What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Personalpronomen im Akkusativ
Personalpronomen im Akkusativ
1 / 20
next
Slide 1:
Slide
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
This lesson contains
20 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
30 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Personalpronomen im Akkusativ
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je kent de persoonlijke voornaamwoorden in de nominatief en de accusatief.
Je weet wanneer je de nominatief en de accusatief moet gebruiken.
Je kan de persoonlijke voornaamwoorden in de nominatief en de accusatief correct in zinnen gebruiken.
Slide 2 - Slide
Was stimmt hier nicht?
Door hij kan ik morgen niet naar de voetbaltraining.
Slide 3 - Slide
Was stimmte nicht?
A
Door hij
B
kan ik
C
morgen
D
naar de voetbaltraining
Slide 4 - Quiz
Naamvallen
Ook in NL kan het persoonlijk voornaamwoord veranderen.
Door hem (ipv door hij)
Voor mij (ipv voor ik)
Dit doe je in het Nederlands automatisch.
Slide 5 - Slide
Welke persoonlijke voornaamwoorden ken je?
timer
1:00
Personalpronomen
Slide 6 - Mind map
Personalpronomen Nominativ
1e nv
ik
ich
jij
du
hij
er
zij
sie
het
es
1e nv
wij
wir
jullie
ihr
zij
sie
u
Sie
wie
wer
Slide 7 - Slide
Personalpronomen Akkusativ
1e nv
4e
ik
ich
mich
jij
du
dich
hij
er
ihn
zij
sie
sie
het
es
es
1e nv
4e
wij
wir
uns
jullie
ihr
euch
zij
sie
sie
u
Sie
Sie
wie
wer
wen
Slide 8 - Slide
Personalpronomen Akkusativ (4e naamval)
mich
es
uns
euch
sie (mv)
sie (ev)
dich
Sie
ihn
wen?
mij
haar
ons
jou
hen
het
jullie
u
hem
wie?
Slide 9 - Drag question
Welcher Kasus?
Je gebruikt de
nominatief
in het onderwerp.
De
accusatief
in het lijdend voorwerp.
Mein Freund wohnt in Hamburg.
Er
ist Deutscher.
Ich besuche
ihn
jeden Monat.
Slide 10 - Slide
Akkusativ nach Präpositonen
De
accusatief
gebruik je ook na voorzetsels.
Slide 11 - Slide
Vertaal de voorzetsels
door
voor
tegen
zonder
om
tot
durch
für
gegen
ohne
um
bis
Slide 12 - Drag question
Vragend voornaamwoord in de juiste naamval:
Für w.... hast du diese Geschenke gekauft?
A
wer
B
wen
C
wem
D
wessen
Slide 13 - Quiz
Het persoonlijk voornaamwoord 'u' in de accusatief is ...
A
sie
B
Sie
C
euch
D
ihn
Slide 14 - Quiz
Hoe zeg je 'voor hem' in het Duits?
A
für ihn
B
um dich
C
ohne Sie
D
für sie
Slide 15 - Quiz
En hoe zeg je 'zonder jullie'?
A
für dich
B
gegen ihn
C
ohne euch
D
ohne uns
Slide 16 - Quiz
Wenn du morgen mitkommen kannst, treffe ich ... im Park.
A
dir
B
dich
C
dein
D
du
Slide 17 - Quiz
Lisa ist meine beste Freundin. Ich habe ... dann auch zu meiner Geburtagsparty eingeladen.
A
euch
B
siehst
C
sie
D
ihr
Slide 18 - Quiz
Liebst du ... ?
A
mich
B
mir
C
ihr
D
ich
Slide 19 - Quiz
Ich habe zwei Onkel. Morgen besuche ich .....
Dieses Buch ist zu dick. Ich werde ..... nicht lesen.
Sprich bitte etwas lauter. Ich kann ..... nicht verstehen.
Mark kommt heute. Ich werde ... am Bahnhof treffen.
Kinder, lauft schneller. ..... werdet zu spät kommen.
sie
es
dich
ihn
ihr
Slide 20 - Drag question
More lessons like this
Personalpronomen im Akkusativ
7 days ago
- Lesson with
17 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Personalpronomen
December 2024
- Lesson with
17 slides
Duits
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2-6
Personalpronomen
December 2024
- Lesson with
17 slides
Duits
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2-6
Personalpronomen im Akkusativ
January 2025
- Lesson with
18 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Personalpronomen im Akkusativ
March 2023
- Lesson with
18 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Personalpronomen im Akkusativ
5 days ago
- Lesson with
18 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
3 havo Kapitel 2 4 les DU 4
October 2024
- Lesson with
23 slides
Duits
Secondary Education
5V Personalpronomen (Na Klar K1/4:12+13)
November 2024
- Lesson with
39 slides
Duits
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2-6