Oefentoets_Politiek_M4

Oefentoets Politiek Mavo 4
Voorbereiding op toets H3 Politiek
1 / 48
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Oefentoets Politiek Mavo 4
Voorbereiding op toets H3 Politiek

Slide 1 - Slide

Ter inleiding
Beantwoord de vragen over H3: Politiek.
Paragraaf 1 t/m 6
 De vragen staan in logische volgorde. 

Slide 2 - Slide

Politici werken in de politiek. Leg in eigen woorden uit waar zij zich dan mee bezig houden

Slide 3 - Open question

Leg uit waarom we met de overheid de politici en ambtenaren samen bedoelen

Slide 4 - Open question

Leg het verschil uit tussen Algemeen belang en persoonlijk belang

Slide 5 - Open question

Geef aan welk belang speelt in de zin: "Mijn band is lek. Ik kan niet naar school."
A
Persoonlijk belang
B
Algemeen belang

Slide 6 - Quiz

Geef aan welk belang speelt in de zin: "Alles wordt duurder. Ik wil graag meer zakgeld."
A
Persoonlijk belang
B
Algemeen belang

Slide 7 - Quiz

Geef aan welk belang speelt in de zin: "Alles wordt duurder. De regering moet de BTW op goederen verlagen."
A
Persoonlijk belang
B
Algemeen belang

Slide 8 - Quiz

Geef aan welk belang speelt in de zin: "Ik hoop dat we geen tijd hebben om te koken. Dan krijg ik lekker patat."
A
Persoonlijk belang
B
Algemeen belang

Slide 9 - Quiz

Geef aan welk belang speelt in de zin: "Hopelijk komt er dit najaar geen uitbraak van corona"
A
Persoonlijk belang
B
Algemeen belang

Slide 10 - Quiz

Leg het verschil uit tussen democratie en dictatuur

Slide 11 - Open question

Als de bevolking politici kiest die namens die bevolking besluiten nemen, noemen we dat een 
Als de bevolking mag stemmen over een nieuwe wet of lastig politiek probleem noemen we dat een
directe democratie
indirecte democratie

Slide 12 - Drag question


Slide 13 - Open question

Leg het begrip lobbyen uit

Slide 14 - Open question

Waarom is Forum voor Democratie een populistische partij?

Slide 15 - Open question

welk begrip hoort op de puntjes?
Nederland is een .....................democratie
A
directe
B
indirecte

Slide 16 - Quiz

Directe democratie
Indirecte democratie
Referendum
Nederland is een...
Stemmen op een partij
Er is een volksvertegenwoordiging
Je gaat naar de stembus om over een wet te stemmen 

Slide 17 - Drag question

Geef 2 argumenten waarom Nederland een indirecte democratie is

Slide 18 - Open question

Geef 4 kenmerken van een democratie

Slide 19 - Open question

Geef 4 kenmerken van een dictatuur

Slide 20 - Open question

Passief kiesrecht
Het recht te mogen stemmen
Mogelijkheid om iemand anders voor jou te laten stemmen
Het recht om je verkiesbaar te stellen
Actief kiesrecht

Slide 21 - Drag question

Leg uit wat het verschil is tussen linkse, rechtse en midden partijen .

Slide 22 - Open question


Wie zitten er in het parlement? (2)
A
Volksvertegenwoordigers
B
Staatssecretarissen
C
Ministers
D
eerste en tweede kamer

Slide 23 - Quiz

Sleep een begrip + een partij naar het juiste vak
Gelijkheid en actieve overheid 
Vrijheid en passieve overheid
Links
Rechts

Slide 24 - Drag question

Noem 3 stromingen in de nederlandse politiek

Slide 25 - Open question

Leg uit waar liberalisme voor staat: (minimaal 30 woorden)

Slide 26 - Open question

Leg uit waar sociaal-democratie voor staat: (minimaal 30 woorden)

Slide 27 - Open question

Leg uit waar Christen-democratievoor staat: (minimaal 30 woorden)

Slide 28 - Open question

Sociaal democratie
Christen democratie
Liberalisme
Persoonlijke en economische vrijheid
Gelijkwaardigheid & solidariteit
Geloof en naastenliefde
Actieve overheid
Passieve overheid
Beperkte rol van de overheid

Slide 29 - Drag question

Slide 30 - Video

Welke politieke stroming past het best bij het filmpje? Leg uit waarom je dit denkt.

Slide 31 - Open question

Waarom moeten politieke partijen altijd een compromis sluiten als zij gekozen zijn en gaan regeren?

Slide 32 - Open question

Wat is de grondwet?

Slide 33 - Open question

Geen een voorbeeld van een artikel uit de grondwet

Slide 34 - Open question

Leg uit: Trias Politica

Slide 35 - Open question

Hoe kan jij de politiek beïnvloeden?

Slide 36 - Open question

Wat is de juiste volgorde van de kabinetsformatie?
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
De formatie
Benoeming
Onderzoek
De informatie

Slide 37 - Drag question

Wat staat er beschreven in het regeerakkoord?

Slide 38 - Open question

Wie zitten in het kabinet?
A
Koning en ministers
B
Ministers en staatssecretarissen
C
Eerste en tweede kamer
D
Burgemeester en wethouders

Slide 39 - Quiz

Wat doet de Koning?
A
Troonrede voorlezen
B
overleg voeren met de Minister President
C
Handtekeningen zetten onder nieuwe wetten
D
A, B en C

Slide 40 - Quiz

Wat bedoelen we met het parlement?
A
De regering en het kabinet
B
De koning en de ministers
C
Eerste en tweede kamer
D
De tweede kamer

Slide 41 - Quiz

Noem 2 rechten bij de wetgevende taak van een kamerlid

Slide 42 - Open question

Noem 2 rechten bij de controlerende taak van een kamerlid

Slide 43 - Open question


Een Kamerlid wil graag dat een minister in zijn wetsvoorstel een wijziging aanbrengt. Van welk recht maakt het Kamerlid gebruik?
A
Stemrecht
B
Recht van Amendement
C
Recht van interpellatie
D
Recht van initiatief

Slide 44 - Quiz

Zet op de volgende dia onderstaande opsomming van 8 momenten in de juiste volgorde. van 1 tot en met 8 . 

A: Tweede kamer dienen amendementen in
B: De Koning ondertekent het wetsvoorstel
C: Een minister  maakt een wetsvoorstel
D: De Eerste kamer stemt over het wetsvoorstel
E: Er is een maatschappelijk probleem
F: De Tweede Kamer stemt over het wetsvoorstel
G: De Tweede Kamer debatteert over het wets voorstel
H: De wet wordt op diverse kanalen gepubliceerd en is nu van kracht . 

Slide 45 - Slide

Wat is de juiste volgorde van de weg naar een wet? (zie vorige dia)
A
E, G, C, A, F, D, B, H
B
E, C, G, A, F, D, B, H
C
F, E, C, G, A, D, B, H
D
E, C, G, A, D, F, B, H

Slide 46 - Quiz

Leg het verschil uit tussen de coalitie en oppositie

Slide 47 - Open question

Einde
Tot zover de oefentoets.

Slide 48 - Slide