H7 Evolutie 7.3

Deze les
Nabespreken 7.1 en 7.2
Checkvraag formuleren natuurlijke selectie
Doorwerken LessonUp 7.3 OF klassikale uitleg
Zelf werken: 7.1 t/m 7.3 af!!
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Deze les
Nabespreken 7.1 en 7.2
Checkvraag formuleren natuurlijke selectie
Doorwerken LessonUp 7.3 OF klassikale uitleg
Zelf werken: 7.1 t/m 7.3 af!!

Slide 1 - Slide

Leg uit hoe de beenlengte van cheetahs door evolutie optimaal wordt.

Slide 2 - Open question

7.3 het verhaal van de fossielen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Slide

Wat zijn fossielen?
A
Botten van uitgestorven dieren
B
Versteende resten van planten of dieren
C
Een afdruk van een dier in een steen
D
Een model van een dinosauriër

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Met hulp van gidsfossielen kunnen wetenschappers aardlagen dateren. Welke fossielen zijn het best te gebruiken als gidsfossielen?
A
Een fossiel dat alleen in een bepaald gebied voorkomt.
B
Een fossiel dat wijdverspreid voorkomt.
C
Een fossiel van een soort die gedurende lange tijd op aarde heeft geleefd.
D
Een fossiel van een soort die slechts een korte tijd voorkwam.

Slide 9 - Quiz

Juist of onjuist

Gidsfossielen moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. korte tijd geleefd hebben
2. verspreid over de aarde voorkomen
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quiz

Juist of onjuist

Het gebruik van gidsfossielen is een voorbeeld van relatieve ouderdomsbepaling.
A
juist
B
onjuist

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Video

Slide 13 - Slide

Omschrijf in je eigen woorden hoe absolute datering met koolstof-14 ('koolstofdatering') werkt.

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

soorten evolutie 
divergente: 2 eigenschappen veranderen van elkaar in dezelfde soort 
parallel: 2 eigenschappen ontstaan tegelijk in dezelfde soort
convergente: 2 eigenschappen ontstaan los van elkaar in 2 soorten


Slide 19 - Slide

Kun je de 3 varianten herkennen in de onderstaande stamboom?
morfologie = 
bouw en vorm
van organismen
organen
en weefsels

Slide 20 - Slide

Welke stelling over homologe en analoge organen is juist?
A
Homologe organen hebben altijd dezelfde functie
B
De vleugel van een vlieg en de vleugel van een vleermuis zijn analoog
C
Analoge organen zien er ongeveer hetzelfde uit
D
Analoge organen zijn ontstaan bij een recente gemeenschappelijke voorouder

Slide 21 - Quiz

Wat is GEEN argument voor evolutie?
A
Fossielen
B
Rudimentaire organen
C
Homologe organen
D
Uitsterven van soorten

Slide 22 - Quiz


Wat zijn dit?
A
analoge organen
B
rudimentaire organen
C
gemuteerde organen
D
homologe organen

Slide 23 - Quiz

Even testen..... Is dit een rudimentair, analoog of homoloog orgaan? De duim van de mens en de panda
A
Rudimentair
B
Analoog
C
Homoloog
D
Geen van 3en

Slide 24 - Quiz

Even testen..... Is dit een rudimentair, analoog of homoloog orgaan? Het staartbeen van de mens
A
Rudimentair orgaan
B
Analoog orgaan
C
Homoloog orgaan
D
Geen van 3en

Slide 25 - Quiz

Homologe organen hebben een overeenkomstige grondvorm door
A
overeenkomst in functie
B
genetische variatie
C
door verwantschap
D
genetic drift

Slide 26 - Quiz