5.2 Het huishoudboekje van de overheid

4 TL
Hoofdstuk 5 Kan de overheid dat regelen 
5.2 Het huishoudboekje van de overheid
1 / 21
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

4 TL
Hoofdstuk 5 Kan de overheid dat regelen 
5.2 Het huishoudboekje van de overheid

Slide 1 - Slide

Lesdoelen 5.2  
  • hoe komt de overheid aan geld
  • waar geeft de overheid geld aan uit
  • welke inkomstenbronnen heeft een gemeente

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Begrotingstekort & -overschot
  • Begrotingstekort = uitgaven > inkomsten
  • Geld lenen
  • Bezuinigen
  • Belastingen verhogen
  • Begrotingsoverschot = inkomsten > uitgaven
  • Schuld aflossen
  • Meer uitgeven

Slide 4 - Slide

begrotingstekort of begrotingsoverschot?

Slide 5 - Slide

Begrotingstekort
Als de inkomsten van de overheid lager zijn dan de uitgaven, is er een begrotingstekort
 

Wat kan de overheid doen om een begrotingstekort te voorkomen?

  • Bezuinigen
  • zorgen voor extra inkomsten
  • Lenen. Daardoor stijgt de staatsschuld

Gevolg stijging staatsschuld:  hogere rentelast door hogere staatsschuld

Slide 6 - Slide

0

Slide 7 - Video

Inkomsten en uitgaven van de overheid

De overheid ontvangt premies voor de sociale zekerheid en geld van niet-belastingontvangsten, zoals aardgasbaten, winst uit staatsbedrijven, paspoort/ID-kaart en boetes.

Slide 8 - Slide

1 Indirecte-                           
2 directe belasting
1. Belastingen die verwerkt zitten in de prijs van een product.

2. Belastingen die je direct aan de overheid betaald.

Slide 9 - Slide

Directe belastingen
Inkomen
Vermogen
Winst

Slide 10 - Slide

Indirecte belastingen
Btw
Accijns
&
Milieuheffingen

Slide 11 - Slide

Directe belastingen

Worden direct aan de belastingdienst betaald.

Het gaat om de belasting over inkomen, winst en vermogen.
-Loon en inkomstenbelasting
-Dividendbelasting
-Vennootschapsbelasting
-Successierechten
-Kansspelbelasting
Indirecte belastingen

Zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Ze worden betaald aan de verkoper, deze draagt ze af aan de belastingdienst.

Het gaat om btw en accijns. Je noemt deze ook wel kostprijsverhogende belastingen. Ander voorbeelden zijn; Invoerrechten, Milieuheffingen,
Motorvoertuigenbelasting en BPM

Slide 12 - Slide

Inkomsten van de gemeente
  • Een groot deel van de inkomsten van de gemeente komt van het Rijk. 
  • Daarnaast betalen burgers en bedrijven gemeentelijke belastingen en heffingen zoals OZB (onroerendezaakbelasting), rioolheffing, afvalstoffenheffing, parkeerbelasting, toeristenbelasting en hondenbelasting.

Slide 13 - Slide

Aan het werk!

Lees de theorie en begrippen op bladzijde 14 t/m 17


Maak de opdrachten 17 t/m 28

 Vul de samenvatting op blz 17 in

 Oefenopgaven 10 t/m 20 blz 29


maken opdrachten

Lees de theorie en begrippen van 5.2

Kies uit de volgende opdrachten:
  • opdrachten 5.2 witte blz. (blz. 144 t/m 147) kies van iedere paragraaf 8 opdrachten
  • oefenopgaven 5.2 alle opdrachten (159)
  • alle rekenopdrachten (groen blz. 162 en 163)
  • maak een eigen samenvatting.


Slide 14 - Slide

Wat heb je geleerd?

Slide 15 - Slide

Loonbelasting is een ... belasting.
A
directe
B
indirecte
C
niet verplichte
D
onzin

Slide 16 - Quiz

Wat doet de overheid niet om een begrotingstekort op te vangen?
A
Bezuinigen
B
Belastingen verhogen
C
Lenen
D
Staatsschuld aflossen

Slide 17 - Quiz

Wat is OZB?
Kies de 2 juiste antwoorden
A
Onroerende Zaak Belasting
B
Huurtoeslag
C
Gemeentebelasting
D
Huurverhoging

Slide 18 - Quiz

Belasting die je betaalt wanneer je een product koopt is een voorbeeld van .....
A
directe belasting.
B
indirecte belasting.
C
niet verplichte
D
onzin

Slide 19 - Quiz

Direct of indirect?

Over een prijs in de postcodeloterij betaal je kansspelbelasting.
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 20 - Quiz

Loonbelasting
BTW
Belasting op alcohol
Directe belastingen
Indirecte belastingen

Slide 21 - Drag question