Woensdag 26 maart les 1 + 2

Wat is mooi?
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsISKISK

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Wat is mooi?

Slide 1 - Slide

Wat gaan we deze les doen?
  • In groepjes de tekst 'Wat is mooi' lezen + opdrachten maken
  • Praten over wat jullie mooi vinden 
  • In DISK werken: bronnen, woordenschrift en bouwstenen
  • Enquête invullen
  • Grammatica

Slide 2 - Slide

Wat leer je deze les?
1. Ik kan opdrachten maken bij de tekst 'Wat is mooi?'
2. Ik kan vertellen wat ik mooi vindt. 
3. Ik kan de werkwoorden willen en zullen goed schrijven. 


Slide 3 - Slide

Meertaligheid
Donderdag zijn de thuistaallessen eenmalig in de ochtend van 10-11 uur.


Hempenserweg:
Magan - Somalisch - lokaal 123

Verlengde Schrans:
Ahmad - Arabisch - lokaal 1F










Slide 4 - Slide

In groepjes werken
Waarom?
Hoe?
Altijd hetzelfde groepje?

Slide 5 - Slide

  • Ik lees eerst met een groepje de tekst. Daarna maken we de opdrachten. 
  • Ondertussen werken de andere leerlingen in DISK aan de bronnen, bouwstenen en het woordenschrift van thema 9.
  • Als ik klaar ben, dan ga ik naar het volgende groepje.
  • Heb je vragen? Help elkaar of wacht totdat ik bij jouw groepje ben. 

Slide 6 - Slide

Stellingen
  • "Slank zijn is belangrijk."
  •  "Social media maakt mensen onzeker."

Slide 7 - Slide

Ga naar blooket
We gaan de werkwoorden kunnen en mogen herhalen. 
Je moet de werkwoorden zelf schrijven. 
Denk aan de hoofdletters aan het begin van de zin!

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Kunnen

Slide 10 - Slide

Kunnen
  • Iets wat je goed doet: 
Ik kan goed Nederlands spreken. 

  • Iets wat mogelijk is: 
  • U kunt de auto hier parkeren.  

Slide 11 - Slide

Mogen

Slide 12 - Slide

Mogen
  • Het is toegestaan
Je mag mij altijd een vraag stellen. 
Wij mogen hier niet roken. 
 

Slide 13 - Slide

Willen

Slide 14 - Slide

Willen
  • Iets wat je graag wilt: een wens.
Ik wil vanavond pizza eten. 
Ik wil nog niet naar huis. 

Slide 15 - Slide

Welke zin is goed?
A
Ibrahim wil zaterdag voetballen.
B
Ibrahim wilt zaterdag voetballen.

Slide 16 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Wil u mij bellen?
B
Wilt u mij bellen?

Slide 17 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Je wil graag helpen.
B
Je wilt graag helpen.

Slide 18 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Wil je naar huis?
B
Wilt je naar huis?

Slide 19 - Quiz

Zullen

Slide 20 - Slide

Zullen
  • Het gaat over beloftes, plannen en voorstellen
Ik zal een afspraak met hem maken. 
Ik zal hem ophalen. 
Ik zal me aan u voorstellen.  

Slide 21 - Slide

Welke zin is goed?
A
Zal we gaan winkelen?
B
Zullen we gaan winkelen?

Slide 22 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Olga heeft een nieuw huis. Zij zal wel blij zijn.
B
Olga heeft een nieuw huis. Zij zullen wel blij zijn.

Slide 23 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Het is warm. Zal je genoeg drinken?
B
Het is warm. Zul je genoeg drinken?

Slide 24 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Ik zal een kop koffie voor je kopen.
B
Ik zullen een kop koffie voor je kopen.

Slide 25 - Quiz

Opdracht
Maken 
DISK Grammatica 2.11 Willen + 2.12 Zullen

Klaar? Werk verder aan grammatica. 

Slide 26 - Slide

Einde les
  1. Ik kan opdrachten maken bij de tekst 'Wat is mooi?'
  2. Ik kan vertellen wat ik mooi vindt.
  3. Ik kan de werkwoorden willen en zullen goed schrijven. 


Hoe was het om in groepjes te werken?
 

Slide 27 - Slide