This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Items in this lesson
Lichaamstaal
Slide 1 - Slide
doel van de les
Ik begrijp wat lichaamstaal is
Ik begrijp waarom het belangrijk is om op lichaamstaal te letten
Ik weet wat non-verbale en verbale communicatie is.
Ik kan lichaamstaal gebruiken om mezelf duidelijker te maken
Slide 2 - Slide
Lichaamstaal
Hoe zie je dat iemand ontspannen is?
Slide 3 - Mind map
Lichaamstaal
55% van de communicatie bestaat uit lichaamstaal,
38% wordt geuit door de stemklank en maar
7% wordt gecommuniceerd door middel van woorden.
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Video
Hoe kun je praten met je lichaam?
Vaak doet je hele lichaamshouding mee om gevoelens te laten zien. Denise kwam huppelend naar huis, ze heeft haar schouders recht en haar hoofd rechtop. daaraan kon haar moeder zien dat ze vrolijk was.
Als je een beetje sloft met je voeten, naar beneden kijkt en je schouders laat hangen, straal je somberheid uit.
Je kan dus met je lichaam laten zien hoe je je voelt, dit heet lichaamstaal
Slide 6 - Slide
Als je luistert, dan let je op wat iemand zegt. Je luistert naar de verbale uitdrukking. Maar je kijkt ook naar de houding van de spreker, de nonverbale uitdrukking en alles wat de spreker niet zegt, maar wel doet en bedoelt.
Verbaal = wat je zegt
Non-verbaal= hoe je het zegt
Communicatie: Verbaal en non-verbaal
Slide 7 - Slide
De koning van de non-verbale communicatie
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
lichaamstaal en indruk
Als je iemand voor het eerst ziet heb je al een beeld van hoe iemand is.
Dat beeld maak je door het uiterlijk dat iemand heeft.
De kleding, de haren , bril, etc.
Slide 10 - Slide
lichaamstaal bij belangrijk gesprek
Slide 11 - Mind map
Slide 12 - Video
Lichaamstaal
Jullie gaan lichaamstaal uitbeelden
1. Loop even de deur uit, leef je in, kom weer binnen en doe een docent na.
Wij moeten raden wie die docent dan is.
Slide 13 - Slide
Welke emotie zie je hier?
A
bang
B
verliefd
C
boos
D
blij
Slide 14 - Quiz
Welke emotie zie je hier?
A
bang
B
verliefd
C
blij
Slide 15 - Quiz
HOE ZIE JE OF IEMAND...
Hij staat ontspannen
Hij durft je niet aan te kijken
Hij kijkt stiekem naar je en glimlacht
Hij maakt zich lang en kijkt van bovenaf op je neer
Hij kijkt je niet aan, maar kijkt naar iets anders
Bedeesd is
Arrogant is
Onverschillig is
Relaxed is
Jou leuk vindt
Slide 16 - Drag question
Het meisje heeft een negatieve uitstraling. Waaraan zie je dat?