Wie heeft een socialmedia-account waar ouders niets vanaf weten?
Slide 3 - Slide
Onderzoekje in de klas
Eén op de tien jongeren heeft een socialmedia-account waar ouders niets vanaf weten.
Slide 4 - Slide
Onderzoekje in de klas
Wie deelt zijn GPS-locatie met zijn ouders?
Slide 5 - Slide
Lezen - H1.3 - lesdoel
In deze paragraaf herhalen we:
• nauwkeurig lezen en verkennend lezen;
• hoe je het onderwerp en deelonderwerp van een tekst vindt;
• de Moeilijke-woordenwijzer;
• de signaalwoorden die een opsomming, tegenstelling en tijdsvolgorde aangeven.
• Nieuw: zoekend lezen en studerend lezen.
Slide 6 - Slide
Verkennen lezen
Lees de tekst verkennend.
Markeer wat je allemaal leest.
Lees je een alinea, zet dan een verticale streep ervoor.
Vraag: waarom lees je een tekst verkennend?
Slide 7 - Slide
Verkennen lezen
Een tekst bekijken om een
eerste indruk te krijgen.
Slide 8 - Slide
Verkennend lezen
Slide 9 - Slide
Nauwkeurig lezen
Slide 10 - Slide
Nauwkeurig lezen
Een tekst helemaal lezen om hem te begrijpen.
Slide 11 - Slide
Aan het werk (in een groepje)
Lees de tekst nauwkeurig.
Tijdens het lezen: Schrijf na iedere alinea de kern op in steekwoorden. (Word, 1 leerling)
Na het lezen: Op basis van de steekwoorden schrijf je een korte samenvatting over de tekst. (word, printen)
Opdrachten maken in je werkboek.
Slide 12 - Slide
Groepjes
1
2
3
4
5
6
Mike
Jayden
Daan
Joep
Max
Bo
Maaike
Lieve
Yinthe
Mirko
Yorick
Job
Caitlyn
Alain
Steyn
Collin
Slide 13 - Slide
zoekend lezen
In een tekst zoeken naar het antwoord op een vraag. Je zoekt bijvoorbeeld de ingrediënten die je nodig hebt voor een cake of je kijkt in het wedstrijdschema om te zien hoe laat jouw team moet spelen.
Slide 14 - Slide
studerend lezen
Een tekst lezen om de informatie te onthouden. Je leert bijvoorbeeld Engelse woordjes, omdat je een overhoring krijgt.
• hoe je het onderwerp en deelonderwerp van een tekst vindt;
• de Moeilijke-woordenwijzer;
• de signaalwoorden die een opsomming, tegenstelling en tijdsvolgorde aangeven.
• Nieuw: zoekend lezen en studerend lezen.
Slide 18 - Slide
Verkennen lezen
Een tekst bekijken om een
eerste indruk te krijgen.
Slide 19 - Slide
Verkennend lezen
Slide 20 - Slide
Nauwkeurig lezen
Slide 21 - Slide
Nauwkeurig lezen
Een tekst helemaal lezen om hem te begrijpen.
Slide 22 - Slide
Zoekend lezen
Wat is dat en wanneer gebruik je zoekend lezen?
Slide 23 - Slide
zoekend lezen
In een tekst zoeken naar het antwoord op een vraag. Je zoekt bijvoorbeeld de ingrediënten die je nodig hebt voor een cake of je kijkt in het wedstrijdschema om te zien hoe laat jouw team moet spelen.
Slide 24 - Slide
Studerend lezen
Wat is dat en wanneer gebruik je studerend lezen?
Slide 25 - Slide
studerend lezen
Een tekst lezen om de informatie te onthouden. Je leert bijvoorbeeld Engelse woordjes, omdat je een overhoring krijgt.
Slide 26 - Slide
Aan het werk (in een groepje)
Lees de tekst nauwkeurig.
Tijdens het lezen: Schrijf na iedere alinea de kern op in steekwoorden. (Word, 1 leerling)
Na het lezen: Op basis van de steekwoorden schrijf je een korte samenvatting over de tekst. (word, printen)
Opdrachten maken in je werkboek.
Vandaag samenvatting, stelling en argumenten inleveren.
• hoe je het onderwerp en deelonderwerp van een tekst vindt;
• de Moeilijke-woordenwijzer;
• de signaalwoorden die een opsomming, tegenstelling en tijdsvolgorde aangeven.
• Nieuw: zoekend lezen en studerend lezen.
Slide 32 - Slide
Zoekend lezen
Wat is dat en wanneer gebruik je zoekend lezen?
Slide 33 - Slide
zoekend lezen
In een tekst zoeken naar het antwoord op een vraag. Je zoekt bijvoorbeeld de ingrediënten die je nodig hebt voor een cake of je kijkt in het wedstrijdschema om te zien hoe laat jouw team moet spelen.
Slide 34 - Slide
Studerend lezen
Wat is dat en wanneer gebruik je studerend lezen?
Slide 35 - Slide
studerend lezen
Een tekst lezen om de informatie te onthouden. Je leert bijvoorbeeld Engelse woordjes, omdat je een overhoring krijgt.
Slide 36 - Slide
Wat gaan we deze les doen?
Presentatie van stellingen
Samenvatting voorlezen
Huiswerk controle en zelf nakijken: H1.3 opdracht 4, 6, 7, 8, 9 en 11
Leestaak maken (huiswerk wo 12-3), opdracht 20 t/m 25