Antwoord:
Samenwerking tussen gal en enzymen bij vetvertering en opname:
Gal wordt geproduceerd door de lever en opgeslagen in de galblaas. Het bevat galzouten die vetten emulgeren, waardoor ze in kleinere druppeltjes worden verdeeld.
Pancreaslipase (uit de alvleesklier) breekt de vetdruppels verder af tot monoglyceriden en vetzuren, die in micellen worden opgenomen en via diffusie de darmwand passeren.
In de darmcellen worden vetzuren en monoglyceriden opnieuw samengevoegd tot triglyceriden en verpakt in chylomicronen, die via de lymfe worden afgevoerd.
Verband tussen verstoorde gal-/enzymproductie en Tom’s klachten:
Te weinig gal: Slechte emulgering van vetten → minder oppervlak voor lipase → slechtere vetvertering → vettige ontlasting (steatorroe).
Te weinig lipase: Onverteerde vetten blijven in de darmen → vetten worden niet opgenomen en hopen zich op in de ontlasting.
Aanpassingen die het lichaam kan maken
Vertering kan deels verbeteren door meer onverzadigde vetten te eten (makkelijker op te nemen).
Sommige bacteriën in de darm kunnen helpen bij vetafbraak.
Enzympreparaten (zoals pancreatine) kunnen worden ingenomen als vervanging voor lichaamseigen enzymen.