les 8 Geld moet rollen

§ 2.4 Geld moet rollen
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§ 2.4 Geld moet rollen

Slide 1 - Slide

Js 2.4
EM 2.2
SK 3.4
svdv 7.2
JA?
LH 3.1
Wat weet je nog van
afgelopen maandag?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

§ 2.4 Geld moet rollen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
In deze les leer je:
  • op welke manieren je geld gebruikt
  • hoe banken bemiddelen bij vraag naar en aanbod van geld
  • hoe de hoogte van de rente bepaald wordt
  • hoe banken geld verdienen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions


2 soorten geld
Chartaal geld
Giraal geld

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Geldfuncties
Ruilmiddel
Rekenmiddel
Spaarmiddel

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat is het saldo?
Creditsaldo: een positief saldo, ‘in de plus’
Debetsaldo: een negatief saldo, rood staan of ‘in de min’
Nieuw saldo berekenen:


Bekijk het rekeningoverzicht op de telefoon.
Wat is het saldo op dit moment?
€ 2.452,20
Hoeveel was het saldo op 24 maart?
€ 2.452,20 + € 4,75 + € 9,20 = € 2.466,15






Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De rol van de bank en de ECB
Banken bemiddelen tussen de vraag naar geld en het aanbod van geld.
Aanbod van geld: komt van spaarders, de bank betaalt hun rente als vergoeding.
Vraag naar geld: komt van gezinnen en bedrijven die geld willen lenen, zij betalen rente.

Rente = de prijs van geld.
Rente hoog → meer sparen, minder lenen
Rente laag → minder sparen, meer lenen

ECB (Europese Centrale Bank) = de centrale bank voor de eurozone.
De ECB bepaalt voor alle eurolanden de basisrente.



Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

ECB

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

ECB kan rente laten dalen of stijgen..

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Winst voor de bank
Banken verdienen geld met:
regelen girale betalingen en ontvangsten
  • sparen
  • lenen
  • verzekeren
Creditrente: rente over tegoeden, lager dan debetrente.
Debetrente: rente over tekorten, hoger dan creditrente.
Het verschil is (bruto)winst voor de bank.


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Afsluiten
Hebben jullie nog vragen?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions