H6.2_Sociale zekerheid

Hoofdstuk 6 
Wie heeft het voor het zeggen?


1 / 31
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 6 
Wie heeft het voor het zeggen?


Slide 1 - Slide

Huiswerk bespreken
Plusopdrachten: 1 t/m 4 (blz 180) Rekenopdrachten: 1 t/m 5 (blz 182)

Slide 2 - Slide

H6.2: Sociale zekerheid

Programma:
  • Doorlezen paragraaf 6.2
  • Lesdoelen par. 6.2
  • Uitleg en instructie
  • Huiswerk volgende les
  • Volgende les: Herhaling/reflectie en bespreken huiswerk

Slide 4 - Slide

Lesdoelen: na de les weet je.....
  • Waarom er sociale zekerheid is
  • Wat het solidariteitsbeginsel inhoudt
  • Het verschil tussen de sociale voorzieningen en de sociale verzekeringen
  • Twee maatregelen te noemen waarmee de overheid de sociale zekerheid betaalbaar houdt.

Slide 5 - Slide

Uitleg en instructie...

Slide 6 - Slide

Verzorgingsstaat
Nederland is een verzorgingsstaat
- Voorzieningen als onderwijs en zorg voor elke inwoner in NL
- Bestaanszekerheid door sociale zekerheid, zoals uitkeringen.

Sociaal minimum: vastgelegd minimumbedrag om van te kunnen leven 


Slide 7 - Slide

Sociaal minimum
In Nederland krijgt iedereen het sociaal minimum. 
Dit is het geldbedrag wat je minimaal moet hebben om te leven.

Als je onder het sociaal minimum zit, dan wordt het aangevuld met een bijstandsuitkering of je krijgt huurtoeslag of zorgtoeslag.

Slide 8 - Slide

Solidariteitsbeginsel

Slide 9 - Slide

Sociale zekerheid

Slide 10 - Slide

Sociale zekerheid

Slide 11 - Slide

Blijft sociale zekerheid betaalbaar?

Slide 12 - Slide

Solidariteitsbeginsel

Slide 13 - Slide

Weet jij welk effect de vergrijzing op de AOW-leeftijd heeft?
šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 14 - Poll

vragen?

Slide 15 - Slide

Maken opdrachten 
Maken van opdrachten 2 t/m 5 (blz. 130-131)



timer
10:00

Slide 16 - Slide

Bespreken opgave 2 t/m 5

Slide 17 - Slide

Huiswerk volgende les
Maken Par.6.2: 
Opdrachten  1 t/m 11

Slide 18 - Slide

Huiswerk bespreken
Par. 6.2: Opdrachten 1 t/m 11

Slide 19 - Slide

Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
  • Waarom er sociale zekerheid is
  • Wat het solidariteitsbeginsel inhoudt
  • Het verschil tussen de sociale voorzieningen en de sociale verzekeringen
  • Twee maatregelen te noemen waarmee de overheid de sociale zekerheid betaalbaar houdt.

Slide 20 - Slide

Sociale voorzieningen worden betaald met ....
A
Werkgeverspremies
B
belastinggeld
C
het brutoloon
D
de volksverzekeringen

Slide 21 - Quiz

Wat is huurtoeslag?
A
Een bedrijf dat betaalbare huurwoningen bouwt
B
Een contract tussen een huurder en verhuurder
C
een bijdrage van de overheid zodat jij de huur kan betalen
D
Kosten bij het aankopen van een huis

Slide 22 - Quiz


Zijn zus leeft van een bijstandsuitkering;
dat is een voorbeeld van een
A
volksverzekering
B
werknemers-verzekering
C
sociale voorziening
D
Geen idee?

Slide 23 - Quiz

wat is sociale verzekeringen
A
ze worden betaald met sociale premies die je betaalt over je inkomen
B
gewoon je inkomen geef je een stukje van af
C
alleen de sociale premies
D
volksverzekering

Slide 24 - Quiz

De WW is een ...
A
werknemersverzekering
B
volksverzekering

Slide 25 - Quiz

Voor wie is de WW
A
Ouderen
B
Werklozen
C
Weduwes
D
Ouders

Slide 26 - Quiz

Wat is een verzorgingsstaat?
A
Daarin worden wetten gemaakt.
B
Daar vindt het proces van socialisatie plaats.
C
een systeem waarbij de overheid zorgt voor het welzijn van de inwoners
D
zorgt ervoor dat het gedrag van mensen voorspelbaar is.

Slide 27 - Quiz

Wat is GEEN sociale verzekering?
A
WW
B
WAO
C
AOW
D
Bijstand

Slide 28 - Quiz

Wat is het sociaal minimum
A
Hoeveel mensen er leven van een bijstandsuitkering
B
Een minimumbedrag wat je nodig hebt om van te kunnen leven
C
De minimale leeftijd om een uitkering te kunnen ontvangen
D
Een toeslag die je van de overheid krijgt als je een laag inkomen hebt

Slide 29 - Quiz

Wat is de juiste omschrijving van het solidariteitsbeginsel?
A
Prijsafspraken tussen bedrijven
B
Werkenden betalen voor niet werkenden
C
Twee bedrijven die gaan samenwerken
D
De rijkste mensen betalen de meeste belasting

Slide 30 - Quiz

Huiswerk volgende les
Plusopdrachten: 5 t/m 8  (blz 180) Rekenopdrachten: 6 t/m 9 (blz 182)


Slide 31 - Slide