3h - les 1 - H4.1 Voortstuwen en tegenwerken

1 / 29
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welke veranderingen kan een kracht maken?

Slide 2 - Open question

Welke twee krachten werken op
de vaas?

Slide 3 - Open question

Wat wordt er bedoeld met de resulterende kracht?

Slide 4 - Open question

Hoe groot is de resulterende
kracht op de vaas?

Slide 5 - Open question

Hoe groot en in welke
richting is de resulterende
kracht?

Slide 6 - Open question

Welke auto ondervindt
de grootste weerstand?
A
Zwarte auto
B
Rode auto

Slide 7 - Quiz

Leerdoelen
☐ Je kunt uitleggen welke beweging
    een voorwerp maakt als de
    eerste wet van Newton geldt.

☐ Je kunt de twee gevolgen van een
     resulterende kracht op een voor-
     werp benoemen.

☐ Je kunt beschrijven waarvan de
     luchtweerstandskracht en
     rolweerstand afhankelijk zijn.




Slide 8 - Slide

Krachten in evenwicht
De zwaartekracht Fz werkt naar beneden
De normaalkracht Fn werkt omhoog


De normaalkracht wordt door de tafel 
uitgeoefend op de vaas

Slide 9 - Slide

Resulterende kracht bij evenwicht

Als de resulterende kracht 0 N is, is er krachtenevenwicht.

Het lijkt alsof er helemaal geen kracht werkt.

Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.

Slide 10 - Slide

Leerdoelen
☐ Je kunt uitleggen welke beweging
    een voorwerp maakt als de
    eerste wet van Newton geldt.

☐ Je kunt de twee gevolgen van een
     resulterende kracht op een voor-
     werp benoemen.

☐ Je kunt beschrijven waarvan de
     luchtweerstandskracht en
     rolweerstand afhankelijk zijn.




Slide 11 - Slide

Eerste wet van Newton

Als de resulterende kracht 0 N is, is het voorwerp in rust, of het beweegt met een constante snelheid langs een rechte lijn.

Met andere woorden:
Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.

Slide 12 - Slide

Leerdoelen
☐ Je kunt uitleggen welke beweging
    een voorwerp maakt als de
    eerste wet van Newton geldt.

☐ Je kunt de twee gevolgen van een
     resulterende kracht op een voor-
     werp benoemen.

☐ Je kunt beschrijven waarvan de
     luchtweerstandskracht en
     rolweerstand afhankelijk zijn.




Slide 13 - Slide

Gevolgen van Fres
1) Snelheid verandert:
     Fres wijst naar voor
     De snelheid wordt groter
     Fres wijst naar achter
     De snelheid wordt kleiner
2) Richting verandert:
     Fres wijst naar links of rechts
     

Slide 14 - Slide

Bekijk de diagram. Wanneer
is de resulterende kracht
gelijk aan 0 N.

Slide 15 - Open question

Leerdoelen
☐ Je kunt uitleggen welke beweging
    een voorwerp maakt als de
    eerste wet van Newton geldt.

☐ Je kunt de twee gevolgen van een
     resulterende kracht op een voor-
     werp benoemen.

☐ Je kunt beschrijven waarvan de
     luchtweerstandskracht en
     rolweerstand afhankelijk zijn.




Slide 16 - Slide

In de ruimte is geen lucht (vacuüm) en zijn er dus geen weerstandskrachten

Slide 17 - Slide

Weerstandskrachten
Weestandskrachten = krachten die tegenwerken.

1. Luchtweerstandskracht 
2. Rolweerstandkracht         
(3. Schuifweerstandskracht)

Slide 18 - Slide

Luchtweerstandskracht
Omdat je de lucht opzij moet duwen, 
ondervindt je luchtweerstandskracht.
(die voel je als je hard fietst)

Je kan de luchtweerstandkracht kleiner maken door:
Frontaal oppervlak te verkleinen, of het voorwerp te stroomlijnen.




Slide 19 - Slide

Rolweerstandkracht
Een voorwerp dat over een 
oppervlak rolt, ondervindt 
rolweerstandkracht.

Je kan de rolweerstandkracht kleiner maken door
het oppervlak zo hard mogelijk te maken.
(banden oppompen!)

Slide 20 - Slide

Schuifweerstandkracht
Een voorwerp dat over een opper-
vlak schuift, ondervindt
schuifweerstandkracht.

Je kan de schuifweerstandkracht kleiner maken door
het oppervlak zo glad mogelijk te maken.
(of groter maken voor grip!)
EXTRA!

Slide 21 - Slide

Noem de drie weerstandkrachten

Slide 22 - Open question

Noem de Eerste wet van Newton in je eigen woorden.

Slide 23 - Open question

Je fiets met een constante snelheid. Je spierkracht is 50 N. Hoe groot zijn de weerstandskrachten?
A
Ook 50 N
B
Kleiner dan 50 N
C
Groter dan 50 N
D
Kun je niet weten

Slide 24 - Quiz

Welke weerstandkracht maak je kleiner door je banden op te pompen?
A
Luchtweerstandkracht
B
Schuifweerstandkracht
C
Rolweerstandkracht
D
Alle weerstandkrachten

Slide 25 - Quiz

Aan de slag

Slide 26 - Slide

           Begrippen
           uit deze les
  • Weerstandkrachten
  • Luchtweerstandskracht
  • Rolweerstandkracht
  • (Schuifweerstandkracht)
  • Frontaal oppervlak
  • Eerste wet van Newton 

Slide 27 - Slide

Eindslide

Slide 28 - Slide

titel

Slide 29 - Slide