Vwo toets

Vwo toets
1 / 11
next
Slide 1: Slide
BiologieHBOStudiejaar 1

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Vwo toets

Slide 1 - Slide

uitleg
Sommige vragen waren te lang voor de optie open vraag. Bij deze vragen staan de vragen op een gewone slide en het antwoord een slide verder. Dus niet meteen doorklikken. 

Slide 2 - Slide

Hoe zorgt de structuur van de dunne en dikke darm ervoor dat zij hun functies in het verteringsproces en de opname van voedingsstoffen goed kunnen uitvoeren?

Slide 3 - Open question

Casus:
In een experiment wordt onderzocht hoe licht de fotosynthese van planten beïnvloedt. Er worden twee verschillende omgevingen bekeken: een zonnig veld en een schaduwrijke bosomgeving. De fotosynthese van de planten wordt gemeten door te kijken naar hoeveel zuurstof en glucose ze maken.
Vraag: Wat zijn de voordelen voor planten die hun eigen voedsel kunnen maken? Leg uit hoe licht de snelheid van fotosynthese beïnvloedt in beide omgevingen en hoe planten zich kunnen aanpassen als er niet genoeg licht of kooldioxide is.

Slide 4 - Open question

In bovenstaand plaatje staat een darmwand. Je darmwand is het binnenste slijmvliesoppervlak van de darm en staat direct in contact met de inhoud van het spijsverteringskanaal. Het vormt de barrière tussen de inhoud van de darm en de rest van het lichaam. De darmwand produceert slijm dat de darmen helpt beschermen tegen beschadiging door spijsverteringssappen en zorgt voor een goede doorgang van het voedsel. De darmwand van je dunne darm bestaat uit een aantal lagen. Benoem het vraagteken. 

Slide 5 - Slide

antwoord: bindweefsel

Slide 6 - Slide

Casus:
Tijdens een onderzoek naar spijsverteringsproblemen wordt gekeken naar de opname van voedingsstoffen bij verschillende mensen. Een van de proefpersonen, Tom, heeft moeite met de vertering van vetten en krijgt vaak last van vettige ontlasting en buikpijn na het eten van vette maaltijden. Onderzoekers willen weten welke processen in zijn spijsvertering verstoord zijn.

Vragen:
Waarom is de opname van vetten afhankelijk van gal en enzymen uit de alvleesklier? Leg uit hoe deze stoffen samenwerken bij de vetvertering en opname in de dunne darm.
Hoe kunnen verstoringen in de productie of afgifte van gal of verteringsenzymen leiden tot Tom's klachten? Geef aan welke aanpassingen het lichaam kan maken om de opname van vetten te verbeteren als een van deze processen niet goed werkt.

Slide 7 - Slide

Antwoord:
Samenwerking tussen gal en enzymen bij vetvertering en opname:

Gal wordt geproduceerd door de lever en opgeslagen in de galblaas. Het bevat galzouten die vetten emulgeren, waardoor ze in kleinere druppeltjes worden verdeeld.
Pancreaslipase (uit de alvleesklier) breekt de vetdruppels verder af tot monoglyceriden en vetzuren, die in micellen worden opgenomen en via diffusie de darmwand passeren.
In de darmcellen worden vetzuren en monoglyceriden opnieuw samengevoegd tot triglyceriden en verpakt in chylomicronen, die via de lymfe worden afgevoerd.
Verband tussen verstoorde gal-/enzymproductie en Tom’s klachten:

Te weinig gal: Slechte emulgering van vetten → minder oppervlak voor lipase → slechtere vetvertering → vettige ontlasting (steatorroe).
Te weinig lipase: Onverteerde vetten blijven in de darmen → vetten worden niet opgenomen en hopen zich op in de ontlasting.

Aanpassingen die het lichaam kan maken
Vertering kan deels verbeteren door meer onverzadigde vetten te eten (makkelijker op te nemen).
Sommige bacteriën in de darm kunnen helpen bij vetafbraak.
Enzympreparaten (zoals pancreatine) kunnen worden ingenomen als vervanging voor lichaamseigen enzymen.

Slide 8 - Slide

Je kan het zetmeel in een blad aantonen door hem te ontkleuren en daarna jodium er daarna jodium aan toe te voegen. hiermee kleurt het blad zwart op de plekken waar zetmeel aanwezig was. Wat gebeurt er met het Blad als deze is geen zonlicht heeft gekregen? Is Het blad dan zwarter of minder zwart?

Slide 9 - Open question

Casus:
Planten, algen en sommige bacteriën zetten zonlicht om in glucose via fotosynthese. Deze glucose wordt gebruikt voor groei en energievoorziening. Assimilatieprocessen vormen organische stoffen, terwijl dissimilatie deze afbreekt om energie vrij te maken. De balans tussen beide processen beïnvloedt de groei en overleving van een organisme en hangt af van factoren zoals licht, temperatuur, water en koolstofdioxide.
Vraag:
Stel dat door klimaatverandering de lichtintensiteit in een ecosysteem langdurig afneemt. Analyseer hoe deze verandering efficiëntie van fotosynthese en de balans tussen voortgezette assimilatie en voortgezette dissimilatie beïnvloedt. Denk daarmee na over de gevolgen op ecosysteemniveau: hoe zouden de voedselketens, de koolstofkringloop en de biodiversiteit op lange termijn veranderen?

Slide 10 - Slide

Antwoord:
Een langdurige afname van lichtintensiteit verlaagt de fotosynthese-efficiëntie, waardoor minder glucose wordt geproduceerd. Dit leidt tot een daling in assimilatie en een relatief hogere dissimilatie, wat energiegebrek en groeistagnatie kan veroorzaken. Op ecosysteemniveau resulteert dit in minder biomassa, verstoring van voedselketens, een toename van CO₂ in de atmosfeer en uiteindelijk een afname van biodiversiteit. Plantensterfte verzwakt de koolstofkringloop en maakt ecosystemen minder veerkrachtig, wat dan kan leiden tot de instorting van het ecosysteem.

Slide 11 - Slide