Economie examentraningen examenjaar 2025

EXAMENTRAINING voor de examenkandidaten 2025


Economie TL 

Wat wordt er van mij verwacht tijdens een examen........??
1 / 35
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

EXAMENTRAINING voor de examenkandidaten 2025


Economie TL 

Wat wordt er van mij verwacht tijdens een examen........??

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Voorbereiding examen
  • Tips voor het maken van een examen

  • Checken of we weten hoe het examen eruit gaat zien
  • We gaan oefenopgaven maken uit oude examens

Slide 2 - Slide

Examenzittingen

Slide 3 - Slide

Voorbereiden examen
  • Je moet alle hoofdstukken uit je boek kennen. 
  • De beste manier om je voor te bereiden op het examen is het maken van de oude examens
  • Veel van de onderwerpen die eerder in een centraal examen zijn gevraagd, komen terug.
  • Gebruik Eindexamensite.nl of Examensprint Pincode

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Bij je economie examen mag je een woordenboek gebruiken
A
Nee, natuurlijk niet
B
Ja, een Nederlands woordenboek
C
Ja, een woordenboek Nederlands naar een andere taal
D
Ja, een NL woordenboek of een Nederlands wb naar een andere taal

Slide 6 - Quiz

Met potlood schrijven is toegestaan bij je economie examen
A
ja natuurlijk mag dat
B
Nee, dat mag niet m.u.v. het tekenen van grafieken met potlood
C
Nee, dat mag niet in verband met fraudegevoeligeheid

Slide 7 - Quiz

De vragen van je examen mag je alleen in de voorgeschreven volgorde maken
A
Ja, je moet beginnen met vraag 1, daarna vraag 2, vraag 3 enz.
B
Ja, anders word je op je cijfer gekort
C
Nee, dat hoeft niet, de docent zoekt het wel uit
D
Nee, dat hoeft niet, als je de vragen maar duidelijk aangeeft

Slide 8 - Quiz

Welke rekenmachine neem je mee naar je examen, en dus ook de toetsen dit jaar?
A
Een rekenmachine zonder toeters en bellen
B
Een gewone eenvoudige rekenmachine met reservebatterijen
C
Een grafische rekenmachine met een leeg geheugen
D
Een mobieltje met een goedgekeurde rekenmachine app

Slide 9 - Quiz

Enkele tips
  • Geld ALTIJD afronden op 2 decimalen, en......
  • Vergeet het €-teken niet
  • Procenten afronden op 1 decimaal
  • LEES de vraag goed, neem de tijd
  • Heb je antwoord gegeven op de vraag?
  • Geen vage beschrijvingen; ze/hun/we maar bijv. de  consumenten

Slide 10 - Slide

Enkele tips
  • Houd het simpel, betrek het naar jezelf, leef je in
  • Conclusie opschrijven! Wie heeft gelijk ....
  • LEES de vraag goed, neem de tijd
  • Heb je antwoord gegeven op de vraag?
  • Lees vraag na - als ze vragen naar % dan geen mld erachter zetten
  • Oefenen, oefenen, oefenen, én nakijken 
  • Begrippen en samenvatting goed leren

Slide 11 - Slide

  • Theorie:
  1. Begrippen leren / voorbeelden bedenken / ezelsbrug
  2. Samenvatting maken
  3. Opgaven opnieuw maken (boek of online)
  • Berekeningen 
  1. Formules leren en begrijpen
  2. Rekenopgaven opnieuw maken (boek of online)
  • Oude examens maken
  1. Antwoorden controleren
  2. Aan de slag met moeilijke onderdelen

Slide 12 - Slide

Het examen maken:
  • Gebruik je kladpapier:
  1. Zet getallen op een rij
  2. Schrijf ook de woorden erbij
  3. Bij open vragen: schrijf de definitie even op
  • Let op de eenheden (€, %, aantallen, $, miljoen, x1000, enz.)
  • Controleer je antwoorden
  1. Heb ik de vraag echt beantwoord?
  2. Is het logisch?
  3. Reken % weer terug

Slide 13 - Slide

examen economie (correctie)
Wat doet een corrector....?

  • Per vraag krijgen je 0, 1 of 2 punten
  • Eén antwoord gevraagd? Alleen jouw eerste antwoord wordt gelezen
  • Géén berekening? Dan géén punten
  • Wordt er een antwoord met verklaring gevraagd? Zonder verklaring géén punten
  • Geef je bij meerkeuze teveel antwoorden? Géén punten
  • Als jij bij meerdere vragen dezelfde fout maakt, krijg je meerdere keren puntaftrek
  • Gebruik de economische betekenis van een woord

Slide 14 - Slide

Examenvragen beantwoorden
Hoe doe ik dat? En wat betekenen de woorden in de vraag?

Slide 15 - Slide

Doel van deze les
Aan het einde van de les:
- Heb je geoefend met het beantwoorden van examenvragen. Geef ik wel volledig antwoord en en begrijpt een ander mijn antwoord ook.

Slide 16 - Slide

Open vraag
- Wanneer je een vraag helemaal juist beantwoord krijg je alle punten
-Als je een vraag gedeeltelijk goed hebt krijg je gedeeltelijk de punten
-Wanneer je maar één antwoord hoeft te geven op de vraag wordt alleen het antwoord wat als eerste is gegeven goed gerekend.
- Geef je dus meerdere antwoorden dan kijk je alleen naar het eerste antwoord. De rest wordt niet meegeteld
- Dit geld ook voor vragen met meerdere antwoorden
- Wanneer je bij een vraag het juiste antwoord geeft, maar geen uitleg of berekening geeft, wordt de vraag fout gerekend en krijg je 0 punten.

Slide 17 - Slide

Voorbeeldvraag
  • Leidt de verplaatsing van Nederlandse bedrijven naar China tot    conjuncturele of structurele werkloosheid in Nederland? Maak een keuze en verklaar je antwoord.
  • Antwoord:
structurele werkloosheid
Het antwoord is inderdaad structurele werkloosheid, maar wordt toch fout gerekend, want de juiste verklaring mist.

Slide 18 - Slide

Rekenvraag
welke info heb ik nodig
welke formule moet ik toepassen
Houdt bij een rekenvraag ALTIJD rekening met Afronden:
Rond een antwoord in euro’s altijd met 2 cijfers achter de komma af
Dus als je antwoord 10 euro is schrijf je dit op als €10,00
Rond een antwoord in procenten altijd af met 1 cijfers achter de komma
Dus als je antwoord 1,45 procent is schrijf je dit op als 1,5%
Heb je een antwoord verkeerd afgerond, dan wordt het antwoord fout gerekend en is de vraag dus fout beantwoord!
Schrijf altijd de hele berekening op! VERGEET DIT NIET, DIT IS ECHT SUPER BELANGRIJK!

Slide 19 - Slide

Noem twee oorzaken van het ontstaan van inflatie.
Wat betekent eigenlijk oorzaken?

Slide 20 - Open question

Noem twee oorzaken van het ontstaan van inflatie.
Noem + ontstaan inflatie + 2x

Slide 21 - Open question

Inzichtsvraag
2p 32 Een lager rentepercentage stimuleert de economie, maar kan ook leiden tot hogere inflatie.
--> Leg uit in twee stappen dat een lager rentepercentage kan leiden tot een hogere inflatie.

Werkwoord + onderwerp + voorwaarden

Slide 22 - Slide

--> Leg uit in twee stappen dat een lager rentepercentage kan leiden tot een hogere inflatie.

Werkwoord + onderwerp + voorwaarden

Slide 23 - Open question

Algemeen - soorten vragen en examentaal

Slide 24 - Slide


Wat zijn argumenten? Argumenten zijn ...
A
Belangrijke woorden in een tekst die een verband aangeven
B
Woorden die de mening van de schrijver aangeven
C
Een onderbouwing van de reden waarom je iets doet of niet doet of vindt of niet vindt
D
Voorbeelden die gegeven worden in de tekst

Slide 25 - Quiz

Aarts bedrijf is gestart als een eenmanszaak. Aart vraagt Kyona om in te
stappen als partner van Aart in een besloten vennootschap (bv). Ze
bespreken de voors en tegens van deze rechtsvorm.
--> Noem een argument, anders dan een belastingvoordeel, om te kiezen
voor de rechtsvorm bv, in plaats van een eenmanszaak.

Slide 26 - Open question

Volgens Rashid zijn inkomensverschillen prima. Hij vindt dan ook dat “het
slecht zou zijn voor de Nederlandse economie als iedereen hetzelfde zou
verdienen”.
--> Noem een argument voor de uitspraak van Rashid.

Slide 27 - Open question

Toelichting
Geef een toelichting.
Maar wat is een toelichting?
A
een opmerking geven
B
voorbeelden geven
C
nadere uitleg geven
D
een vraag stellen

Slide 28 - Quiz

Veel jongeren zien rood staan bij een bank niet als lenen, maar met een
negatief saldo hebben ze wel een schuld, net als bij een persoonlijke
lening.
--> Noem een verschil tussen rood staan en een persoonlijke lening bij
een bank. Licht je antwoord toe.

Slide 29 - Open question

Geef een reden. Wat is een reden?
A
waardoor het komt
B
Wat je wilt
C
wat je mening is
D
wat voorbeelden zijn

Slide 30 - Quiz

Marjolein: “Ons rozenkweekbedrijf maakt winst. Dat komt voornamelijk
doordat we de productie voor een groot deel verplaatst hebben naar
Kenia in Afrika. De kostprijs is daardoor laag.”
--> Noem een reden voor de lage kostprijs van de rozenproductie in
Kenia.

Slide 31 - Open question

' Uitleggen' betekent
A
iets neerleggen
B
iets vertellen over het onderwerp
C
iets pakken
D
Iets uit elkaar halen

Slide 32 - Quiz

Tim en Tom horen hun ouders praten over de waardestijging van de
woning. Zij denken dat hun ouders daar blij mee zijn, maar vader merkt
op: “Aan die gestegen waarde hebben we nu niets.”
--> Leg de opmerking van vader uit

Slide 33 - Open question

Waar kun je oefenen?

Eindexamensite.nl
Examensprint Pincode

Voor uitleg kun je ook zoeken op youtube op "Ecoshow"

Slide 34 - Slide

Einde van deze examentraining.

Slide 35 - Slide