren' in deze zin?
Het _____ (gebeuren) niet vaak dat ik ww-spelling snap.
A
gebeurd
B
gebeurt
C
gebeuren
Slide 17 - Quiz
De JIJ/ HIJ/ ZIJ/ HET-vorm is de stam+ T
Dus:
word + T , JIJ WORDT
blijf + T , JIJ BLIJFT
zet (de t staat er al), JIJ ZET
regenen, regen + T, HET REGENT
Etc.
INSTRUCTIE
HET gebeur-en, dus stam+T, dus
het gebeurT.
Slide 18 - Slide
Ik _____ (willen) gisteren niet naar school.
Slide 19 - Open question
Hij _____ (vinden) dat hij gelijk had.
Slide 20 - Open question
Weet jij wat hier is _____ (gebeuren)?
Slide 21 - Open question
tt. Het _____ (gebeuren) niet vaak dat ik een fout maak bij spelling.
Slide 22 - Open question
Hij _____ (willen) een nieuwe fiets.
Slide 23 - Open question
Hoe zat het ook alweer?
Willen
Ik wil- wilde
Jij wil / jij wilt- wilde
Hij/ zij / het wil- wilde
Wij/ zij / jullie willen- wilden
Slide 24 - Slide
More lessons like this
Basisvaardigheden taal: Les 1 werkwoordspelling
October 2024
- Lesson with
25 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, t
Leerjaar 1
Werkwoordspelling
March 2024
- Lesson with
15 slides
Nederlands
Secundair onderwijs
Werkwoordspelling
June 2024
- Lesson with
15 slides
Nederlands
Secundair onderwijs
Werkwoordspelling
September 2024
- Lesson with
15 slides
Nederlands
Secundair onderwijs
Werkwoordspelling
November 2024
- Lesson with
15 slides
Nederlands
Secundair onderwijs
Werkwoorden vervoegen
March 2024
- Lesson with
38 slides
Nederlands
Secundair onderwijs
Werkwoordspelling
July 2024
- Lesson with
15 slides
Nederlands
Secundair onderwijs
Werkwoorden vervoegen
February 2025
- Lesson with
38 slides
Nederlands
Secundair onderwijs