P1 - Les 5 - Het Bewegingsapparaat

Het bewegingsstelsel
1 / 46
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en zorgMBOStudiejaar 1

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Het bewegingsstelsel

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat moet je weten?
Opbouw van het bot
Soorten beenderen 
Functie van het skelet
Soorten gewrichten
De belangrijkste botten in het Nederlands en Latijn 
Medische termen die in de les en LessonUp's worden behandeld.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Skelet

Slide 3 - Mind map

Symbool van de dood, maar levend weefsel
Botten - beenderen
  • Hoeveel?
  • 300 > 206

Slide 4 - Slide

Het proces van botontwikkeling wordt ossificatie genoemd. Het begint eigenlijk rond de achtste week van de embryonale ontwikkeling – best ongelooflijk!
Toch zijn veel botten van uw baby bij de geboorte volledig gemaakt van kraakbeen, een soort bindweefsel dat taai maar flexibel is. Sommige botten van je kleintje zijn gedeeltelijk gemaakt van kraakbeen om de baby mooi en, nou ja, kneedbaar te houden.
Die flexibiliteit is nodig zodat opgroeiende baby’s voor de geboorte in de besloten ruimte van de baarmoeder kunnen opkrullen. Het maakt het ook gemakkelijker voor moeder en baby wanneer het tijd is voor de baby om tijdens de bevalling de spannende reis door het geboortekanaal te maken.
Botten - algemeen en groei
De ruimte die de uiteinden van twee botten scheidt die uiteindelijk samensmelten, is ook kraakbeen, zoals het weefsel dat je in het puntje van je neus hebt.

Het versmelten van botten vindt door het hele lichaam plaats. 
Ze worden fontanellen genoemd en ze zullen uiteindelijk sluiten als botten samengroeien.
Het vervangen van kraakbeen door gefuseerd bot begint wanneer kleine bloedvaten – capillairen genaamd – voedingsrijk bloed afgeven aan osteoblasten, de cellen die botten vormen. Osteoblasten creëren bot dat in eerste instantie kraakbeen bedekt en uiteindelijk vervangt.
Vervolgens vindt botgroei bij kinderen plaats aan de uiteinden van veel botten, die groeischijven hebben. Het groeiende weefsel in elke plaat bepaalt de uiteindelijke grootte en vorm van het bot. Wanneer een persoon stopt met groeien, sluiten de groeischijven.
Groeischijven zijn zwakker dan andere delen van het skelet van uw kind en zijn daarom gevoeliger voor breuken en ander letsel. Dit is de reden waarom een ​​val van een fiets uw kind in het gips kan brengen, terwijl u een soortgelijke val kunt maken en gewoon een blauwe plek kunt krijgen



Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Botten - algemeen en groei
  • De ruimte die de uiteinden van twee botten scheidt die uiteindelijk samensmelten, is kraakbeen
  • Gebeurt door het hele lichaam
  • Fontanellen
  • Het vervangen van kraakbeen door gefuseerd bot begint wanneer kleine bloedvaten – capillairen genaamd – voedingsrijk bloed afgeven aan osteoblasten, de cellen die botten vormen. Osteoblasten creëren bot dat in eerste instantie kraakbeen bedekt en uiteindelijk vervangt.

  • Botgroei bij kinderen vindt plaats aan de uiteinden van veel botten, die groeischijven hebben. Het groeiende weefsel in elke schijf bepaalt de uiteindelijke grootte en vorm van het bot. Wanneer een persoon stopt met groeien, sluiten de groeischijven.

  • Groeischijven zijn zwakker dan andere delen van het skelet van het kind en zijn daarom gevoeliger voor breuken en ander letsel: val van fiets




Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Waar botten van zijn gemaakt
De meeste botten zijn gemaakt van verschillende lagen weefsel:

  • periosteum: het dikke membraan aan de buitenkant van het bot
  • compactbot: de gladde, harde laag die te zien is in de botten van een skelet
  • spongieus: sponsachtig weefsel in het compacte bot
  • beenmerg: de geleiachtige kern van de botten die bloedcellen maakt.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Rood en geel beenmerg
Er zijn twee soorten beenmerg. In het rode, actieve beenmerg worden bloedcellen aangemaakt. Het gele, niet-actieve beenmerg bestaat vooral uit vetcellen. Het beenmerg bevat enkele duizenden stamcellen waaruit elke dag nieuwe bloedcellen ontstaan.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

Wervelkolom = Columna vertebralis
Rib = costae

Functie van het
skelet

Slide 10 - Mind map

Skelet
De botten vormen samen het skelet. De belangrijkste botten worden in dit leerpad besproken.
Het skelet heeft de volgende functies:
houding; het skelet geeft het lichaam zijn vorm (houding).
aangrijpingspunt voor beweging; spieren zitten vast aan botten, door samentrekking van spieren kunnen botten ten opzichte van elkaar bewegen.
bescherming van belangrijke organen; de schedel beschermt de hersenen, de borstkas beschermt het hart en de longen.
opslag van mineralen; botten bevatten een flinke hoeveelheid calcium en fosfaat en kunnen deze mineralen ook weer afgeven aan het bloed.
ruimte voor beenmerg; rood beenmerg in platte botten en botuiteinden produceert bloedcellen.
Functie skelet
  • Houding: het skelet geeft het lichaam zijn vorm (houding).
  • Aangrijpingspunt voor beweging: spieren zitten vast aan botten, door samentrekking van spieren kunnen botten ten opzichte van elkaar bewegen.
  • Bescherming van belangrijke organen: de schedel beschermt de hersenen, de borstkas beschermt het hart en de longen.
  • Opslag van mineralen: botten bevatten een flinke hoeveelheid calcium en fosfaat en kunnen deze mineralen ook weer afgeven aan het bloed.
  • Ruimte voor beenmerg: rood beenmerg in platte botten en botuiteinden produceert bloedcellen.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Botweetje: Het deel van het lichaam dat de meeste botten bevat, is de
A
voet
B
hand
C
knie
D
borstkas

Slide 12 - Quiz

Het bestaat uit maar liefst 27 individuele botten.
De borstkas bestaat uit 25 botten, waaronder: 1 borstbeen. 24 ribben (12 paar)
De botten in je voeten vormen ongeveer 25% van het totale aantal botten in je lichaam. Het lichaam heeft in totaal 206 botten. Elke voet heeft 26 botten, wat neerkomt op 52 botten voor je paar


De stijgbeugel, een stijgbeugelvormig bot diep in het oor, is het kleinste bot van het lichaam.
A
Knieschijf
B
Sleutelbeen
C
Stijgbeugel
D
Vingerkootje

Slide 13 - Quiz

Het kleinste bot in het menselijk lichaam, in het midden van het oor, wordt de "stijgbeugel" genoemd. Het weegt tussen de 2 en 4,3 mg en is tussen de 2,6 en 3,4 mm lang, even groot als een rijstkorrel!
Soorten botten
  • Platte beenderen, bijvoorbeeld de schedel, schouderbladen en heupbeenderen
  • Pijpbeenderen, die in de armen en benen te vinden zijn: spaakbeen, ellepijp, opperarmbeen, dijbeen, kuitbeen en scheenbeen bijvoorbeeld
  • Sesambeenderen, deze liggen in een pees, zoals de knieschijf
  • Onregelmatige beenderen, bijvoorbeeld de vingerkootjes rugwervels

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Wat is een andere benaming voor de "lange botten"
A
Pijpbotten
B
Pijpbeenderen

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welk bot is GEEN plat bot?
A
Schedelbot
B
Borstbeen
C
Dijbeen
D
Schouderblad

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

wat is een gewricht?
A
Verzameling botten
B
Verzameling spieren
C
Scharnier tussen 2 botten
D
Banden & pezen

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Botweefsel is
A
Steunweefsel
B
Bindweefsel
C
Dekweefsel

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Welke vitamine zorgt voor goede opname van calcium uit de voeding en is daarmee heel belangrijk voor de botaanmaak?
A
Vitamine B
B
Vitamine C
C
Vitamine D
D
Vitamine E

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Aanmaak van vitamine D
Onder invloed van ultraviolette straling wordt door de huid een voorstadium van vitamine D gemaakt. Dit wordt vervolgens door de lever omgezet in vitamine D.
Overigens kun je vitamine D ook via de voeding in het lichaam opnemen.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Wat is de functie van gewrichtsbanden?
A
Soepel bewegen van het gewricht
B
Houden de 2 botten bij elkaar
C
Zorgen voor extra stevigheid van het gewricht

Slide 24 - Quiz

Gewrichtsbanden zorgen voor het sturen en remmen van gewrichtsbewegingen. Ze spelen daarom een belangrijke rol in de stabiliteit van een gewricht.
Wat voor gewricht is dit?
A
Scharniergewricht
B
Kogelgewricht
C
Rolgewricht
D
Zadelgewricht

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions


 In de afbeelding is een gewricht getekend.
Welk gewricht?

A
Een heupgewricht
B
Een kniegewricht
C
Een schoudergewricht
D
Een enkelgewricht

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

De meniscus is
A
een ander woord voor gewrichtskapsel
B
een slijmbeurs die zich tussen pees en bot bevindt
C
een kraakbeenschijf die zich in de nek bevindt
D
een kraakbeenschijf die zich in de knie bevindt

Slide 27 - Quiz

Een slijmbeurs is een soort stootkussentje op botdelen die uitsteken, bijvoorbeeld bij de elleboog, heup, schouder en knie. 
Wat zorgt ervoor dat een gewricht soepel kan bewegen?
A
Slijmbeurs (bursa)
B
Kapsels en banden (ligamenten)
C
Gewrichtskraakbeen en gewrichtsvloeistof (Synovia)

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Soorten spieren
  • Lengtespieren --> van het ene bot naar het andere
  • Kringspieren --> niet vast aan een bot
  • Gladde spieren --> autonoom, organen
  • Dwarsgestreepte spieren --> animaal, spierballen en beweging!
  • (Uitzondering: Hart heeft dwarsgestreepte spieren maar werkt autonoom)

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Eigenschappen spiercellen

Slide 33 - Mind map

This item has no instructions

Eigenschappen van spiercellen
  • Ze kunnen reageren op elektrische prikkels. De prikkel komt bij de spier via een zenuw.
  • Ze kunnen zich verkorten door samen te trekken (contractie)
  • Ze kunnen uitgerekt worden
  • Na samentrekken of rekken kunnen ze weer hun rustlengte aannemen.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

Concentrische contractie waarbij de spier kracht levert en de spier verkort
Excentrische contractie waarbij de spier kracht levert, maar ook verlengt
Isotone contractie met constante spierspanning
Bij concentrische contractie worden de spieren ...
A
korter
B
Langer

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Wat is spiertonus?
A
De spanning van een spier
B
De inspanning van een spier
C
De spierspanning in rust
D
De intensiteit van de spierwerking

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Endorotatie in de heup is ook wel:
A
het naar buiten draaien
B
het naar binnen draaien
C
het naar voren zwaaien
D
het naar achter zwaaien

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Wat is extensie?
A
Buigen
B
Strekken
C
Naar binnen draaien
D
Naar buiten draaien

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Spieren en pezen
Pezen: 
verbinding tussen bot en spier

Spieren:
beweging maken: samentrekken en ontspannen
antagonistspieren (werken samen, maar hebben tegengestelde functie, biceps-triceps)

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

De biceps is een..
A
beenstrekspier
B
beenbuigspier
C
armbuigspier
D
armstrekspier

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Volgende week
Pathologie: van het bewegingsapparaat:
- artrose
- reumatoïde artritis
- amputaties

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Slide 45 - Video

This item has no instructions

Slide 46 - Video

This item has no instructions