Structuur Zakelijke e-mail

Structuur Zakelijke e-mail
Telefoon in de telefoontas
Zitten volgens de plattegrond
Schrift op tafel
Jas uit!
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Structuur Zakelijke e-mail
Telefoon in de telefoontas
Zitten volgens de plattegrond
Schrift op tafel
Jas uit!

Slide 1 - Slide

De structuur:
Ontvanger + onderwerp
Aanhef
Inleiding
Middenstuk
Slot
Groet

Slide 2 - Slide

Ontvanger + Onderwerp
Ontvanger: Aan wie je de mail schrijft. (denk aan CC en BCC)
Dit schrijf je achter "aan"

Onderwerp: Korte uitleg waar de mail over gaat.
Voorbeeld: Uitstel boekverslag
Slecht voorbeeld: Ik wil graag uitstel voor mijn boekverslag omdat ik ziek ben geweest en er niet aan kon werken

Slide 3 - Slide

Aanhef
Aanhef: Een begroeting aan de geadresseerde.
In formeel taalgebruik gebruik je:
Beste --> Als je diegene kent (Beste meneer Plein)
Geachte --> Als je diegene niet kent (Geachte meneer Buijks)

Let op welke letters een hoofdletter krijgen!
Beste meneer Van de Ven, Beste Patrick van de Ven.

Slide 4 - Slide

Aanhef
Na de aanhef volgen een komma en witregel.

Voorbeeld:
Beste meneer Plein,

Ik mail u om ...

Slide 5 - Slide

Inleiding
Twee functies:
- Jezelf voorstellen (Voorbeeld: Mijn naam is Freek Bosch en ik zit in klas AH1E van het Vituscollege in Bussum).
- Uitleggen waarom je mailt (Voorbeeld: Ik mail u om te vragen of ik mijn dossier verlaat mag inleveren).
Na de inleiding volgt een witregel.

Slide 6 - Slide

Middenstuk
De boodschap, datgene wat je wilt delen/vragen.
In de zakelijk brief komen straks drie alinea's met drie verschillende, uitgewerkte vragen.
Voorbeeld: Als eerste ben ik benieuwd of het later inleveren van mijn dossier invloed heeft op mijn cijfer. Ik weet dat u beoordeelt op verschillende factoren, te vinden in de rubric, maar op tijd inleveren staat daar niet tussen. Rekent u dit mee?

Slide 7 - Slide

Middenstuk
Elke vraag komt in een aparte alinea. Tussen elke alinea zit dus een witregel. Na de laatste alinea van het middenstuk volgt een witregel.

Alinea 1

Alinea 2

Slide 8 - Slide

Slot
In het slot verzoek je een antwoord.
Voorbeelden:

Ik zie uit naar uw reactie,

In afwachting van uw reactie,

Na het slot komt er een komma.
Zowel voor als na het slot komt een witregel.

Slide 9 - Slide

Groet
Je groet degene aan wie je schrijft. Je zegt dan "Met vriendelijke groet,". 
Hieronder volgt een witregel, met daaronder jouw naam. Andere relevante informatie, zoals je klas, school of telefoonnummer, komen in de regel daaronder.

 

Slide 10 - Slide

Groet
voorbeeld:

Met vriendelijke groet,

Thijs van Veenendaal,
Klas Ah1A, Vituscollege Bussum
 

Slide 11 - Slide

Foute mails!
In het lokaal hangen acht mails met fouten. Op de volgende slides staan de acht gemaakte fouten. Zoek welke mail bij welke fout hoort. De winnaar krijgt een Napoleon!

Voorbeeld: Hoort mail 1 bij fout A, dan schrijf je op: 1 = A

Slide 12 - Slide

De fouten
A: Informeel taalgebruik.
B: Geen witregels.
C: Fout in formulering.
D: Vaag onderwerp.
E: Fout in hoofdlettergebruik in aanhef. (niet mail 8)
F: Geen aanhef.
G: Geen onderwerp.
H: Incompleet en informeel slot.

Slide 13 - Slide

Antwoorden
1 = F (Geen aanhef)
2 = B (Geen witregels)
3 = H (Incompleet en informeel slot)
4 = D (Vaag onderwerp)
5 = A (Informeel)
6 = E (Fout in hoofdlettergebruik in aanhef)
7 = C (Fout in formulering)
8 = G (Geen onderwerp)

Slide 14 - Slide