Les 47/48 3H schooljaar 2024/25 (kw 15)

Willkommen!
1 / 20
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 135 min

Items in this lesson

Willkommen!

Slide 1 - Slide

Lernziele für diese Woche
  1. Je kunt de hoofdpunten begrijpen van televisieprogramma's over vertrouwde onderwerpen.
  2. Je kunt specifieke informatie begrijpen in video's en luisterfragmenten.
  3. Je kunt het geslacht van zelfstandige naamwoorden bepalen.
  4. Je kent de keuzevoorzetsel en je kunt ze met de juiste naamval toepassen.
  5. Je kent de trappen van vergelijking.

Slide 2 - Slide

Wiederholung
K4 L4
S. 32
Aufgabe 9

Slide 3 - Slide

Keuzevoorzetsel II: tijd
Als je met een keuzevoorzetsels een tijd aan wilt geven, dan kun je vragen WANN?. Je gebruikt dan de derde naamval. Bij de voorzetels auf + über krijg je een 4e naamval.

over een week -> in einer Woche 
voor 3 april -> vor dem dritten April

Slide 4 - Slide

Und jetzt....
    üben, üben, üben !!!
K4 L2
S.  22/23 Aufg. 10, 11

Slide 5 - Slide

Hören/ Sehen
K4 L4
S. 35
Aufgabe 5

Slide 6 - Slide

Film gucken
  • Film

Slide 7 - Slide

Hören
K4 L5
S. 41
Aufgabe 3

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Hören
K4 L5
S. 42
Aufgabe 4

Slide 10 - Slide

Hören
K4 L5
S. 43
Aufgabe 6

Slide 11 - Slide

Trappen van vergelijking

Slide 12 - Slide

Er zijn 3 trappen
1. de stellende trap        klein
         2. de vergrotende trap     kleiner
         3. de overtreffende trap  am kleinsten

Slide 13 - Slide

de vergrotende trap
In het Duits maak je de vergrotende trap door -er achter het woord (stellende trap) te zetten:

kleiner

Slide 14 - Slide

de overtreffende trap
In het Duits maak je de overtreffende trap door voor het woord (stellende trap) am te zetten en -sten achter het woord:

am kleinsten

Slide 15 - Slide

Let op !:
Woorden die eindigen op -d, -t of -s klank (-s,-ss,-ß, z, sch) krijgen in de overtreffende trap: esten!:
stellende trap: spät
vergrotende trap: später
overtreffende trap: am spätesten

Slide 16 - Slide

Und jetzt....
    üben, üben, üben !!!
K4 L4
S.  37/ 38 Aufg. 8,9

Slide 17 - Slide

LOGO TV
Was/ Worum?
Wo?
Wer?
Wie?
Wann?
Kies 2 onderwerpen .

Schrijf tenminste 5 zinnen per onderwerp op, waarover gaat het?

Gebruik de vraagwoorden om de inhoud te omschrijven.

Slide 18 - Slide

ENDE
 Noch Fragen?

Slide 19 - Slide

Tschüss!!!

Slide 20 - Slide