Toetssof

Toetsstof
1 / 34
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Toetsstof

Slide 1 - Slide

Koning en geestelijken

Slide 2 - Slide

Karel de grote
Rond 500 na Christus werd het Romeinse rijk binnengevallen door o.a. de Franken, een Germaans volk. 
Zij wisten een groot deel van Europa in bezit te krijgen.
Karel de grote was de baas van dit rijk en liet zich door de paus tot keizer kronen. 
Hij was gefascineerd door het Romeinse rijk 
en wilde net zo belangrijk zijn als de keizers.  

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Er kwamen monniken (Iemand die alles heeft opgegeven om voor God te leven.) die vonden dat zij de taak hadden om iedereen christelijk te maken. 
Karel was hier blij mee, want hoe meer mensen bij het zelfde geloof horen hoe meer macht hij heeft. Het christelijke geloof had namelijk veel invloed op de manier hoe mensen hun leven leefden. 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

De geestelijken
Priesters
-Werkten in de kerk.
-Gaven preken.
Monniken
-Leefden in kloosters.
-Leren lezen en schrijven.
-Veel macht over het volk.
Nonnen
-Leefden in vrouwen kloosters.
- bidden en werken.

Slide 7 - Slide

Wie was machtiger dan wie? ​


Koning bovenaan!
Geestelijken:​
- godsdienstige macht ​

Adel: ​
- politieke macht​

Boeren: ​
- geen macht​









Slide 8 - Slide

Burgers en adel

Slide 9 - Slide

Edelen
Het rijk van Karel was erg groot en daarom liet hij andere mensen kleine delen van zijn rijk besturen.
Karels rijk was verdeeld in graafschappen 
en die graafschappen vielen weer onder hertogdommen. ​


Aan het hoofd van een graafschap staat een 
graaf en aan het hoofd van een hertogdom staat een hertog.​

Ze moesten Karel met ‘raad en daad’ bijstaan:​
- helpen met het bestuur​
- zorgen voor ridders 





Slide 10 - Slide

Een graaf en hertog waren van adel
Zij hadden veel macht.​


De adel vormden een aparte groep van belangrijke mensen in de samenleving​

Edelen woonden vaak in houten kasteeltorens op zelfgemaakte heuvels. Beschermd door een gracht. 



Slide 11 - Slide

De meeste boeren waren arm en 
woonden en werkten op het land van een edele, een heer. ​


De heer was vaak een graaf of een hertog. ​
In de tijd van monniken en ridders was er geen politie die mensen kon beschermen. Daarom zochten boeren bescherming bij hun heer


Slide 12 - Slide

Boeren mochten een stuk grond bewerken en een huis gebruiken. ​

Als er gevaar dreigde, beschermde de heer de boeren. ​

In ruil voor die bescherming hadden boeren veel plichten:​
- deel van hun oogst afstaan​
- onbetaald werk doen, akkers bewerken of iets repareren ​
- niet zonder toestemming verhuizen ​
- verboden om met een vrouw uit een ander gebied te trouwen






Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Opkomst van de Islam

Slide 15 - Slide

Het verhaal van Mohammed
In 570 n.C. wordt Mohammed geboren.​


Op een dag kreeg Mohammed een droom. Allah (God) sprak tot hem. Mohammed werd een profeet: ​
- boodschapper​
 - voorspellingen doen ​




Slide 16 - Slide

Met deze droom ontstond de islam:​

 - onderwerping aan de wil van Allah.​

Aanhangers van de islam worden moslim genoemd. ​

Alle verhalen staan in de Koran:​
 - regels​
 - hoe te leven






Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Arabische veroveringen
Mohammed stichtte een islamitische staat waar mensen zich moesten houden aan de regels van de islam.​


De Kaäba in Mekka werd na een hevige strijd de heiligste plek voor moslims. ​

Hoe noemen we een islamitisch gebedshuis?​
moskee



Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

De Arabische veroveringen
Mohammed had veel macht en was godsdienstig en politiek leider. 
Hij heeft erg veel gebieden veroverd.

Na de dood van Mohammed in 632 kwamen er opvolgers; de kaliefen. ​


Zij gaan door met veroveren en verspreiden van de islam. ​
Hoe verspreiden de kaliefen de islam?​
De kaliefen veroverden, vaak met geweld, veel gebieden waardoor 
het islamitische rijk werd uitgebreid.​

Welke drie steden zijn belangrijk voor de moslims?​
Mekka, Medina en Jeruzalem





Slide 21 - Slide

De arabische wereld
De Arabische cultuur:​

 - moskeeën​
 - Arabische taal ​
 - islamitische wetten​

Christenen en joden mochten hun geloof houden en werden goed behandeld (tolerantie).​

Ze moesten wel meer belasting betalen omdat ze niet in het leger hoefde.​







Slide 22 - Slide

Contact tussen moslims en Christenen
Er waren vreedzame contacten:​

 - handel drijven met specerijen uit Indonesië. ​

 Maar ook oorlogen:​
 - kruistochten:​
 Tussen 1000-1300 gingen legers van christelijke soldaten naar Jeruzalem om de stad terug te veroveren.




Slide 23 - Slide

Omgaan met Verschillen
Welkom allemaal!

Slide 24 - Slide

Levensbeschouwing
Levensbeschouwing gaat over hoe je over het leven denkt.
Je kan het ook religie noemen.
De wereldgodsdiensten zijn;
  • Christendom
  • Jodendom
  • Islam
  • Hindoeïsme
  • Boeddhisme 

Slide 25 - Slide

Vrijheid van godsdienst
In Nederland hebben wij de vrijheid van godsdienst. Dit betekent dat je zelf mag kiezen waar je wel of niet in gelooft.
In sommige landen is er een scheiding van kerk en staat. Dit betekent dat de wet losstaat van religie. 

In sommige islamitische landen hebben ze bijvoorbeeld wetten die zijn gebaseerd op de koran. 

Slide 26 - Slide

Scholen
Openbare scholen:                                        Bijzondere scholen:
Opgericht door de overheid.   Opgericht door mensen met een     voor iedereen.                                         levensbeschouwing.  Bijv.                                                                      Jodendom, Christendom, Islam etc.
Wetten:
Beiden krijgen geld van de overheid, Hebben hetzelfde lesprogramma, Vieren hun eigen feesten.

Slide 27 - Slide

Omgaan met verschillen deel 2
Welkom allemaal!

Slide 28 - Slide

Cultuur = Wat een groep mensen vindt, doet en maakt​, bestaat uit rituelen= vaste handelingen die in een cultuur belangrijk zijn.
Vier kenmerken van cultuur?​
taal​
geloof​
gebruiksvoorwerpen​
gewoonten​

Ieder land heeft een eigen cultuur, maar mensen nemen ook dingen van andere culturen over.







Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Helden en symbolen
Symbolen = Woorden, tekens of voorwerpen met een speciale betekenis in een cultuur​.
Helden = Personen die belangrijk zijn in een cultuur.


Slide 31 - Slide

Normen, Waarden en Respect
Waarde = Wat iemand belangrijk vindt​
Norm = Wat iemand gewoon (normaal) vindt​
Respect = Eerbied en waardering 
Vooroordelen = een mening die niet op feiten is gebaseerd.
Bij een vooroordeel doe je net of alle mensen van die groep dezelfde eigenschap hebben. 



Slide 32 - Slide

Slide 33 - Video

De Arabische veroveringen
Mohammed had veel macht en was godsdienstig en politiek leider. 
Hij heeft erg veel gebieden veroverd.

Na de dood van Mohammed in 632 kwamen er opvolgers; de kaliefen. ​


Zij gaan door met veroveren en verspreiden van de islam. ​
Hoe verspreiden de kaliefen de islam?​
De kaliefen veroverden, vaak met geweld, veel gebieden waardoor 
het islamitische rijk werd uitgebreid.​

Welke drie steden zijn belangrijk voor de moslims?​
Mekka, Medina en Jeruzalem





Slide 34 - Slide