Je mag alleen een woord weglaten als het precies dezelfde betekenis en grammaticale functie heeft in de andere helft van de zin!
Ik ren graag, maar loop liever. (weggelaten onderwerp ‘ik’)
Ik kuste hem, maar hij mij niet. (weggelaten persoonsvorm ‘kuste’)
Hem wordt een boek gegeven, mij niet. (Weggelaten wwg én weggelaten lv)
*Ik zal de afwas in de vaatwasser en koffie zetten. (fout: zetten heeft twee betekenissen)
*Het huis werd afgebroken en de schuren gesloopt. (fout: werd en werden)
*De laptop is stuk en naar een reparateur gebracht. (fout: is = hww en kww)