Rekenen met btw

Rekenen met btw 
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Rekenen met btw 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat is BTW?
- Belasting toegevoegde waarde 
- 1 januari 1969 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Waarvoor gebruikt de overheid het belastinggeld?

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

De 3 BTW-tarieven


  • Het 9%-tarief
  • Het 21%-tarief
  • Het 0%-tarief

Slide 4 - Slide

9% = voor onder andere voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen en hulpmiddelen, kunst, verzamelvoorwerpen en antiek, boeken en gas en minerale olie voor de tuinbouw.

21% = Voor alle leveringen en diensten die niet vallen onder het speciale tarief en het 0%-tarief.

0%-tarief = voor goederen die naar het buitenland worden vervoerd
Onder welk btw-tarief valt fruit?
A
0%
B
9%
C
21%
D
Geen tarief

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Onder welk btw-tarief valt een nieuw paar schoenen?
A
0%
B
9%
C
21%
D
Geen tarief

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Consumentenprijs 
- Exclusief btw
- Inclusief btw

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Lisa heeft een broodje gekocht bij de Bakker Bart voor €5,- exclusief 9% btw.
Bereken hoe duur het broodje is inclusief btw.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Jan heeft een scooter gekocht voor €1.250,- inclusief 21% btw. Hoeveel kost de scooter exclusief btw?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Een kast kost €135,- inclusief 21% btw.
Hoeveel bedraagt de btw?
A
€23,43
B
€25,12
C
€21,67
D
€18,77

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Hoe bereken je de consumentenprijs?
    Inkoopprijs
+ Brutowinst (winstopslag)
= Verkoopprijs exclusief btw
+ Btw
= Verkoopprijs inclusief btw 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Handelsonderneming: 
- Verkoopprijs exclusief = netto verkoopprijs
- Verkoopprijs inclusief btw = bruto verkoopprijs  

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Handelsonderneming vervolg: 
   Inkoopprijs
+ Brutowinst (winstopslag)
= Netto verkoopprijs
+ Btw
=  Bruto verkoopprijs 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

BTW berekenen in bijzondere situaties 
- Forfaitaire methode
Herleiden van inkoopwaarde 
-  Margeregeling 
Over het winstmarge 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Opdrachten:
Routine opgaves 1 t/m 4 blz. 22
Taak 1 & 2 blz. 31

Slide 15 - Slide

This item has no instructions