Oefenquiz burgerschap

Oefenquiz burgerschap
1 / 39
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Oefenquiz burgerschap

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 1
Wat moet je weten? 
1.1
1.2
1.3
1.4

Slide 2 - Slide

Wat zijn voorbeelden van waarden?

A
Respect
B
Vriendelijkheid
C
Opstaan voor ouderen in de tram
D
Het sinterklaasfeest

Slide 3 - Quiz

Je.......... is wie je bent: een uniek mens, anders dan andere mensen.
Vul het juiste woord in.

Slide 4 - Open question

Wat zijn voorbeelden van normen?
A
Opstaan voor ouderen in de tram
B
Stoppen voor een rood stoplicht
C
Veiligheid
D
Koningsdag

Slide 5 - Quiz

Een bijzondere gebeurtenis die je op een vaste manier uitvoert is een......
A
Symbool
B
Norm
C
Gebruik
D
Waarde

Slide 6 - Quiz

Een afwijkende cultuur binnen de cultuur van de meerderheid noemen we een....
A
Religie
B
Symbool
C
Norm
D
Subcultuur

Slide 7 - Quiz

Van wat is het volgende een voorbeeld? Aya komt uit Syrië en heeft al snel vrienden gemaakt op haar nieuwe werk in den Haag.
A
Acceptatie
B
Tolerantie
C
Uitsluiting
D
Geen van allen

Slide 8 - Quiz

Waar is het volgende een voorbeeld van?
Wanneer je iemand respecteert en in zijn/haar waarde laat maar tot een andere groep behoort.
A
Uitsluiting
B
Acceptatie
C
Tolerantie
D
Geen van allen

Slide 9 - Quiz

Een groep mensen met dezelfde normen, waarden en eigenschappen is een....
A
Identiteit
B
Eigenschappen
C
Religie
D
Cultuur

Slide 10 - Quiz

Binnen een groep heeft iedereen een bepaalde
A
Rol
B
Opdracht
C
Subcultuur
D
Eigenschap

Slide 11 - Quiz

Hoofdstuk 3
Wat moet je weten?
3.1
3.2
3.3
3.4

Slide 12 - Slide

In de sector logistiek is een redelijk goede kans op werk. Als je een logistiek beroep uitoefent heb je dus een...
A
Krapteberoep
B
Kansberoep
C
Overstapberoep

Slide 13 - Quiz

In de zorg zijn er veel tekorten in personeel. Deze beroepen zijn....
A
Kansberoepen
B
Krapteberoepen
C
Overstapberoepen

Slide 14 - Quiz

Na 6 maanden proeftijd krijgt Annet een aanstelling tot 31 december 2025. Wat voor contract krijgt Annet?
A
Tijdelijk contract
B
Vast contract
C
Min-max contract

Slide 15 - Quiz

Damian is grafisch ontwerper en bouwt een nieuwe website voor een dierenkliniek. Ze maakt een offerte en stuurt na afloop de factuur. Welk begrip past bij deze zin?
A
Vast contract
B
Tijdelijk contract
C
Uitzendkracht
D
ZZP'er

Slide 16 - Quiz

Victor krijgt een brutosalaris van 2900,- per maand. Hij moet 700,- euro per maand afdragen aan loonheffing en verzekeringen. Victor zijn netto-salaris?

Slide 17 - Open question

Beau is 19 jaar oud en heeft geen werk en inkomen. Moet hij belastingaangifte doen?
A
Ja
B
Nee

Slide 18 - Quiz

Wat is GEEN persoonlijke reden om te werken?
A
Geld
B
Fysieke uitdaging
C
Sociale contacten
D
Internationale concurrentie

Slide 19 - Quiz

Wat is een ander woord voor loonheffing?
A
Pensioenopbouw
B
Inkomstenbelasting
C
WIA
D
Zorgtoeslag

Slide 20 - Quiz

Hoofdstuk 5 
Wat moet je weten? 
5.1
5.2

Slide 21 - Slide

Wat is het kabinet?
A
Ministers en staatssecretarissen
B
Koning en ministers
C
Alle ministers
D
Eerste en Tweede Kamer

Slide 22 - Quiz

Hoe noem je de mensen die in de Tweede Kamer zitten?
A
Ministers
B
Regeringsleden
C
Staatssecretarissen
D
Volksvertegenwoordigers

Slide 23 - Quiz

Hoe worden de partijen genoemd die niet in het kabinet zitten?
A
Coalitiepartijen
B
Regeringspartijen
C
Oppositiepartijen
D
Niet-regeringspartijen

Slide 24 - Quiz

Hoe worden partijen genoemd die het kabinet vormen?
A
Regeringspartijen
B
Coalitiepartijen
C
Oppositiepartijen
D
De verliezers

Slide 25 - Quiz

Uit hoeveel leden bestaat de Tweede Kamer?
A
75
B
100
C
150
D
225

Slide 26 - Quiz

De regering bestaat uit....
A
De Eerste en Tweede Kamer
B
Koning en staatssecretarissen
C
Ministers en staatssecretarissen
D
Koning en ministers

Slide 27 - Quiz

Hoofdstuk 6
Wat moet je weten?
6.1 
6.2

Slide 28 - Slide

Wat is Artikel 1 van de grondwet?
A
Vrijheid van meningsuiting
B
Vrijheid van religie
C
Discriminatie verbod
D
Recht op privacy

Slide 29 - Quiz

Nederland is een rechtsstaat. Dat betekent dat iedereen in Nederland zich aan de wet moet houden.
Is dat waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Een rechter behandelt een zaak waarin het bedrijf van zijn neef aangeklaagd wordt door een werknemer.
Dit mag niet want de rechter is nu niet....
A
Objectief
B
Onpartijdig
C
van onbesproken gedrag
D
Onafhankelijk

Slide 31 - Quiz

Een rechter mag zijn oordeel enkel baseren op wetten en niet op diens eigen mening. Welk begrip hoort hierbij?
A
Objectief
B
van onbesproken gedrag
C
Onafhankelijk
D
Onpartijdig

Slide 32 - Quiz

Bij welke rechtelijke instantie kom je terecht als je na je eerste rechtzaak in hoger beroep gaat?
A
De rechtbank
B
Het gerechtshof
C
De Hoge Raad der Nederland
D
Het internationale gerechtshof

Slide 33 - Quiz

Hoofdstuk 7
Wat moet je weten?
7.1
7.2
7.4

Slide 34 - Slide

Hoe noem je het sterke verlangen om een nieuwe kick te krijgen bij een verslaving?

Slide 35 - Open question

Iemand drinkt gemiddeld vijf glazen alcoholische drank per dag. Wat is dit?
A
Een verslaving aan middelen
B
Een verslaving aan gedrag
C
Geen verslaving

Slide 36 - Quiz

Welke organisatie stelt de beweegrichtlijn op?
A
De Gezondheidsraad
B
Het Europees Parlement
C
Het NIBUD
D
Het voedingscentrum

Slide 37 - Quiz

Hoeveel matig intensieve inspanning adviseert de beweegrichtlijn minstens per week?
A
50 minuten
B
150 minuten
C
200 minuten
D
250 minuten

Slide 38 - Quiz

Niet alle vetten zijn gezond. Welke vetten adviseert het Voedingscentrum wel in te nemen?
A
Verzadigde vetten
B
Vet vlees
C
Koek en gebak
D
Smeer- en bereidingsvetten

Slide 39 - Quiz