3M 7.2 Voedselproductie NOG NIET KLAAR

1 / 26
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 26 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startopdracht - Zelfstandig stil

Geef van de volgende invloeden op het milieu een voorbeeld:
1. Vervuiling
2. Aantasting
3. Uitputting






  1. Loop rustig het lokaal binnen en praat zachtjes
  2. Ga zitten op je stoel
  3. Je jas hang je over je stoel
  4. Pak je chromebook, boek, schrift + pen

timer
4:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Startopdracht 

Geef van de volgende invloeden op het milieu een voorbeeld:
1. Vervuiling
2. Aantasting
3. Uitputting






Voorbeelden:
1. We gooien plastic flesjes weg, fabrieken lozen afvalwater. in de sloot.
2. We kappen bossen voor landbouwgrond, we bouwen wegen in veenweidegebieden.
3. We verbouwen veel dezelfde gewassen (planten, zoals sla) op een groot stuk grond, we halen zout uit de bodem (zoutwinning)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Start thema 6 duurzaam leven
  • Leerdoelen
  • Uitleg basisstof 7.2 --> Voedselproductie
  • Video uitstoot methaan door koeien --> 3.5 min. 
  • Afsluiting 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Duurzaam leven

  • 7.1 De mens en het milieu 
  • 7.2 Voedselproductie
  • 7.3 Duurzame landbouw
  • 7.4 Energie
  • 7.5 Klimaatverandering
  • 7.6 Water
  • 7.7 Bodem en afval

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt manieren noemen om een grotere productie van voedsel te verkrijgen.
  • Je kunt beschrijven hoe veredeling en DNA-technieken worden gebruikt om de voedselproductie te vergroten. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Landbouw
Alle activiteiten waarbij milieu wordt aangepast voor voedselproductie.

3 soorten landbouw: 
  • Akkerbouw (planten)
  • Tuinbouw (planten, vaak fruit)
  • Veeteelt (landbouwhuisdieren)

Nodig om alle mensen te voeden.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Akkerbouw
Grote stukken grond (akkers) met 1 soort gewas = monocultuur

Voordelen:
  • Snel en makkelijk bewerken en oogsten. 
  • Hoge voedselopbrengst = lage prijzen. 


Bij akkerbouw en tuinbouw worden er planten verbouwd = voedingsgewassen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Akkerbouw 
Nadelen monocultuur:
  • Zorgt voor uitputting grond
  • Gevoelig voor (insecten)plagen
  • Gevoelig voor schimmels en bacteriën.

Om voedingsgewassen te beschermen gebruiken boeren bestrijdingsmiddelen

Boeren kunnen chemische of biologische bestrijdingsmiddelen gebruiken. 
Biologische is beter voor het milieu.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Veeteelt
Lanfbouwhuisdieren --> koeien, schapen, geiten, kippen, enz.

Intensieve veehouderij (bio-industrie):
  • Voordelen: weinig grond, veel dieren, veel productie.
  • Nadelen: dierwelzijn, mest.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Akkerbouw
Door de monocultuur raakt de grond snel uitgeput.

Gebruik van mest om mineralen in de grond aan te vullen.
  • Organische mest van dieren*
  • Kunstmest

*Afbraak door reducenten -> stikstof
Wat zijn reducenten?
Schimmels en bacterien

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Nadelen bemesting
Organische mest van dieren:
--> bevat ammoniak
Kunstmest:
--> Productie en transport kost veel energie

Alle soorten mest:
Planten nemen niet alle mineralen op --> verzuring en vermesting

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Nadelen bemesting
  • Productie en transport  van kunstmest kosten veel energie 
  • Er treedt verzuring en vermesting op doordat niet alle mineralen     worden opgenomen. 
  • Door verzuring worden bomen, planten en waterdieren vatbaarder   voor ziekten. 
  • Bij vermesting komen er te veel mineralen in het oppervlaktewater
  • Het biologisch evenwicht raakt verstoord.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Bodembewerking
Door ploegen en eggen komt er meer zuurstof in de bodem voor de reducenten
Ook kunnen planten dan water en mineralen beter opnemen en de plantenwortels kunnen beter in de bodem doordringen. 

Sommige akkerbouwers doen
dit niet om het bodemleven
niet te verstoren. Dat noem je
niet-kerende grondbewerking.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Verhogen voedselproductie
* De voedselproductie wordt hoger door gebruik te maken van       voedingsgewassen met gunstige erfelijke eigenschappen

* Het gewas kan die eigenschappen 
   krijgen door veredeling en 
   door genetische modificatie.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Veredeling

Veredeling begint met de selectie van planten met gunstige 
   eigenschappen. Dat noem je kunstmatige selectie, omdat de selectie  
   plaatsvindt door de mens.
 
* Een veredelaar kruist deze individuen tot er planten uitkomen met een 
   combinatie van gunstige eigenschappen

* Deze soort wordt dan in productie genomen.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Veredeling

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Genetische modificatie
* Door genetische modificatie wordt een gen van de ene plant 
   dan toegevoegd aan de erfelijke informatie van de andere plant. 
   Bv. aardappels kweken die resistent zijn tegen ziekten. 
* Een genetisch gemodificeerd organisme noemen we een transgeen
* Sommige mensen zijn bang dat dit
   gevaarlijk is. 
* Er is in NL een vergunning voor
    nodig en staat op het etiket. 


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Veeteelt
* Intensieve veehouderij: weinig ruimte en veel dieren. 
* Krachtvoer bevat veel energierijke stoffen en de juiste 
   mineralen voor zo veel mogelijk groei/opbrengst
* Veredeling bijvoorbeeld om meer melkproductie te krijgen bij 
   koeien. Dat gebeurt door dieren met een goede opbrengst 
   met elkaar te kruisen.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Kunstmatige inseminatie (ki)
Bij Kunstmatige inseminatie wordt sperma van een stier met gunstige eigenschappen opgevangen en in de baarmoeder van een koe ingebracht. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

In-vitrofertilisatie (ivf)
Buiten de baarmoeder zaadcellen die de eicellen bevruchten, waarna het klompje cellen in de baarmoeder van draagkoeien wordt ingebracht. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Biologische landbouw
Probeert het milieu zo veel mogelijk te besparen

Biologische gewasbestrijding
Geen monoculturen
Kleine stukken grond afgewisseld

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk








Slide 24 - Slide

Klaar: puzzel laten maken
Startvragen
1. Waarom is vlees eten niet duurzaam?



Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Startvragen
1. Waarom is vlees eten niet duurzaam?

Antwoord:
Voor veeteelt is veel veevoer nodig. Daarvoor is veel landbouwgrond nodig. Het gebruik van landbouwgrond zorgt voor vervuiling en uitputting van het milieu.

Slide 26 - Slide

Extra vraag: Waarom is voor veevoer veel landbouwgrond nodig?