Spelling meervouden en tussenletters

Hoe schrijf je het meervoud van
politicus
A
politica
B
politicussen
C
politici
1 / 21
next
Slide 1: Quiz
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Hoe schrijf je het meervoud van
politicus
A
politica
B
politicussen
C
politici

Slide 1 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
bangerik
A
bangerikken
B
bangeriken
C
bangerika

Slide 2 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
moskee
A
moskeën
B
moskeeën
C
moskeeen
D
moskee-en

Slide 3 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
menu
A
menuus
B
menu's
C
menus
D
menu-s

Slide 4 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
abonnee
A
abonnee's
B
abonne's
C
abonnees
D
abonees

Slide 5 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
bacterie
A
bacterieën
B
bacterien
C
bacteriën
D
bacterie-en

Slide 6 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
krokodil
A
krokodellen
B
krokodilen
C
krokodillen
D
krokodil-en

Slide 7 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
zebra
A
zebraas
B
zebra's
C
zebreas
D
zebras

Slide 8 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
middel
A
middelen
B
midellen
C
middellen
D
middeleen

Slide 9 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
havik
A
havikken
B
havvikken
C
havekken
D
haviken

Slide 10 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van

dreumes
A
dreumessen
B
dreumes-en
C
dreumes'sen
D
dreumesen

Slide 11 - Quiz

Maak de juiste samenstelling
hoogte + punt
A
hoogtenpunt
B
hoogte-punt
C
hoogtepunt

Slide 12 - Quiz

Maak de juiste samenstelling
rode + kool
A
rodenkool
B
roodkool
C
rodekool

Slide 13 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

ver + kijker
A
verrenkijker
B
verenkijken
C
verrekijker

Slide 14 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

lachen + bek
A
lachenbek
B
lachen-bek
C
lachebek

Slide 15 - Quiz

Maak de juiste samenstelling
jokken + brok
A
jokkenbrok
B
jokkebrok
C
jokken-brok

Slide 16 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

beren + sterk
A
berensterk
B
beren-sterk
C
beer'sterk
D
beresterk

Slide 17 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

aap + trots
A
apetrots
B
aapentrots
C
apen-trots

Slide 18 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

nacht + gaal
A
nachtegaal
B
nachtengaal
C
nacht-gaal

Slide 19 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

zon + bank
A
zonnenbank
B
zonbank
C
zonnebank
D
zon'bank

Slide 20 - Quiz

Maak de juiste samenstelling

rogge + brood
A
rogbrood
B
roggenbrood
C
rogge-brood
D
roggebrood

Slide 21 - Quiz