Opruimen en schoonmaken

Opruimen & Schoonmaken
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Opruimen & Schoonmaken

Slide 1 - Slide

Huishouden

Slide 2 - Mind map

Wie doet bij jou thuis het huishouden?

Slide 3 - Open question

Welke taken heb jij in het huishouden?

Slide 4 - Open question

Wat vind jij netjes?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Wat zijn bacteriën?

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Reinigen vs desinfecteren
Als je iets reinigt, verwijder je het vuil en vet. 
Je reinigt 98% van de bacteriën!
Als je iets desinfecteert, verwijder je alle bacteriën.
Je desinfecteert 2% van de bacteriën.

Slide 10 - Slide

Kunnen je met allesreiniger alles reinigen?
A
Natuurlijk.
B
Nee, je kan er ook mee ontvetten.
C
Nee, je kan er ook mee ontkalken.
D
Nee, ontkalken en ontvetten doe je met een ander reinigingsmiddel.

Slide 11 - Quiz

Kalk
Dit zit vooral op plekken waar je water gebruikt.
Kalk is opgedroogd water. Wanneer je het niet verwijderd gaat het opbouwen en is het lastiger te verwijderen.

Slide 12 - Slide

Welk reinigingsmiddel kun je gebruiken als ontkalker?
A
WC-eend
B
Chloor
C
Allesreiniger
D
Afwasmiddel

Slide 13 - Quiz

Ontvetten
Hiervoor gebruik je een ontvettend middel.

Slide 14 - Slide

Met welk reinigingsmiddel kan je ontvetten?
A
Afwasmiddel
B
Chloor
C
Dikke bleek
D
Glassex

Slide 15 - Quiz

Alle bacteriën zijn slecht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

Je kan alle bacteriën doden met afwasmiddel.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

In een ziekenhuis moeten materialen zowel gereinigd als gedesinfecteerd worden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Ontvetten kun je doen met...
A
vaatwastabletten
B
afwasmiddel
C
allesreiniger
D
wasmiddel

Slide 19 - Quiz

Schoonmaken is...
A
nuttig
B
onnodig
C
veel werk
D
niet nuttig

Slide 20 - Quiz