Freek Vonk over Evolutie

Freek Vonk - Evolutie
Vandaag gaan we een gedeelte bekijken van een college van Freek Vonk over evolutie.
9 keer wordt het filmpje onderbroken om naar een vraag te gaan. Let dus goed op zodat je ook het goede antwoord geeft!
1 / 11
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes, text slide and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Freek Vonk - Evolutie
Vandaag gaan we een gedeelte bekijken van een college van Freek Vonk over evolutie.
9 keer wordt het filmpje onderbroken om naar een vraag te gaan. Let dus goed op zodat je ook het goede antwoord geeft!

Slide 1 - Slide

9

Slide 2 - Video

01:40
Hoe verklaart Freek onze angst voor slangen?
A
Die informatie wordt elke generatie doorgegeven
B
Dat komt omdat we weten dat ze giftig kunnen zijn
C
Bang zijn voor slangen had een evolutionair voordeel
D
Hun kronkelige bewegen jaagt angst aan

Slide 3 - Quiz

03:58
Welk punt wil Freek Vonk maken met het voorbeeld over de handpalmspier en de grijpkracht van de baby's?
A
Baby's uit de jaren 30 zijn sterker dan baby's van nu.
B
Niet iedereen mens heeft pezen in de pols.
C
De mens stamt af van de apen
D
De mens heeft nog steeds eigenschappen die belangrijk waren voor onze voorouder.

Slide 4 - Quiz

07:43
De ijsbeer en bruine beer (Ursus arctus) kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen. Wat klopt niet volgens de theorie?
A
Ze behoren niet tot hetzelfde soort.
B
Als ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen zouden ze dezelfde soortnaam moeten hebben.
C

Slide 5 - Quiz

10:13
Hoe noemen we de verschillen in DNA die ontstaan door mutaties?
A
Survival of the fittest
B
Genetische variatie
C
Evolutie
D
Natuurlijke selectie

Slide 6 - Quiz

13:55
Welke voordelen had meercellig leven ten opzichte van ééncellig leven?
A
Meerceligen kunnen makkelijker aan voedsel komen en door samenwerken worden ze efficiënter.
B
Bij meercellig leven gaan alle taken veel sneller en krijg je nog meer cellen.
C
Meercelligen kunnen veel meer voedsel maken waardoor ze veel meer kunnen.
D
Meercellig leven heeft veel meer overlevingskans.

Slide 7 - Quiz

16:34
Waarom was het ontstaan van roofdieren die op prooi joegen belangrijk voor de evolutie op aarde?
A
Dieren leren steeds beter hoe ze zich kunnen verdedigen.
B
Er ontstond een wapenwedloop tussen roof en prooidieren waardoor natuurlijke selectie snel ging.
C
Alleen de roofdieren kunnen hun DNA doorgeven waardoor natuurlijke selectie niet meer nodig is.

Slide 8 - Quiz

19:57
Wat is de reden dat nu niet meer zulke grote dieren kunnen leven als in het dionotijdperk?
A
Er is nu minder voedsel beschikbaar
B
Er was toen meer zuurstof beschikbaar
C
Ook de bomen zijn minder hoog geworden
D
Alle genoemde redenen

Slide 9 - Quiz

24:18
Wat vond jij het meest bijzondere fragment/feitje/uitspraak van dit college over Evolutie

Slide 10 - Open question

05:59
Wat kun je zeggen over de omstandigheden waarin zogenaamde levende fossielen leven?
A
Die zijn sterk veranderd maar het dier past zich aan
B
Die zijn sterk veranderd maar de soort past zich niet aan
C
Die zijn niet al te veel veranderd waardoor selectiedruk gelijk blijft
D
Daar kunnen we niets over zeggen.

Slide 11 - Quiz