H8.1 Werken met termen

    Welkom
Open je boek b op blz. 48, pak ook je schrijfspullen.

Lees alvast de theorie op blz. 49 door

Leg je ipad klaar op de hoek van je tafel

DEZE LES:
H8.1 Werken met termen.
1 / 22
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

    Welkom
Open je boek b op blz. 48, pak ook je schrijfspullen.

Lees alvast de theorie op blz. 49 door

Leg je ipad klaar op de hoek van je tafel

DEZE LES:
H8.1 Werken met termen.

Slide 1 - Slide

oefenen 
uitleg 
  lesprogramma
nakijken 
Voorkennis V5, V6 en V7
- Wat zijn termen?
- Hoe herleid je termen?
Opd. 1, 2 en 3 samen uitwerken
aan de slag 
huiswerk
voorkennis 
-
Paragraaf afmaken
Zelfstandig, zachtjes overleg met je buur

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

        Nakijken
Wees eerlijk, en een beetje streng voor jezelf. 
Fouten maken hoort nu eenmaal bij leren
Voorkennis H8  opd v5 t/m v7

Slide 4 - Slide

        leerdoelen
Wat leer je in deze paragraaf?

Ik kan uitleggen wat herleiden betekend.

Ik weet wat termen zijn.

Ik kan gelijk soortige termen herleiden.


Slide 5 - Slide

        Voorkennis            (blz. 48 opd. 1)

Slide 6 - Slide

aan de slag 
Zelfstandig 
Maak  opd. 2 en 3    blz. 48/49
timer
3:30

Slide 7 - Slide

Stapgrootte
.



uitleg 
Herleiden
Herleid is een ander woord voor korter opschrijven
Wanneer je moet herleiden, schrijf je de som korter op, je krijgt dus geen antwoord, maar letterlijk een korter sommetje






Als we over herleiden spreken, hebben we het al snel over termen.
Termen zijn de stukje van een plus of een min som

3 x 4 + 2 x 8       <-  Je ziet dat deze plus som uit 2 termen bestaat
   12   +   16          <-  Als je de stukjes herleid zie je het duidelijker.
6 x 2 + 4 x 1  + 3 x 5     <- Je ziet dat deze plus som uit 3 termen bestaat
   12   +    4     +  15        <- Als je de stukjes herleid zie je het duidelijker.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

zijn 3a en 6a gelijksoortig?
A
Ja
B
Nee

Slide 10 - Quiz

zijn 3a en 3b gelijksoortig?
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quiz

zijn 3k en 6m gelijksoortig?
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quiz

zijn 3a en 2a gelijksoortig?
A
Ja
B
Nee

Slide 13 - Quiz

zijn
en 2a gelijksoortig?
3a2
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

wat zijn gelijksoortige termen?
A
4a en a
B
4a en 4b
C
4a en 4
D
a en b

Slide 16 - Quiz

Welke sommen bestaan uit
gelijksoortige termen?
3a+3a2
Gelijksoortige termen
Geen gelijksoortige termen
3b + 4b
4ab - ab
4q  + 4p

Slide 17 - Drag question

3a + 4a kun je herleiden tot
A
7 +2a
B
7 + a
C
7a
D
34aa

Slide 18 - Quiz

6a + 4b - 2a kun je herleiden tot
A
4a + 4b
B
6a + 2b
C
kan je niet herleiden
D
8a - 4b

Slide 19 - Quiz

Gelijksoortig termen
Niet gelijksoortig termen
5 + 3
5 + 3b
5a + 3a
2 - 5
5a - 3a
5a - 3g
5a + 2b
1000b - 200b

Slide 20 - Drag question

Zelfstandig 
aan de slag 
Zelfstandig aan de slag



timer
10:00
Neem blz. 48/50 voor je.
Maak opd. 4, 5, 6 en 7

Slide 21 - Slide

Huiswerk 
Huiswerk:
Mk: opd. 1 t/m 7 af   (blz. 48/51)
 
Werk de resterende tijd, tot de bel aan de opdrachten hieronder.

Je mag zachtjes fluisterend samenwerken binnen je tafelrij.

Slide 22 - Slide