Klas 3A - 3.5 Woorden

Vandaag 
  • leer je het het verschil tussen een spreekwoord en een uitdrukking
  • kun je aan het einde van de les spreekwoorden en uitdrukkingen herkennen, begrijpen en gebruiken 

1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Vandaag 
  • leer je het het verschil tussen een spreekwoord en een uitdrukking
  • kun je aan het einde van de les spreekwoorden en uitdrukkingen herkennen, begrijpen en gebruiken 

Slide 1 - Slide

Beeldspraak
Spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten figuurlijk taalgebruik, beeldspraak. 

Slide 2 - Slide

 uitdrukkingen
Ik raak nu de kluts kwijt.
Figuurljke betekenis
Werkwoordelijke uitdrukking 

Janine koos het hazepad.
Figuurlijke betekenis
Werkwoordelijke uitdrukking




Jaap raakt vaak zijn sleutels kwijt.
Letterlijke betekenis
Geen werkwoordelijke uitdrukking

Youssef koos een raketijsje.
Letterlijke betekenis
Geen werkwoordelijke uitdrukking




Slide 3 - Slide

Wat is een uitdrukking? 
Een uitdrukking is een woordcombinatie met een vaste betekenis. Je kunt de uitdrukking een beetje aanpassen.
Tranen met tuiten-> Tim huilt tranen met tuiten.


Slide 4 - Slide

Wat is een spreekwoord? 
Een spreekwoord is een wijsheid die geformuleerd is in een hele zin. Je kunt een spreekwoord niet aanpassen.
Bijv: De appel valt niet ver van de boom
Tim valt niet ver van de boom-> kan niet, dus spreekwoord

Slide 5 - Slide

Spreekwoord of uitdrukking?

In de huid kruipen van

A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 6 - Quiz

Spreekwoord of uitdrukking?

Honger hebben als een paard
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 7 - Quiz

Spreekwoord of uitdrukking?
Lood komt om oud ijzer
A
Spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 8 - Quiz

Spreekwoord of uitdrukking?

Door de mand vallen
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 9 - Quiz

Spreekwoord of uitdrukking?
We moeten de koe bij de horens pakken
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 10 - Quiz

Neem blz. 37 voor je neus.
Welke 5 uitdrukkingen staan
er in de woordenlijst?

Slide 11 - Mind map

Uitleg: Woordvierkant

Slide 12 - Slide

Wat betekent het woord "De schaamte"?

Slide 13 - Open question

Maak een goede zin met "De schaamte".

Slide 14 - Open question

Wat is het tegenovergestelde van "de schaamte"?

Slide 15 - Open question

Welk werkwoord kan je maken van "de schaamte"?

Slide 16 - Open question

Slide 17 - Slide